C.1 — Examenvereisten diploma Bachelor Politiekunde Regeling politieonderwijs
Examenvereisten diploma Bachelor Politiekunde
De examenvereisten moeten gelezen worden in het licht van onderstaande beroepstaken: (1) Handhaving (2) Noodhulp (3) Opsporing (4) Gemeenschappelijke veiligheid1
1 In de opleiding wordt de naam Gemeenschappelijke Veiligheidskunde gehanteerd.
Vakkennis
– Beschikt over de vakkennis beschreven in het beroepsprofiel en de kwalificatieprofielen voor de Politiekundige bachelor.
– Kent de werkprocessen rondom aangifte-, getuigen- en verdachtenverhoor en buurtonderzoek.
– Kent de richtlijnen binnen het korps met betrekking tot de kerntaken intake, noodhulp, opsporing en handhaving.
– Kent relevante wet- en regelgeving.
– Kent de juridische criteria die het Wetboek van Strafvordering stelt aan processen-verbaal.
– Heeft kennis van de laatste ontwikkelingen in het vakgebied.
– Kan verbindingen tussen theorie en praktijk leggen.
Vakvaardigheden
Basisvaardigheden
– Kan afstemmen, samenwerken, bemiddelen en onderhandelen met betrokken partijen.
– Is breed inzetbaar
– Bezit de leervaardigheden om taken die een hoog niveau van autonomie veronderstellen, succesvol af te ronden en een vervolgstudie op dit niveau aan te gaan.
Veiligheid
– Borgt de veiligheid van zichzelf en anderen.
– Rijdt, verantwoord en veilig naar een (ongeval)melding.
– Past in onverwachte en hectische situaties de protocollen en standaardprocessen toe en combineert deze met actie-intelligent en situatie-intelligent optreden.
– Beschikt over de fysieke conditie en vaardigheden om een slachtoffer op het land of in het water in veiligheid te brengen.
– Verleent eerste hulp volgens de geldende richtlijnen.
– Beheerst de kennis en vaardigheden zoals beschreven in artikel 1D, 1E en 1F van de Regeling Toetsing Geweldbeheersing Politie (RTGP).
Onderzoek uitvoeren
– Verzamelt en analyseert relevante informatie, legt verbanden en herkent patronen, ontwikkelt bruikbare scenario’s.
– Vormt een goed onderbouwd oordeel over de essentie van de problematiek.
– Overziet welke opsporingsactiviteiten ingezet kunnen worden.
– Formuleert een probleemstelling.
– Vertaalt een analyse naar een relevant projectvoorstel of plan van aanpak.
– Neemt een verhoor af en verwerkt dit systematisch.
– Onderbouwt en beschrijft zijn handelingswijze en de toegepaste methoden.
– Trekt op basis van onderzoek overtuigende, onderbouwde conclusies en vormt een oordeel.
– Doet recht aan verschillende perspectieven, benoemt de meest relevante argumenten pro en contra.
– Verwerkt informatie reproduceerbaar en controleerbaar in een proces-verbaal.
– Kan de gevoeligheid van intelligence correct inschatten en resultaten in intelligence omzetten.
– Breidt het proces-verbaal indien gewenst uit met een relaas.
– Vertaalt onderzoeksresultaten op innovatieve wijze naar de beroepspraktijk.
Communiceren
– Communiceert en presenteert professioneel, helder, boeiend, kernachtig, efficiënt, overzichtelijk en representatief, waar nodig in een vreemde taal.
– Onderhoudt en initieert netwerkrelaties.
– Gaat deskundig om met kritische vragen en kan zijn oordeel met inhoudelijke argumenten onderbouwen.
Praktijkrepertoire
Functie/rol
– Heeft een professionele grondhouding, handelt: gemotiveerd, effectief, methodisch, discretionair, proportioneel, rechtmatig, zelfstandig, samen, stressbestendig, integer, slagvaardig, vernieuwend, flexibel, probleemgericht, vanuit professionele weerbaarheid en straalt gezag uit.
– Toont weerbaarheid en reageert effectief en evenwichtig op heftige en onverwachte incidenten, risicovolle calamiteiten en conflicten.
– Coördineert en regisseert activiteiten op daadkrachtige, betrouwbare en deskundige wijze.
– Neemt zelfstandig beslissingen op voorbereidend, uitvoerend en coördinerend niveau wat betreft de prioriteit van de inzet, omvang en aard van middelen.
– Neemt (beleids)initiatieven.
– Toont bewustzijn van de omvang en reikwijdte van zijn rol binnen de politieorganisatie en kan de positie van politie, ketenpartners en andere actoren inschatten.
– Overziet alle belanghebbenden in een opsporingssituatie en schakelt tussen uitvoeren en doorverwijzen naar specialist of ketenpartners.
– Benut de reikwijdte van de bevoegdheden van partners optimaal en gaat zo creatief om met ieders rol in het opsporingsproces.
Begeleiden/coachen
– Activeert, motiveert, enthousiasmeert, stemt af met in- en externe partners en spreekt hen aan op hun verantwoordelijkheid.
– Coacht en begeleidt collega’s. Vervult een voorbeeldfunctie.
Kwaliteit
– Handelt ten bate van de kwaliteitsverbetering voor de organisatie.
– Onderbouwt wat het nut van een actie is voor korps, partners en burgers.
Rekening houden met belangen
– Houdt rekening met de belangen van alle betrokkenen.
– Managet verwachtingen van burgers.
– Maakt op integere wijze gebruik van de ingewonnen informatie en schat de gevoeligheid van intelligence correct in.
Expertise
Handelen op basis van expertise
– Handelt op deskundige en professionele wijze op basis van actuele theoretische kennis en kan zijn handelen verantwoorden.
– Kan rechtmatigheid en wetmatigheid inschatten en rechtsbeginselen en -middelen afwegen.
– Heeft de vereiste kennis en vaardigheden om een verhoor voor te bereiden.
– Onderbouwt welke bevoegdheden hij toepast bij het constateren van een overtreding.
– Evalueert de resultaten van een actie.
Eigen standpunt onderbouwen
– Neemt eigen standpunten in en kan deze verdedigen.
– Biedt tegenspraak ten opzichte van standpunten of conclusies van collega’s.
– Staat open voor inzichten van anderen en is, indien nodig, bereid zijn standpunt te nuanceren of bij te stellen.
Adviseren
– Geeft bevoegd gezag deskundig en overtuigend advies en beargumenteert zijn keuzes.
– Adviseert de maatschappelijke en politieel-juridische omgeving en staat de media te woord over veiligheidsvraagstukken.
– Maakt afwegingen met betrekking tot het technisch en moreel handelen en beargumenteert en verantwoordt die afwegingen.
Oordeelsvermogen
Omgevings- en organisatiebewustzijn tonen
– Signaleert ontwikkelingen en vertaalt deze naar politieel handelen.
– Toont bewustzijn van maatschappelijke verantwoordelijkheid.
– Weegt en evalueert de effecten van multidisciplinair delen en veredelen van informatie.
– Neemt een stimulerende en verbindende rol aan.
– Beschouwt veiligheids- of leefbaarheidsproblemen vanuit een breed politiekundig referentiekader.
Situatie analyseren en oplossing genereren
– Vormt een onderbouwd oordeel gebaseerd op steekhoudende argumenten waarin de wetenschappelijke, maatschappelijke en ethische overwegingen zijn meegenomen.
– Genereert duurzame, efficiënte, effectieve, innovatieve en creatieve probleemoplossingen en toepassingen van methodieken die bijdragen aan het oplossen van een problematiek of het verbeteren van een situatie. Deze oplossingen en toepassingen zijn gebaseerd op een breed politiekundig referentiekader.
Veiligheid genereren
– Vertaalt bovenlokale en internationale problemen, politiek-bestuurlijke en digitale ontwikkelingen in risico-inventarisaties en integraal veiligheidsbeleid.
– Stelt samen met de ketenpartners integrale veiligheidsarrangementen op, voert deze uit en evalueert deze in termen van resultaat, processen, organisatie en samenwerking.
– Plant en pleegt, geografisch of functioneel, interventies, gericht op het beïnvloeden van mechanismen en patronen.
– Kiest onorthodoxe veiligheidsoplossingen in variabele contexten.
Reflecteren en evalueren
– Reflecteert op de door hem gemaakte keuzes en het effect van zijn handelen.
– Geeft kritische, maar opbouwende feedback, formuleert goed onderbouwde leerpunten en duurzame aanbevelingen.
– Evalueert op systematische wijze het proces, product, de werkwijze, zijn eigen ontwikkeling en verbindt hieraan conclusies.
- Regeling
- Regeling politieonderwijs
- Soort
- Ministeriële regeling
- Geldend vanaf
- 30-05-2026
- BWB-id
- BWBR0049610
- Versie
- 2026-05-30_0