wetzoeker

2.3 — Inbeslagneming journalistiek materiaal Aanwijzing strafvorderlijk optreden met betrekking tot journalisten

Inbeslagneming journalistiek materiaal

Wanneer het in het kader van een strafrechtelijk onderzoek nodig is om te beschikken over journalistiek materiaal, inclusief foto’s of audio- en video-opnames dan vordert de officier van justitie een bevel tot uitlevering ter inbeslagneming ex art. 105 Sv bij de rechter-commissaris. Door de rechterlijke toets is de procedure met meer waarborgen omkleed. Hoewel wettelijk mogelijk, zijn de procedures van art. 96 e.v. Sv dus uitdrukkelijk geen optie.

Het is van belang dat het journalistieke werk door de inbeslagneming zo min mogelijk belemmerd wordt.

11 EHRM 14 september 2010, nr. 38224/03, ECLI:NL:XX:2010:BO7625 (Sanoma Uitgevers BV/Nederland).

De journalist krijgt de gelegenheid om het materiaal te kopiëren en het originele materiaal wordt zo spoedig mogelijk aan de journalist teruggegeven, tenzij het bijvoorbeeld gaat om materiaal waarvan het enkele bezit strafbaar is.

Wanneer op voorhand duidelijk is dat journalistiek beeldmateriaal tot stand is gekomen zonder dat een journalistieke bron in het geding is, is bronbescherming niet aan de orde en kan de procedure via de rechter-commissaris achterwege blijven. In een arrest uit 1999 oordeelde de Hoge Raad bijvoorbeeld dat op de openbare weg gemaakte camerabeelden van een rel niet onder de bronbescherming van art. 10 EVRM vielen.

12 Hoge Raad, 9 november 1999, ECLI:NL:HR:1999:AA3817.

De inbeslagneming dient dan wel op een zodanige wijze te geschieden dat het werk van de journalist zo min mogelijk beperkt wordt.

Regeling
Aanwijzing strafvorderlijk optreden met betrekking tot journalisten
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
01-05-2024
BWB-id
BWBR0049630
Versie
2024-05-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl