wetzoeker

71 — Kwalificatiedossier Lid Ondersteuningsgroep Regeling politieonderwijs

Kwalificatiedossier Lid Ondersteuningsgroep

Kwalificatievereisten geven aan wat de student moet laten zien om te voldoen aan de eisen van de kwalificatie op het niveau van startbekwaamheid.

De kwalificatievereisten zijn onderverdeeld in kerntaken, werkprocessen, competenties en bijbehorende gedragsindicatoren.

Kerntaak

Kerntaken geven de belangrijkste werkzaamheden van een beroepsoefenaar weer. In het geval van het Lid Ondersteuningsgroep is er één kerntaak: Uitvoeren van complexe en/of risicovolle aanhoudings- en ondersteuningswerkzaamheden in groepsverband.

Werkproces

Een werkproces bestaat uit een aantal samenhangende activiteiten die horen bij een kerntaak. Die activiteiten hebben een begin, een eind en leiden tot een duidelijk resultaat. De kerntaak van het Lid Ondersteuningsgroep kent drie werkprocessen.

Kerntaak | Werkprocessen

1. Uitvoeren van complexe en/of risicovolle aanhoudings- en ondersteuningswerkzaamheden in groepsverband | 4.4 Voorbereiden van de inzet 4.5 Uitvoeren van de inzet 4.6 Afronden van de inzet

Voor ieder werkproces zijn gedragsindicatoren benoemd. Deze gedragsindicatoren zijn hetgeen waartoe het Lid Ondersteuningsgroep wordt opgeleid. Daarmee zijn het die eisen die getoetst worden om te kunnen meten wanneer een student aan de eisen voldoet. Alle gedragsindicatoren moeten worden gezien binnen de aard en de context van het werk dat het Lid Ondersteuningsgroep uitvoert. Gedragsindicatoren die voor deze doelgroep gelden, worden per werkproces puntsgewijs opgesomd onder het kopje ‘Gedrag’. Om de gedragsindicatoren beter te begrijpen, worden zij ingeleid door een algemene omschrijving. Deze algemene omschrijvingen zijn ook het niveau waarop kwalificatievereisten worden gebruikt in de context van de verantwoording aan de minister via de POR.

Werkproces 1: Voorbereiden van de inzet

Omschrijving | Competenties

Het lid van de ondersteuningsgroep ontvangt een opdracht van zijn commandant. Hij luistert actief en stelt zonodig vragen ter verduidelijking. Hij bereidt de opdracht voor met zijn groepsleden. Het lid van de ondersteuningsgroep verzamelt informatie. Hij brengt de situatie en risico’s in kaart. Hij deelt zijn bevindingen en zienswijze met de commandant. | • Accuratesse • Flexibel gedrag • Samenwerken

Gedrag

Het lid: • neemt pro actief de opdracht in ontvangst • stelt uit zichzelf verdiepingsvragen en deelt tijdig informatie die voor anderen van belang kan zijn • zorgt ervoor dat zijn persoonlijke uitrustingsstukken naar behoren functioneren • beschikt over basiskennis van de hulpmiddelen die beschikbaar zijn voor de groepsuitrusting • geeft grenzen en mogelijkheden van de eigen werkwijze aan en houdt rekening met die van anderen • vergaart informatie welke cruciaal is voor de inzet • voert een verkenning uit en brengt de situatie en mogelijke risico’s in kaart • kan zijn handelen aanpassen tijdens een verkenning waardoor het doel alsnog bereikt kan worden • schat de veiligheid op basis van mogelijkheden en risico’s accuraat in • geeft op correcte en juiste wijze terugkoppeling aan de commandant van een verkenning • kan in eigen woorden aangeven op welke risico’s geanticipeerd dient te worden • weet ook onder druk beheerst en doelmatig informatie te verkrijgen

Werkproces 2: Uitvoeren van de inzet

Omschrijving | Competenties

Het lid van de ondersteuningsgroep voert in groepsverband en individueel, de werkzaamheden uit volgens de landelijk afgesproken procedures en instructies. Hij kan zijn aanpak aanpassen als de situatie hierom vraagt en houdt hierbij rekening met mogelijke risico’s en de veiligheid. | • Accuratesse • Besluitvaardigheid • Flexibel gedrag • Oordeelsvorming • Samenwerken • Stressbestendigheid

Gedrag

Het lid: • maakt adequaat gebruik van zijn persoonlijke uitrustingsstukken en hulpmiddelen • voert de landelijk afgesproken procedures veilig en effectief uit • past zijn handelen aan in veranderende en/of verzwarende omstandigheden en blijft daarbij beheerst en doelmatig werken • overziet de consequenties van zijn optreden en handelt daar naar • laat zijn handelen niet beïnvloeden door impulsiviteit en emoties en blijft te allen tijde professioneel handelen • handelt overtuigend en daadkrachtig in complexe en risicovolle situaties • voert zijn taak uit onder leiding van een commandant en is tevens in staat zelfstandig beslissingen te nemen • kan zowel fysiek als verbaal op- en afschalen, wanneer de situatie hierom vraagt • ondersteunt collega’s proactief waar mogelijk en nodig • houdt bij uit het uitvoeren van zijn taak rekening met het teambelang

Werkproces 3: Afronden van de inzet

Omschrijving | Competenties

Het lid van de ondersteuningsgroep participeert actief in de debriefing van de inzet. Hij evalueert de inzet in relatie tot de eerder gemaakte afspraken en kan reflecteren op eigen handelen. Hij bereidt zich voor op de volgende inzet en neemt daarin de feedback en verbetervoorstellen mee. | • Accuratesse • Oordeelsvorming • Samenwerken • Zelfreflectie

Gedrag

Het lid: • neemt actief deel aan de debriefing • geeft terugkoppeling over eventueel geweldgebruik en andere relevante zaken met betrekking tot het verloop van de inzet • kan gemaakte keuzes onderbouwen met argumenten • reflecteert op eigen handelen, gevoelens en gedachten • formuleert verbeterpunten en vertaalt dit naar nieuw gedrag • staat open voor feedback en kan constructief feedback geven aan collega’s • heeft oog voor fysieke en mentale gesteldheid van zichzelf en collega’s en kan dit bespreekbaar maken • gaat respectvol om met de mening, keuzes en emoties van zijn groepsleden en commandant • weet welke administratieve handelingen en processen uitgevoerd dienen te worden na een inzet • maakt zijn persoonlijke uitrustingsstukken en hulpmiddelen gereed voor de volgende inzet

Regeling
Regeling politieonderwijs
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
30-05-2026
BWB-id
BWBR0049610
Versie
2026-05-30_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl