59 — Kwalificatiedossier Hoofd Taakorganisatie Regeling politieonderwijs
Kwalificatiedossier Hoofd Taakorganisatie
Kwalificatievereisten geven aan wat de student moet laten zien om te voldoen aan de eisen van de kwalificatie op het niveau van startbekwaamheid. De kwalificatievereisten zijn onderverdeeld in kerntaken, werkprocessen, competenties en bijbehorende gedragsindicatoren.
Kerntaak
Kerntaken geven de belangrijkste werkzaamheden van een beroepsoefenaar weer. In het geval van de Hoofd Taakorganisatie is er één kerntaak: Zorgdragen voor de preparatie van en leiding geven aan een expliciete taakorganisatie binnen een SGBO.
Werkproces
Een werkproces bestaat uit een aantal samenhangende activiteiten die horen bij een kerntaak. Die activiteiten hebben een begin, een eind en leiden tot een duidelijk resultaat. De kerntaak van de Hoofd Taakorganisatie kent drie werkprocessen.
Kerntaken | Werkprocessen
1. Zorgdragen voor de preparatie van en leiding geven aan een expliciete taakorganisatie binnen een SGBO. | 4.1 Voorbereiden van de inzet aan een taakorganisatie. 4.2 Sturing geven aan een taakorganisatie 4.3 Afronden van de inzet van een taakorganisatie
Voor ieder werkproces zijn gedragsindicatoren benoemd. Deze gedragsindicatoren zijn hetgeen waartoe het Hoofd Taakorganisatie wordt opgeleid. Daarmee zijn het die eisen die getoetst worden om te kunnen meten wanneer een student aan de eisen voldoet. Alle gedragsindicatoren moeten worden gezien binnen de aard en de context van het werk dat het Hoofd Taakorganisatie uitvoert. Gedragsindicatoren die voor deze doelgroep gelden, worden per werkproces puntsgewijs opgesomd onder het kopje ‘Gedrag’. Om de gedragsindicatoren beter te begrijpen, worden zij ingeleid door een algemene omschrijving. Deze algemene omschrijvingen zijn ook het niveau waarop kwalificatievereisten worden gebruikt in de context van de verantwoording aan de minister via de POR.
Werkproces 1.1: Voorbereiden van de inzet aan een taakorganisatie
Omschrijving | Competenties
Het hoofd taakorganisatie laat zich informeren over de verkregen opdracht of situatie en stelt gericht vragen ter verduidelijking. Op basis van zijn vakinhoudelijke expertise beoordeelt het hoofd taakorganisatie de aanwezige informatie op relevantie en betrouwbaarheid. Op basis van deze informatie bepaalt het hoofd taakorganisatie in welke mate zijn eigen taakorganisatie uitgerold dient te worden en maakt inzichtelijk welke (keten)partners hij nodig heeft. | • Mondelinge uitdrukkingsvaardigheid • Oordeelsvorming • Probleemanalyse
Gedrag
Het hoofd taakorganisatie: • Laat zich informeren door de algemeen commandant (hierna: AC) over de opdracht en stelt indien nodig vragen ter verduidelijking. • Analyseert de gekregen opdracht, stelt de kaders vast waarbinnen zijn taakorganisatie kan opereren en verzorgt de benodigde mensen, zowel intern als extern, en. • Stelt gerichte vragen om relevante informatie te vergaren en vraagt door op de verkregen antwoorden. • Verzamelt informatie uit verschillende bronnen en brengt deze informatie met elkaar in verband. • Analyseert en beoordeelt alle verzamelde beschikbare en ingewonnen informatie op betrouwbaarheid en relevantie, doorziet verbanden en interpreteert onvolledige en tegengestelde informatie. • Houdt rekening bij het inrichten van de taakorganisatie met mogelijke problemen of kritische situaties.
Werkproces 1.2: Sturing geven aan een taakorganisatie
Omschrijving | Competenties
Het hoofd taakorganisatie stelt een algemeen beeld van de situatie op naar aanleiding van de opdracht, aanwezige informatie en zijn inhoudelijke expertise. Hij deelt zijn beeld met de SGBO en vult informatie aan waar nodig. Op basis van het vastgestelde beeld (door de AC) werkt het hoofd taakorganisatie risico’s en scenario’s uit van wat er kan gaan gebeuren. Per uitgewerkt scenario maakt het hoofd taakorganisatie een inschatting van de ernst en mogelijke implicaties. Dit deelt hij met de SGBO. Op basis hiervan doet het hoofd taakorganisatie een voorstel voor passende maatregelen. Deze maatregelen hebben tot doel om onrust/spanningen in de samenleving te voorkomen of te verminderen. In samenspraak met de SGBO en onder verantwoordelijk van de AC wordt vastgesteld welke maatregelen het hoofd taakorganisatie uit kan gaan voeren in gezamenlijkheid met zijn taakorganisatie. Het hoofd taakorganisatie monitort voortdurend het effect van de ingezette maatregelen. | • Besluitvaardigheid • Maatschappelijke oriëntatie • Mondelinge uitdrukkingsvaardigheid • Overtuigingskracht • Probleemanalyse • Samenwerken • Stressbestendigheid • Resultaatgerichtheid
Gedrag
Het hoofd taakorganisatie: • Schetst een actueel en objectief beeld van de situatie voor zijn specifieke werkgebied en bepaalt of aanvullende informatie nodig is. • Deelt zijn beeld van de situatie met de SGBO en draagt bij aan het maken van een compleet beeld van de situatie. • Brengt risico’s in kaart en houdt daarbij rekening met de processen binnen de SGBO, zijn taakorganisatie, de (keten)partners en andere betrokkenen. • Werkt scenario’s uit met meerdere strategieën en houdt daarbij rekening met de praktische uitvoerbaarheid, maatschappelijke en politieke effecten en de beleidsuitgangspunten. • Stelt op basis van het meest waarschijnlijke scenario maatregelen voor en ondersteunt dit met weloverwogen en onderbouwde argumenten. • Brengt in de formulering van de maatregelen een heldere en logische structuur aan en doseert de informatie. • Is alert bij het voorstellen van de maatregelen op de praktische uitvoerbaarheid, maatschappelijke en politieke effecten en de beleidsuitgangspunten. • Doorgrondt ad hoc situaties snel en past zijn geadviseerde maatregelen aan waarbij hij rekening houdt met de praktische uitvoerbaarheid, de politieke en/of maatschappelijke effecten en de beleidsuitgangspunten. • Volgt actief het verloop van de situatie en past zijn handelen en gekozen strategie aan als veranderende omstandigheden dat vereisen. • Stemt af met de SGBO en eventuele (keten)partners om te waarborgen dat strategieën op elkaar aansluiten. • Hanteert onderbouwde argumenten en toetst of er voldoende draagvlak is voor de door hem geformuleerde maatregelen. • Laat tijdig gerichte maatregelen uitwerken.
Werkproces 1.3: Afronden van de inzet van de taakorganisatie
Omschrijving | Competenties
Het hoofd taakorganisatie verstrekt aan dienst opvolger informatie over het verloop van de tot dan toe uitgevoerde opdracht, maatregelen en adviezen. Het hoofd taakorganisatie stelt zich kritisch op ten aanzien van het team functioneren en zijn eigen functioneren. Op basis van zijn ervaringen doet hij, indien nodig en gewenst, verbeteringsgerichte suggesties. | • Mondelinge uitdrukkingsvaardigheid • Zelfreflectie
Gedrag
Het hoofd taakorganisatie: • Weet op duidelijke en vlotte manier te communiceren over de werkzaamheden die hij heeft uitgevoerd tijdens de inzet, bespreekt hoe de opdracht tot dan toe is verlopen en controleert of zijn boodschap is overgekomen. • Bespreekt welke maatregelen tot dan toe zijn genomen, licht toe waarom deze maatregelen zijn ingezet en benoemt welke partners betrokken waren. • Benoemt welke maatregelen nog genomen dienen te worden op basis van de tot dan toe beschikbare informatie. • Draagt zorg dat de relevante details met betrekking tot verloop van de inzet beschikbaar zijn. • Reflecteert op eigen gedrag, op de eigen rol en op het eigen persoonlijk functioneren, formuleert verbeterpunten en vertaalt dit naar nieuw gedrag. • Staat open voor feedback en kan constructief en tactvol feedback geven aan collega’s binnen een SGBO.
- Regeling
- Regeling politieonderwijs
- Soort
- Ministeriële regeling
- Geldend vanaf
- 30-05-2026
- BWB-id
- BWBR0049610
- Versie
- 2026-05-30_0