wetzoeker

58 — Kwalificatiedossier Hondengeleider (deel 1) Regeling politieonderwijs

Kwalificatiedossier Hondengeleider

Kwalificatievereisten geven aan wat de student moet laten zien om te voldoen aan de eisen van de kwalificatie op het niveau van startbekwaamheid. De kwalificatievereisten zijn onderverdeeld in kerntaken, werkprocessen, competenties en bijbehorende gedragsindicatoren.

Het niveau van vakbekwaamheid is beschreven in De professionele standaard Hondenprofessionals. Dit valt buiten de scope van dit document. Geadviseerd wordt dat de startbekwame Hondengeleider kennis neemt van de professionele standaard.

Kerntaak

Kerntaken geven de belangrijkste werkzaamheden van een beroepsoefenaar weer. In het geval van de Hondengeleider is er één kerntaak: het uitvoeren van operationele politietaken waarbij de ondersteuning van een politiehond van meerwaarde is aan het proces.

Werkproces

Een werkproces bestaat uit een aantal samenhangende activiteiten die horen bij een kerntaak. Die activiteiten hebben een begin, een eind en leiden tot een duidelijk resultaat. De kerntaak van de Hondengeleider kent vier werkprocessen.

Kerntaken | Werkprocessen

1. Het uitvoeren van operationele politietaken waarbij de ondersteuning van een politiehond van meerwaarde is aan het proces. | 1. Verzorgen van de hond 2. Trainen van de hond 3. Inzetten van de hond 4. Certificering van de combinatie

Voor ieder werkproces zijn gedragsindicatoren benoemd. Deze gedragsindicatoren zijn hetgeen waartoe de Hondengeleider wordt opgeleid. Daarmee zijn het die eisen die getoetst worden om te kunnen meten wanneer een student aan de eisen voldoet. Alle gedragsindicatoren moeten worden gezien binnen de aard en de context van het werk dat de Hondengeleider uitvoert. Gedragsindicatoren die voor deze doelgroep gelden, worden per werkproces puntsgewijs opgesomd onder het kopje ‘Gedrag’. Om de gedragsindicatoren beter te begrijpen, worden zij ingeleid door een algemene omschrijving. Deze algemene omschrijvingen zijn ook het niveau waarop kwalificatievereisten worden gebruikt in de context van de verantwoording aan de minister via de POR.

Deze kwalificatie heeft drie uitstroomprofielen, namelijk:

• TSH (team surveillancehonden);

• SSD (speur- en specialistische dieren);

• DSI (dienst speciale interventies).

Hieronder staan de gedragsindicatoren behorende bij deze drie uitstroomprofielen weergegeven. Werkproces 1 en werkproces 2 zijn voor alle uitstroomprofielen van toepassing. Binnen werkproces 3 en werkproces 4 staat aangegeven welke gedragsindicator bij welk uitstroomprofiel behoort. Op dit niveau lijkt het soms dat uitstroomprofielen exact hetzelfde zijn, maar is de daadwerkelijke invulling van de abstract beschreven gedragsindicatoren verschillend. Dit verschil is terug te zien in de beoordelingscriteria in de examendocumenten van de opleidingen behorende bij de uitstroomprofielen.

Werkproces 1: Verzorgen van de hond

Omschrijving | Competenties

De hondengeleider verzorgt de hond en heeft aandacht voor diens welzijn. Hij kan onder woorden brengen hoe het met de hond is gesteld en, indien nodig, welke zorg de hond nodig heeft. Hij beschikt over kennis van de fysieke en emotionele behoeften van de hond. Hij herkent veelvoorkomende blessures en afwijkingen en weet op welke wijze hij eerste hulp kan bieden aan een hond. | • Inlevingsvermogen • Mondelinge uitdrukkingsvaardigheid • Samenwerken

Gedrag

De hondengeleider: • heeft kennis van de Wet dieren en het Besluit houders van dieren en kan deze kennis toepassen • heeft aandacht voor het welzijn van de hond • is communicatief in staat om de behoeften van de hond te verwoorden en daarnaar te handelen • observeert, duidt, benoemt en herkent het gedrag van de hond • weet welke verzorging de hond nodig heeft op het gebied van voeding, vacht, huisvesting, en mentaal- en fysiek welzijn en handelt hiernaar • heeft kennis van de meest voorkomende fysieke afwijkingen, gedragsafwijkingen en blessures van de hond • biedt tijdig eerste hulp aan bij verwondingen van de hond en schakelt indien nodig en tijdig professionele medische zorg in

Werkproces 2: Trainen van de hond

Omschrijving | Competenties

De hondengeleider kent de basis van de leerprincipes en hondengedrag en kan deze kennis toepassen tijdens de training van de hond. Hij kan het gedrag van zijn hond interpreteren en weet op welke verantwoorde wijze hij de hond vaardigheden aanleert. Tevens is hij zich bewust van het effect van zijn gedrag op de hond en kan hij hierop reflecteren. | • Flexibel gedrag • Initiatief • Inlevingsvermogen • Samenwerken • Zelfreflectie

Gedrag

De hondengeleider: • kan zijn eigen trainingsbehoefte en die van de hond formuleren • brengt en houdt de hond beheersbaar en betrouwbaar • observeert, duidt, benoemt en herkent het gedrag van de hond en past de daaruit verkregen informatie toe om een effectieve trainingsinterventie te initiëren • weet welk effect zijn eigen gedrag heeft op de hond en anticipeert daarop • is in staat de basiscommando’s aan te leren, te onderhouden, te verbeteren en deze uit te laten voeren in verschillende contexten • neemt samen met de hond verschillende obstakels op een veilige en verantwoorde manier • past kennis van geuren waar de hond op wordt getraind, geurverspreiding en -waarneming, toe in de opbouw en uitvoering van trainingen en voorkomt contaminatie van geurbronnen in de trainingsomgeving • handelt bij training conform relevante wet- en regelgeving, waaronder voorschriften met betrekking tot geurstoffen en het afwegingskader voor het gebruik van aversieven • reflecteert op eigen gedrag en vorderingen en houdt hier verslaglegging van bij • is in staat feedback te ontvangen van anderen en kan deze feedback vertalen naar een nieuwe trainingsaanpak • ondersteunt bij training van collega’s (o.a. pakwerk en het wegleggen van geurbronnen)

Werkproces 3: inzetten van de hond

Omschrijving | Competenties

De hondengeleider dient tijdens een operationele inzet zowel proactief als reactief op te treden. Hij voert, ook in hectische en verzwarende omstandigheden, doortastend zijn werkzaamheden uit, waarbij hij rekening houdt met de (juridische) grenzen en consequenties. Hij verliest zijn eigen veiligheid, de veiligheid van de hond en de veiligheid van derden niet uit het oog. Binnen het eigen specialisme adviseert hij gevraagd en ongevraagd over de mogelijkheden en houdt hierbij rekening met zijn eigen (on)mogelijkheden en die van de hond. Hij is in staat te anticiperen op veranderende omstandigheden en zijn advies of handelen hierop aan te passen. Hij kan tevens leerpunten destilleren uit de inzet en hier verbeterpunten voor formuleren. | • Flexibel gedrag • Initiatief • Oordeelsvorming • Samenwerken • Stressbestendigheid • Zelfreflectie

Gedrag

De hondengeleider: | TSH | SSD | DSI

• bewaakt voor, tijdens en na de inzet het welzijn van de hond | x | x | x

• kent de wettelijke en professionele inzetcriteria en kan deze toepassen tijdens de inzet | x | x | x

• beheerst de functie-specifieke procedures (o.a. omgaan met gevaarlijke stoffen, schild en stroomstok) | x | x | x

• kan professioneel en doelgericht mono- en multidisciplinair samenwerken (o.a. met andere hondengeleiders van dezelfde of een andere discipline, als met andere politieonderdelen of ketenpartners) om een effectieve bijdrage aan de operatie te leveren | x | x | x

• functioneert zelfstandig en flexibel, en adviseert en handelt op basis van de inschatting van eigen (on)mogelijkheden en die van de hond, ook bij wisselende omstandigheden | x | x | x

• kan gemaakte keuzes ten aanzien van de inzet onderbouwen met weloverwogen argumenten | x | x | x

• kan (gevraagd en ongevraagd) binnen de grenzen van de inzet en het eigen specialisme oplossingen aandragen en meedenken | x | x | x

• kan voortdurend signalen van de hond interpreteren en afhankelijk van de situatie proactief of reactief handelen, waarbij rekening wordt gehouden met de (juridische) consequenties | x | x | x

• beweegt zich op verantwoorde en correcte wijze in de openbare ruimte en tussen mensen | x | x | x

Regeling
Regeling politieonderwijs
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
30-05-2026
BWB-id
BWBR0049610
Versie
2026-05-30_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl