wetzoeker

88 — Kwalificatiedossier Operationele Sturing Regeling politieonderwijs

Kwalificatiedossier Operationele Sturing

KSP modaliteit 2

Kwalificatievereisten

Kwalificatievereisten geven aan wat de student moet laten zien om te voldoen aan de eisen van de kwalificatie op het niveau van startbekwaamheid.

Startbekwame operationele sturing omvat:

vakmatig

1. in uiteenlopende en complexe situaties sturing geven in de vorm van organisatorische coördinatie.

2. beleid vertalen naar concrete plannen van aanpak en vervolgens naar werkafspraken.

3. probleemgericht werken en daarbij de kernwaarden van de politie uitdragen.

4. schakelen, een gekozen aanpak kritisch evalueren en sturen op goede vastlegging.

contextueel

5. netwerken initiëren, onderhouden en regisseren ten behoeve van een gezamenlijke probleemaanpak binnen een vakgebied of werkterrein.

6. effecten van operationeel politiewerk op de organisatie, uitvoerende medewerkers en het verwachtingspatroon van de burger overzien en agenderen.

7. voor het operationele politiewerk relevante maatschappelijke, bestuurlijke en vakinhoudelijke ontwikkelingen inschatten en beoordelen.

8. informatie vanuit beleidsvoornemens en dagelijkse problematiek vertalen in voor betrokken partijen herkenbare voorstellen.

sociaal

9. zichtbaar en toegankelijk zijn voor medewerkers, ook door het creëren van een veilige werkomgeving.

10. samenwerken binnen wisselende werkverbanden en daarover verantwoording afleggen.

11. werkafspraken duidelijk communiceren en medewerkers daarop aanspreken.

12. diversiteit binnen en buiten de organisatie onderkennen en benutten.

individueel

13. professionele ruimte nemen in het bewustzijn van de eigen positie.

14. gevraagd en ongevraagd advies geven aan beleidsbepalers en leidinggevenden over de effecten van beleid op operationeel politiewerk.

15. een goede informatiepositie verwerven en de ingewonnen informatie delen.

16. de professionele ruimte en vakvolwassenheid van medewerkers bevorderen.

De bijbehorende examenvereisten zijn:

Vakmatig

Kennis

• Heeft kennis van leiderschapstheorieën, projectmanagement en crisismanagement

• Heeft kennis van actuele beleidsdocumenten

• Weet wat er speelt in zijn werkgebied

• Heeft kennis van methodisch werken

Vaardigheden

• Gebruikt de politiesystemen voor operationele, situationele en projectmatige aansturing

• Is proactief, onderkent en anticipeert op risico’s en kan daarbij omgaan met stress

• Vertaalt voorschriften naar operationeel politiewerk

• Bewaakt en evalueert de kwaliteit, effectiviteit en efficiency van de uitvoering van werkafspraken

Houding

• Treedt zowel ontvankelijk als doortastend op

• ▪Toont voorbeeldgedrag en draagt in het bereiken van resultaten de politiële kernwaarden uit: integer, betrouwbaar, moedig en verbindend

Contextueel

Kennis

• Kent het nabije bestuurlijke krachtenveld

• Kent de voor het werk- of vakgebied relevante netwerken

• Kent de mogelijkheden en grenzen van burgerparticipatie

• Blijft op de hoogte van de voor het vakgebied relevante (inter)nationale ontwikkelingen

Vaardigheden

• Opereert sensitief in netwerken en het nabije bestuurlijke krachtenveld

• Overziet de achtergrond van beleid en legitimeert de eigen en andermans handelingsconsequenties

• Hanteert dilemma’s, tegenstrijdige belangen en denken in scenario’s

• Evalueert het rendement van operationele strategieën vanuit verschillende invalshoeken

Houding

• Verstaat zich zowel met collega’s als externen, ook in lastige situaties

• Houdt rekening met het verwachtingspatroon van de burger en het imago van de politie

Sociaal

Kennis

• Heeft kennis van HR-instrumenten

• Kent de relevante rechtspositionele regelingen

• Weet wat binnen een groep speelt of kan spelen (dynamiek, werkgerelateerde symptomen)

• Is op de hoogte van de groepssamenstelling (naar diversiteit, kwaliteiten, achtergronden)

Vaardigheden

• Geeft sturing aan multidisciplinaire en divers samengestelde groepen

• Voert voortgangsgesprekken, functionerings- en verzuimgesprekken

• Verwerkt resultaten of gesprekken in een dossier of proces- verbaal

• Toetst, professionaliseert en coacht medewerkers op vakinhoud en weerbaarheid

Houding

• Heeft een dienstbare houding

• Kan uitgesteld oordelen

Individueel

Kennis

• Kent de persoonlijke mogelijkheden en beperkingen

• Kent de mogelijkheden en beperkingen van de eigen positie

• Weet welke informatie hoe gedeeld moet worden

• Is op de hoogte van individuele beoordelingsmethodieken en gesprekstechnieken

Vaardigheden

• ▪Reflecteert, zorgt voor de eigen professionalisering, voor feedback en verantwoording van keuzes

• Adviseert de naast hogere leidinggevende en externen over de voortgang van de uitvoering van een plan van aanpak en over beoordelings- en ontwikkelgesprekken

• Weet de juiste informatiebronnen te raadplegen en op grond daarvan een risicoanalyse te maken

• Agendeert en bespreekt knelpunten in het werkproces en implementeert verbeteringen

Houding

• Durft de professionele ruimte te benutten

• Toont inlevingsvermogen

Regeling
Regeling politieonderwijs
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
30-05-2026
BWB-id
BWBR0049610
Versie
2026-05-30_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl