wetzoeker

II — Examenvereisten Regeling politieonderwijs

Examenvereisten

Voert reddingshandelingen uit

– Neemt crashhouding aan / neemt juiste lichaamshouding aan bij een val van een schip

– Oriënteert zich op de situatie

• Neemt omgevingsfactoren en omstandigheden waar, stemt het handelen daarop af

• Communiceert actief (met redder / collega’s)

– Gaat adequaat om met het reddingsvest

– Is in staat om te zwemmen onder dekking van het schild en stemt het zwemmen en de houding af aan de omstandigheden

– Neemt de helphouding aan om de warmtehuishouding te bewaken

– Voert de reddingshandelingen volgens procedure uit

• Communiceert tijdens de redding (non)verbaal met redders en collega’

• Werkt zoveel mogelijk mee aan eigen redding

– Toont een professionele beroepshouding tijdens redding

• Heeft en houdt controle over zichzelf

• Bewaakt zelfbeheersing en raakt niet in paniek

Geeft leiding tijdens een praktijkoptreden

– Neemt deel aan en houdt de (de)briefing

• Presenteert zich als commandant en vervult een voorbeeldfunctie

• Structureert de briefing en past het 5-paragrafenmodel toe

• Vertaalt de (nautische) informatie naar operationele inzet en onderscheidt hoofd- en bijzaken

• Herkent en erkent de inzetbaarheid van individuele leden

• Brengt de inhoud van de boodschap over

• Kan feedback geven en ontvangen

– Geeft leiding gericht op het proces en product

• Voert procedures en formaties technisch volgens procedure en op het juiste moment uit

• Analyseert de situatie en past zich aan aan de situatie

• Heeft doorzettingsvermogen

• Werkt goed samen, met name met de schipper van de politieboot

• Toont initiatief en treed actie-intelligent op

• Observeert en maakt gebruik van de informatiepositie

• Werkt volgens de commandostructuur en de hiërarchie aan boord

• Verdeelt de taken en geeft specifieke opdrachten aan specifieke mensen

• Past diverse leiderschapstechnieken toe en straalt gezag uit

• Stuurt aan en stuurt zo nodig bij

• Stimuleert, motiveert en spreekt leden aan op gedrag

• Beargumenteert, indien nodig, gemaakte keuzes

– Treedt stressbestendig op, stelt prioriteiten

– Werkt veilig voor zichzelf, collega’s en derden

– Handelt proportioneel en subsidiair

– Meldt het aanwenden van geweld, zowel datgene waarvoor men als groepscommandant verantwoordelijk is, als datgene dat door de groepsleden is gemeld

– Draagt zorg voor bewapening, uitrustingsstukken en materialen en gaat hier zorgvuldig mee om

– Verplaatst zich technisch en tactisch volgens procedure

• Neemt zelfstandig hindernissen en demonstreert de juiste technieken

• Bewaakt de veiligheid, maximaal één ME-lid helpt één ander ME-lid

• Geeft leiding aan de groep, laat de groep samenwerken en stuurt deze tactisch aan

• Stuurt indien nodig bij in de samenwerking, zodat roulerend hulp verleend wordt

– Voert bijzondere procedures uit, het opstappen, overstappen en afstappen bij en van vaartuigen gebeurt op correcte en veilige wijze

– Blijft technisch en tactisch volgens procedure en opdracht functioneren met hoogteverschillen

– Toont een professionele beroepshouding

• Komt overtuigend en duidelijk over

• Spreekt indien nodig groepsleden aan op hun beroepshouding

Regeling
Regeling politieonderwijs
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
30-05-2026
BWB-id
BWBR0049610
Versie
2026-05-30_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl