C.1 — Examenvereisten diploma’s Regeling politieonderwijs
Examenvereisten diploma’s
Mensgericht leiderschap
Kennis
– Kent principes uit de (sociale) psychologie en verwachtingsmanagement
– Kent de werking van groepsdynamica
– Kent principes van Human Talent Development
– Kent de rechtspositionele aspecten van het politievak en de politieorganisatie
– Reflecteert kritisch op het eigen handelen en op tegenspraak
Vaardigheden
– Mobiliseert de participatie van medewerkers en hun input over verbeteringen
– Biedt medewerkers een vertrouwde en veilige werkomgeving
– Geeft vorm aan functionerings- en beoordelingsgesprekken
– Benut de diversiteit / talenten van een team en faciliteert de dagelijkse inzet
– Motiveert medewerkers m.b.t. inzet en ontwikkelbehoeften vanuit de kernwaarden
Attituden
– Toont waardegedreven voorbeeldgedrag en spreekt medewerkers aan op normafwijkend gedrag.
– Kan ontbrekende leiderschapskwaliteiten onder ogen zien, ontwikkelen of aanvullend organiseren
Resultaatgericht politieleiderschap
Kennis
– Kent principes van besluitvormingstheorieën
– Kent principes uit de organisatiepsychologie
– Kent elementaire principes van strategisch management
– Onderzoekt complexe vraagstukken vanuit een meervoudig perspectief
– Redeneert doel- en resultaatgericht van macro- naar meso- naar microniveau
Vaardigheden
– Weegt gekozen inzet van mensen en middelen af tegen te verwachten resultaten
– Geeft uitvoering aan het behalen van door naast hogere leidinggevende vastgestelde resultaten
– Kan effectief en efficiënt leiding geven
– Beoordeelt collectieve prestaties kwalitatief en kwantitatief
– Zet medewerkers aan tot het waardegedreven bereiken van resultaten
Attituden
– Hakt op het juiste moment knopendoor en verantwoordt dit besluit waardegedreven
– Spreekt een medewerker aan op zijn/haar prestaties
Omgevingsgericht politieleiderschap
Kennis
– Kent elementaire politicologische, bestuurskundige en veranderingsmanagement theorieën
– Is op de hoogte van politierelevante (sociale en politiek-bestuurlijke) internationale ontwikkelingen
– Kent de (inter)nationale juridische context voor het politieel handelen (in legaal en legitiem opzicht)
– Geeft een adequate inschatting van de positie van de politie in de samenleving en bij ketenpartners
– Heeft kennis van systeemwerking
Vaardigheden
– Genereert informatie, steun en medewerking uit interne en externe relaties
– Anticipeert op de relevantie en gevoeligheid van (internationale) ontwikkelingen
– Faciliteert en regisseert samenwerking tussen medewerkers en externe partners
– Initieert en onderhoudt netwerken en allianties binnen en buiten de organisatie
– Stemt het werkplan voor het team af met derden en hoger geplaatsten
Attituden
– Kan omgaan met tegengestelde of niet-gedeelde belangen
– Manifesteert zich in het (lokaal) politiek-bestuurlijke krachtenveld
Organisatiegericht leiderschap
Kennis
– Toont inzicht in principes uit de organisatiekunde en organisatiesociologie
– Kent managementtheorieën, onder andere ten aanzien van capaciteitsmanagement
– Beschikt over methodologische kennis om beslissingen te analyseren en te evalueren
– Onderscheidt urgentie en prioriteit – ook in veranderende en onbekende omstandigheden
– Heeft weet van (duurzame) politiële en organisatorische strategieën
Vaardigheden
– Geeft leiding aan een hoge mate van variëteit in uitvoeringsvormen
– Neemt samenhangende beslissingen over organisatorische randvoorwaarden
– Kan de samenstelling en werkwijze van het team aanpassen, ook vanwege transities
– Beoordeelt het werkplan voor het team en operationele teamvoorstellen
– Bepaalt wanneer en hoe specialisten of allround medewerkers het beste ingezet kunnen worden
Attituden
– Durft ingrijpende organisatorische beslissingen te nemen
– Durft teamleden een andere positie te geven
Onderzoek & Innovatie
Kennis
– Overziet methoden en technieken van onderzoek
– Kent methodologische valkuilen
– Kan deductief en inductief denken, abstraheren en generaliseren
– Denkt conceptueel
– Heeft onderzoekend vermogen t.a.v. complexe politiële leiderschapsvraagstukken
Vaardigheden
– Voert onderzoek uit op een thema/aspect(en) van politieleiderschap
– Selecteert een voor politieleiderschap relevant onderzoeksthema en bakent het af
– Draagt met het gekozen onderwerp bij aan het effectief en efficiënt leiden van politieteams
– Maakt kritisch gebruik van bronnen en literatuur
– Draagt bij aan de innovatie van politieleiderschap(stijlen) en de organisatie van het politiewerk
Attituden
– Verwoordt conclusies en aanbevelingen onafhankelijk van de opdrachtgever
– Houdt bij praktijkonderzoek rekening met ethische en gevoelige kwesties
- Regeling
- Regeling politieonderwijs
- Soort
- Ministeriële regeling
- Geldend vanaf
- 30-05-2026
- BWB-id
- BWBR0049610
- Versie
- 2026-05-30_0