wetzoeker

Examenvereisten Regeling politieonderwijs

• Onderscheidt hoofd- en bijzaken, onderbouwt keuzes en brengt structuur aan in het opsporingsonderzoek.

• Heeft oog voor vluchtige informatie, is alert op het herkennen van belangrijke informatie en weet dit te gebruiken in het opsporingsonderzoek.

• Legt vragen en duidelijke vervolgstappen vast aan de hand van gegeven informatie, deze sluiten aan op de zaak en geven richting aan het optreden.

• Bouwt een vertrouwensband op met de direct betrokkenen zonder de doelen van het opsporingsonderzoek uit het oog te verliezen.

• Kan omgaan met grote emotionele druk.

• Brengt informatie over, houdt hierbij rekening met de gevoeligheid van informatie voor de direct betrokkenen.

• Bewaart afstand, bewaakt de professionele grenzen in het contact met direct betrokkenen passend bij de kernwaarden van de politie.

• Houdt rekening met tactische en juridische gevolgen van het optreden voor het opsporingsonderzoek en kent de grenzen van de eigen bevoegdheid.

• Kan omgaan met het spanningsveld tussen belangen van direct betrokkenen en het onderzoeksteam, bepaalt een tactiek om hiermee om te gaan.

• Haalt en brengt informatie over aan direct betrokkenen en het onderzoeksteam, houdt hierbij rekening met relativiteit van informatie.

• Werkt samen als koppel (met een andere familierechercheur), kan hierover reflecteren en ziet de belangen en gevaren van de samenwerking.

Regeling
Regeling politieonderwijs
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
30-05-2026
BWB-id
BWBR0049610
Versie
2026-05-30_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl