wetzoeker

139 — Kwalificatiedossier Voortgezette Rijvaardigheid Motor (VRM) Regeling politieonderwijs

Kwalificatiedossier Voortgezette Rijvaardigheid Motor (VRM)

De kwalificatievereisten zijn onderverdeeld in kerntaken, werkprocessen, competenties en bijhorende gedragsindicatoren. Kerntaken geven de belangrijkste werkzaamheden van een beroepsoefenaar weer en zijn voor het werkveld een logische en herkenbare combinatie van leeruitkomsten, passend bij een functie, rol of expertise uit het werkveld.

Leeruitkomsten beschrijven wat een student geacht wordt te weten, te begrijpen en te kunnen toepassen na afronding van een leerperiode of de opleiding in zijn geheel (NVAO, 2015). Om dit inzichtelijk te maken, is dit weergegeven in werkprocessen en bijbehorende competenties en gedragsindicatoren.

Een werkproces bestaat uit een aantal samenhangende activiteiten die horen bij een kerntaak. Die activiteiten hebben een begin, een eind en leiden tot een duidelijk resultaat.

De kerntaken, werkprocessen en gedragsindicatoren voor de VRM worden in de tabellen hieronder weergegeven.

Kerntaken | Werkprocessen

Het uitvoeren van de werkzaamheden van een motorrijder categorie B. | • Rijvaardigheid • Sluitrijder Basis

Werkproces 1: Eigen rijvaardigheid

Omschrijving | Competenties

In het rijtechnische deel van de opleiding leert de student zich in overeenstemming met het gestelde in de Brancherichtlijn Politie verplaatsen en verricht werkzaamheden vanuit de dynamiek (handhaving). | Vereiste competenties Generalist GGP: • Initiatief • Gezag • Stressbestendigheid • Zelfreflectie • Flexibel gedrag • Samenwerken • Sociale vaardigheid

Gedragsindicatoren

De B- motorrijder: Zorg dragen voor de veiligheid • draagt zorg voor zijn eigen veiligheid en die van zijn omgeving. Anticiperen en verkeersinzicht • schat, op basis van kijktechniek weersomstandigheden, weg- en verkeerssituaties op een juiste manier in. Neemt op basis van deze inschatting tijdig logische beslissingen. • maakt effectief gebruik van de taal van de weg en speelt tijdig in op de gedragingen van andere weggebruikers. • herkent de beperkingen en de mogelijkheden van het verkeer en maakt daar zo nodig effectief gebruik van. Uitvoeren rijtechnieken • toont een veilige en beheerste voertuigbediening. • voert de rijtaken, waaronder de secundaire voertuigbediening, onder alle omstandigheden op de juiste wijze en verkeersveilig uit. • benut de meerwaarde van de motor, zoals de wendbaarheid, de handelbaarheid en de beperkte breedte zo optimaal mogelijk. • voert, zowel tijdens het rijden onder normale omstandigheden, als tijdens het rijden van zoek-, volg- en spoedopdrachten, onder andere de onderstaande rijtechnieken op een tactische, veilige en technisch juiste wijze uit: − bochtentechniek − inhaaltechniek − veranderen van richting − berijden van auto(snel)wegen − bijzondere verrichtingen, zoals keren, manoeuvreren en stapvoets rijden − rijden op bijzondere weggedeelten, kruisingen en splitsingen van wegen − rijden met hoge snelheden Wettelijke bepalingen toepassen • past de verkeerswetgeving op correcte wijze toe. • maakt in voorkomende gevallen proportioneel gebruik van de verleende vrijstellingen en handelt in alle gevallen in overeenstemming met de Brancherichtlijn. Risicoperceptie toepassen • herkent risicovolle situaties en past het rijgedrag hier bewust op aan. Beslissingsvaardigheid/prioritering tonen • Neemt vlot en daadkrachtig beslissingen zonder dat hierbij de rijtechnieken en de veiligheid in het geding komen. Professionele beroepshouding tonen • handelt professioneel en integer, overeenkomstig de waarden en missie van de Nationale Politie. De daarin benoemde kernwaarden van de politie zijn: integer, betrouwbaar, moedig en verbindend.

Werkproces 2: Sluitrijder basis

Omschrijving | Competenties

In het onderdeel ‘Sluitrijder basis’ van de opleiding leert de student op een opvallende surveillancemotor, op een veilige doeltreffende wijze zijn werkzaamheden als sluitrijder basis binnen een verkeerstechnische begeleiding uit te voeren. Ook voor dit werkproces geldt dat de student zich in overeenstemming met het gestelde in de Brancherichtlijn Politie leert verplaatsen. | Vereiste competenties Generalist GGP: • Initiatief • Gezag • Stressbestendigheid • Zelfreflectie • Flexibel gedrag • Samenwerken • Sociale vaardigheid

Gedragsindicatoren

De motorrijder B: Voorbereiden begeleidingsactie • overziet de route en de kritieke punten in de route. Begeleidingsvaardigheden toepassen • neemt beslissingen die het meest logisch en best passend zijn in de situaties die hij tegenkomt. • neemt beslissingen vlot, goed getimed, weloverwogen en daadkrachtig. • gebruikt proportioneel de bevoegdheden t.a.v. verkeersregelend optreden, de vrijstelling en de wettelijke bepalingen. • geeft bij het verkeersregelend optreden duidelijke tekens en regelt het verkeer op veilige wijze, passend bij de gekozen begeleidingsvorm. • werkt samen met collega’s en draagt bij aan een optimale teamprestatie. Veiligheid waarborgen • draagt zorg voor zijn eigen veiligheid en die van zijn omgeving. Communiceren • communiceert zowel voor, tijdens als na de begeleiding op duidelijke en volledige wijze met zijn medebegeleiders, chauffeur(s) van de te begeleiden voertuig(en) en eventuele andere betrokkenen. Maakt daarbij effectief gebruik van de beschikbare communicatiemiddelen. Professionele beroepshouding tonen • handelt professioneel en integer, overeenkomstig de waarden en missie van de Nationale Politie. De daarin benoemde kernwaarden van de politie zijn: integer, betrouwbaar, moedig en verbindend. Begeleidingsactie evalueren • evalueert effectief hoe zijn handelen heeft bijgedragen aan de verkeerstechnische begeleiding.

Regeling
Regeling politieonderwijs
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
30-05-2026
BWB-id
BWBR0049610
Versie
2026-05-30_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl