61 — Kwalificatiedossier Hulpofficier van Justitie Regeling politieonderwijs
Kwalificatiedossier Hulpofficier van Justitie
De hulpofficier van justitie:
Vakkennis
1. Heeft kennis van de wet- en regelgeving die relevant is voor de uitoefening van zijn taken en bevoegdheden;
(niet alle wet- en regelgeving in de volle breedte, maar toegespitst op strafrecht, strafvordering en de bijzondere wetgeving waar de hulpofficier in zijn dagelijkse praktijk mee te maken heeft)
2. Heeft kennis van de werkprocessen, procedures en protocollen die relevant zijn voor de uitoefening van zijn taken en bevoegdheden;
(omvat ook kennis van politiesystemen zoals bijv. BVH en het gebruik daarvan)
Vakvaardigheden
3. Toetst in voorkomende situaties de wetmatigheid, rechtmatigheid, proportionaliteit en subsidiariteit van ingezette en in te zetten bevoegdheden;
(juridisch analyseren, al dan niet met behulp van het JAM)
4. Treedt op als aanspreekpunt voor interne en externe actoren;
(omvat naast het OM ook bijv. de GGD, jeugdzorg, gemeente etc.; aanspreekpunt zijn is breder strafvorderlijke handelingen, denk bijv. aan toepassing BOPZ, Vreemdelingenwet)
5. Past vakkennis toe;
(zowel vanuit wet- en regelgeving als vanuit werkprocessen, procedures en protocollen; bijv. daadwerkelijk de juiste formulieren ophalen uit BVH en deze goed gebruiken)
Praktijkrepertoire / Expertise
6. Neemt zelfstandig beslissingen v.w.b. prioritering, in te zetten bevoegdheden en afhandeling van zaken.
7. Onderhoudt een functionele lijn met het OM;
8. Werkt efficiënt en effectief samen met (keten)partners en andere instanties;
(doelmatig en doeltreffend werken)
9. Doet waar nodig een beroep op andere (externe) expertise;
10. Treedt op als coach voor collega’s inzake (wijzigingen in) wetgeving, procedures en correct politieoptreden;
(omvat begeleiding en feedback geven aan collega’s over houding en gedrag, niet vanuit een leidinggevende positie maar vanuit inhoudelijke verantwoordelijkheid het professionele gesprek voeren; geldt voor de periodieke hercertificering, niet van toepassing voor de basiscertificering)
Houding, oordeelsvermogen
11. Maakt verantwoorde afwegingen tussen algemeen belang en individueel belang;
12. Informeert en adviseert de leiding over correctheid van politieoptreden en naleving van protocollen;
(actief knelpunten en gevoeligheden signaleren, proactief en alert zijn)
13. Geeft collega’s gevraagd en ongevraagd feedback over de juridische standaard in producten;
(let bijv. op de kwaliteit van processen-verbaal en geeft advies over verbeteringen)
Ontwikkeling
14. Evalueert regelmatig het eigen optreden en de kwaliteit van eigen werkzaamheden;
(regelmatig = ca. 1 keer per jaar als onderdeel van de vaste resultaat en ontwikkelcyclus; het gaat hier niet over het optreden van collega’s (zie punt 10), maar over het eigen handelen)
15. Onderhoudt actief de eigen vakdeskundigheid.
(toekomstgericht, met het oog op de periodieke hercertificering; niet van toepassing voor de basiscertificering)
- Regeling
- Regeling politieonderwijs
- Soort
- Ministeriële regeling
- Geldend vanaf
- 30-05-2026
- BWB-id
- BWBR0049610
- Versie
- 2026-05-30_0