wetzoeker

2.2 — Toetsing door de rechter-commissaris Aanwijzing strafvorderlijk optreden met betrekking tot journalisten

Toetsing door de rechter-commissaris

Sinds de wetswijziging van 1 oktober 2018 is bij de toepassing van de dwangmiddelen genoemd in de artikelen 126n, 126nd, 126u, 126ud, 126zh, 126zl en 126nda Sv een machtiging vooraf door de rechter-commissaris vereist indien de vordering betrekking heeft op een journalist.

10 Inmiddels is bij artikel 126n Sv deze machtiging overigens ook vereist bij niet-journalisten, zie HR 5 april 2022, ECLI:NL:HR:2022:475.

Daarnaast is nog steeds een voorafgaande machtiging van de rechter-commissaris vereist voor de inzet van diverse andere opsporingsbevoegdheden, ongeacht of het gaat om een journalist.

De rechter-commissaris kan de vordering van de officier van justitie tot inzet van een dwangmiddel bij een journalist toewijzen als sprake is van een zwaarder wegend maatschappelijk belang waaraan onevenredig grote schade zou worden toegebracht indien de informatie (die verkregen wordt door de inzet van het dwangmiddel) niet bekend zou worden. Het is daarom van groot belang dat de vordering voor de inzet van dwangmiddelen gepaard gaat met een goede motivering van de officier van justitie. Daarin wordt duidelijk gemaakt waarom het belang van de opsporing in dat geval zwaarder weegt dan de journalistieke belangen en de vrije nieuwsgaring en waarom niet kan worden volstaan met een lichter middel. Zonder machtiging van de rechter-commissaris wordt het dwangmiddel niet ingezet.

Aan toepassing van dwangmiddelen bij journalisten met doorbreking van bronbescherming kan worden gedacht bij ernstige feiten waarop naar wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van 12 jaar of meer is gesteld en waarbij de noodzakelijke gegevens niet op een andere wijze kunnen worden verkregen.

Voorafgaand aan voeging bij de processtukken dient rekening te worden gehouden met hetgeen is bepaald in art. 126aa lid 2 Sv.

Hieronder wordt ingegaan op enkele specifieke dwangmiddelen.

Regeling
Aanwijzing strafvorderlijk optreden met betrekking tot journalisten
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
01-05-2024
BWB-id
BWBR0049630
Versie
2024-05-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl