wetzoeker

4 — Kwalificatiedossier Algemeen Commandant Regeling politieonderwijs

Kwalificatiedossier Algemeen Commandant

Kwalificatievereisten geven aan wat de student moet laten zien om te voldoen aan de eisen van de kwalificatie op het niveau van startbekwaamheid. De kwalificatievereisten zijn onderverdeeld in kerntaken, werkprocessen, competenties en bijbehorende gedragsindicatoren.

Kerntaak

Kerntaken geven de belangrijkste werkzaamheden van een beroepsoefenaar weer. In het geval van de Algemeen Commandant (hierna: AC) is er één kerntaak: Zorgdragen voor de preparatie van en leiding geven aan een expliciet SGBO.

Werkproces

Een werkproces bestaat uit een aantal samenhangende activiteiten die horen bij een kerntaak. Die activiteiten hebben een begin, een eind en leiden tot een duidelijk resultaat. De kerntaak van de AC kent drie werkprocessen.

Kerntaken | Werkprocessen

1. Zorgdragen voor de preparatie van en leiding geven aan een expliciet SGBO. | 1.1 Voorbereiden van de inzet 1.2 Sturing geven aan de inzet 1.3 Afronden van de inzet

Voor ieder werkproces zijn gedragsindicatoren benoemd. Deze gedragsindicatoren zijn hetgeen waartoe de AC wordt opgeleid. Daarmee zijn het die eisen die getoetst worden om te kunnen meten wanneer een student aan de eisen voldoet. Alle gedragsindicatoren moeten worden gezien binnen de aard en de context van het werk dat de AC uitvoert. Gedragsindicatoren die voor deze doelgroep gelden, worden per werkproces puntsgewijs opgesomd onder het kopje ‘Gedrag’. Om de gedragsindicatoren beter te begrijpen, worden zij ingeleid door een algemene omschrijving. Deze algemene omschrijvingen zijn ook het niveau waarop kwalificatievereisten worden gebruikt in de context van de verantwoording aan de minister via de POR.

Werkproces 1.1: Voorbereiden van de inzet

Omschrijving | Competenties

De AC is in staat om relevante informatie voor het grootschalig en bijzonder optreden te beoordelen en de situatie of verkregen opdracht in te schatten. Op basis van deze informatie bepaalt de AC in welke mate de taakorganisatie op functioneel niveau uitgerold dient te worden door de benodigde hoofden en activeert hun ondersteuning, en stelt daarmee zijn SGBO samen. De AC draagt zorg voor de afstemming met en tussen de hoofden in de taakorganisatie, de eigen staf-AC, bevoegd gezag (eenheidsleiding, burgemeester en hoofdofficier van justitie, danwel afgevaardigden hiervan) en (multi) partners. | • Mondelinge uitdrukkingsvaardigheid • Organisatievermogen • Probleemanalyse

Gedrag

De AC: • Laat zich informeren door de Eenheidsleiding over de opdracht en stelt indien nodig vragen ter verduidelijking. • Analyseert de beschikbare informatie op volledigheid, betrouwbaarheid en relevantie, en ziet verbanden. • Stelt kaders vast waarbinnen geopereerd kan worden en stelt op basis hiervan zijn SGBO samen. • Houdt rekening bij het inrichten van de SGBO met mogelijke problemen of kritische situaties. • Stemt af met het bevoegd gezag en (multi) partners over de te behalen prestaties, het beleid en de opdracht en vertaalt dit naar een passend handelingskader. • Organiseert de benodigde middelen en randvoorwaarden aansluitend bij de verkregen opdracht. • Creëert en onderhoudt een veilige werkomgeving in de SGBO.

Werkproces 1.2: Sturing geven aan de inzet

Omschrijving | Competenties

Op basis van de verkregen opdracht laat de AC de hoofden taakorganisatie relevante informatie verzamelen voor de inzet van de SGBO en stuurt aan op het vormen van een algemeen beeld van de situatie. De AC draagt zorg voor het vaststellen van eenduidig beeld en vult informatie aan waar nodig. Voor het vormen van een oordeel van de situatie laat de AC de hoofden taakorganisatie potentiële risico’s en scenario’s uitwerken, gevolgd door mogelijk in te zetten maatregelen. De AC houdt rekening met de mogelijke effecten van de voorgestelde maatregelen in relatie tot de verkregen opdracht en de kaders en bepaalt de prioritering van de maatregelen. Vervolgens geeft de AC de opdracht aan de hoofden taakorganisatie om de geprioriteerde maatregelen uit te voeren. De AC laat zich continu informeren over het effect van de ingezette maatregelen. | • Besluitvaardigheid • Oordeelvorming • Politiek-bestuurlijke sensitiviteit • Resultaatgerichtheid • Samenbindend leidinggeven

Gedrag

De AC: • Laat een beeld van de situatie schetsen, geeft hier betekenis aan en bepaalt of aanvullende informatie noodzakelijk is. • Anticipeert op en onderkent de relevantie van het algemeen beeld in de politieke en/of maatschappelijke context en houdt hierbij rekening met de positionering van de politie. • Vertaalt de verkregen opdracht in een strategie en operationele doelen, verwerkt dit in een handelingskader en houdt daarbij rekening met de politieke en bestuurlijke context. • Laat risico’s en scenario’s uitwerken met meerdere strategieën en monitort of rekening gehouden wordt met het draagvlak, praktische uitvoerbaarheid, beleidsuitgangspunten en de verkregen opdracht. • Schat de aangedragen risico’s in op kans en effect, zowel voor de processen binnen de taakorganisatie, die van de (keten)partners als van andere belanghebbenden. • Stuurt aan op een eenduidige afstemming met de hoofden taakorganisatie en eventuele (keten)partners om te waarborgen dat strategieën op elkaar aansluiten. • Laat tijdig gerichte maatregelen uitwerken door de taakorganisatie, doorgrondt ad hoc situaties, houdt overzicht in kritische situaties en voorziet zelf in passende maatregelen waar nodig. • Stuurt aan op de uitvoering van de geprioriteerde maatregelen door de hoofden taakorganisatie en stemt het advies voor de maatregelen af met de opdrachtgever. • Zorgt continu voor eenduidige beeldvorming, oordeelsvorming en besluitvorming in een SGBO.

Werkproces 1.3: Afronden van de inzet

Omschrijving | Competenties

De AC verstrekt aan diens opvolger (AC) eenduidige informatie over het verloop van de tot dan toe uitgevoerde opdracht, maatregelen en adviezen. De AC stelt zich kritisch op ten aanzien van het team functioneren en zijn eigen functioneren. Op basis van zijn ervaringen doet hij, indien nodig en gewenst, verbeteringsgerichte suggesties. | • Mondelinge uitdrukkingsvaardigheid • Zelfreflectie

Gedrag

De AC: • Weet op een duidelijke en zakelijke manier te communiceren over de werkzaamheden die hij heeft uitgevoerd tijdens de inzet, bespreekt hoe de opdracht tot dan toe is verlopen en controleert of zijn boodschap is overgekomen. • Bespreekt welke maatregelen tot dan toe zijn genomen, licht toe waarom deze maatregelen zijn ingezet en benoemt welke partners betrokken waren. • Benoemt welke maatregelen nog genomen dienen te worden op basis van de tot dan toe beschikbare informatie. • Draagt zorg dat de relevante details met betrekking tot verloop van de inzet beschikbaar zijn. • Reflecteert op eigen gedrag, op de eigen rol en op het eigen persoonlijk functioneren, formuleert verbeterpunten en vertaalt dit naar nieuw gedrag. • Staat open voor feedback en kan constructief en tactvol feedback geven aan collega’s binnen een SGBO.

Regeling
Regeling politieonderwijs
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
30-05-2026
BWB-id
BWBR0049610
Versie
2026-05-30_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl