64 — Kwalificatiedossier Intelligence Zaaks Analyse Regeling politieonderwijs
Kwalificatiedossier Intelligence Zaaks Analyse
KSP modaliteit 2
Kwalificatievereisten
Kwalificatievereisten geven aan wat de student moet laten zien om te voldoen aan de eisen van de kwalificatie op het niveau van startbekwaamheid.
Intelligence neemt inmiddels een nadrukkelijke positie in binnen Politie Nederland en de ondersteunende diensten. Dat vraagt wat van de analist van nu en van de toekomst. Van deze intell-medewerker wordt het volgende verwacht; het duiden van informatie en advies, draagvlak en kennis, pro activiteit en een brede oriëntatie. Het doel van de kwalificatie IZA is om de student startbekwaam te maken voor de rol van zaaksanalist. De student verwerft kennis, vaardigheden en houdingsaspecten die nodig zijn om op basis van data van een bepaalde omvang en complexiteit, beschrijvende, verklarende en voorspellende analyses te kunnen produceren waarmee richting kan worden gegeven aan de gehele besluitvorming.
De zaaksanalist is tot het volgende in staat (kritische beroepssituaties):
– Voert een inhoudelijke intake uit.
– Formuleert opsporingsgerichte onderzoeksvragen.
– Stelt een analyse- /onderzoeksplan o.b.v. de vraagarticulatie en maakt keuzes welke analysemodellen hij toepast.
– Verwerkt de verzamelde (evt. actief verzamelen indien nodig) en aangeleverde informatie en datasets (herleidbaar en toetsbaar) gestructureerd.
– Beoordeelt of er voldoende relevante en betrouwbare gegevens liggen t.b.v. zaakanalyse: inschatten van de relevantie en waarde en controleren op incomplete en/of niet geverifieerde gegevens en daarop kunnen bijsturen.
– Interpreteert kwalitatieve data, ziet verbanden en patronen in gegevens, legt deze uit en verklaart deze in het belang van het vormen en toetsen scenario’s in het onderzoek.
– Noemt toepassingsmogelijkheden van verschillende analysemodellen (w.o. barrièremodellen, databases, toets systemen en sociale netwerkanalyse) voor analysedoeleinden.
– Identificeert herbruikbare informatie.
– Formuleert kernconclusies o.b.v. de geïnterpreteerde informatie.
– Bedenkt en maakt (evidenced-based) aanpakstrategieën, interventies en interventiematrixen.
– Reflecteert op vraagstelling versus eindproduct (interne kwaliteitstoetsing).
– Verwerkt alle uitkomsten in een rapportage: kernfactoren, oorzaken en gevolg en hoe deze factoren onderling samenhangen, doet aanbevelingen en adviseert.
– Geeft mogelijke interventies in de rapportage aan. De analist doet in zijn rapportage aanbevelingen als onderdeel van een advies en presenteert dit. Aanbevelingen kunnen zeer uiteenlopend zijn, van nadere informatie inwinning tot de keuze voor een bepaalde interventiestrategie.
– Monitort het eigen product (diensten/adviezen) d.w.z. volgt de voortgang en ondersteunt in de keten en vooral ook de opvolging daarvan.
– Visualiseert met de diverse beschikbare tools en past verschillende visualisatietechnieken toe (tijdlijn, schema’s, geografische kaarten).
– Presenteert bevindingen overtuigend, gevarieerd en efficiënt, afgestemd op de doelgroep, van gevisualiseerde data middels de verschillende tools.
– Gaat op de juiste manier om met weerstand en ‘spreekt tegen’ (gaat in gesprek vanuit het vak, waardevrij oordelen).
- Regeling
- Regeling politieonderwijs
- Soort
- Ministeriële regeling
- Geldend vanaf
- 30-05-2026
- BWB-id
- BWBR0049610
- Versie
- 2026-05-30_0