wetzoeker

A.2 — Beroepsprofiel Regeling politieonderwijs

Beroepsprofiel

Een beroepsprofiel is ruimer dan een functieprofiel, omdat het een “klasse van functies afdekt” (Schakelen, 2011). Afgezien van het feit dat functiebenamingen kunnen veranderen (daarom wordt hierna soms gesproken van ‘naast hogere leidinggevende’), is dit onderscheid vooral van belang omdat in een beroepsprofiel de vereiste vakbekwaamheid voor een bepaald functieniveau wordt geadresseerd, terwijl het navolgende kwalificatieprofiel verwijst naar de te verwachten startbekwaamheid bij het afsluiten van een opleiding.

In een beroepsprofiel gaat het om verantwoordelijkheden en taken. Deverantwoordelijkheden van een tactisch politieleider staan in het teken van het waardegedreven verbinden van mensen aan resultaten om zo bij te dragen aan een effectieve en efficiënte organisatie en uitvoering van het politiewerk en aan legitimering van het politieoptreden in de samenleving.

De bij deze verantwoordelijkheden horende taken worden uitgeoefend in een complexe en veranderlijke omgeving van handhaving, opsporing en aansturen van het politiewerk. Deze leidinggevende beroepstaken passen bij het leiderschapsmodel dat de Nationale Politie hanteert. Dit model is hieronder weergegeven.

Het leiderschapsmodel is gebaseerd op het concurrerende waardenmodel van Quinn. Alle kwadranten van het model zijn in principe van een even groot belang. De Nationale Politie legt de nadruk op de verbinding van linksboven naar rechtsonder (stippellijn). Hiermee wordt gefocust op de verbinding tussen politieprofessionals en de bescherming van burgers. Dat neemt niet weg, dat de andere twee kwadranten nog steeds van belang zijn.

De ‘verbindende politieleider’ moet de vier invalshoeken in balans brengen en houden. Een politieleider kan de eigen leiderschapskwaliteiten op waarde schatten, durft de persoonlijk zwakke kanten te erkennen en daarvoor aanvullende leiderschapskwaliteiten te organiseren. De politieleider kan in functie van de organisatiedoelstellingen reflecteren op het eigen handelen: is het koersvast, transparant, voorspelbaar? De politieleider is daarop aanspreekbaar, organiseert tegenspraak en laat zo zien, dat hij/zij als lerende politieleider bijdraagt aan een lerende organisatie. Zowel ten aanzien van het leiderschap als het gedrag van medewerkers zijn de kernwaarden “integer, betrouwbaar, moedig en verbindend” leidend voor een gedeelde beroepsidentiteit.

De beroepstaken van de tactisch politieleider zijn geordend naar de vier invalshoeken. Ze worden hierna beschreven in een volgorde die het leggen van de “waardegedreven verbinding van mensen en resultaten” vergemakkelijkt (de accentuering van Quinn’s model door de Nationale Politie).

Beroepstaken

Het betreft de volgende beroepstaken van de vakbekwame tactisch politieleider en de daarvoor benodigde intellectuele en operationele bagage.

Regeling
Regeling politieonderwijs
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
30-05-2026
BWB-id
BWBR0049610
Versie
2026-05-30_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl