121 — Kwalificatiedossier Teamleider bij CBRN-Explosieven veiligheid (deel 1) Regeling politieonderwijs
Kwalificatiedossier Teamleider bij CBRN-Explosieven veiligheid
De kwalificatievereisten zijn onderverdeeld in kerntaken, werkprocessen, competenties en bijhorende gedragsindicatoren.
Kerntaken geven de belangrijkste werkzaamheden van een beroepsoefenaar weer. De TEV heeft één belangrijke kerntaak, namelijk het leidinggeven bij een CBRN-E veiligheidsonderzoek.
Bij de kerntaken zijn diverse werkprocessen benoemd. Een werkproces bestaat uit een aantal samenhangende activiteiten die horen bij een kerntaak. Die activiteiten hebben een begin, een eind en leiden tot een duidelijk resultaat. De volgende werkprocessen kunnen voor een TEV onderscheiden worden bij de kerntaak:
Kerntaak | Werkprocessen
Het leidinggeven bij een CBRN-E veiligheidsonderzoek | 1. Beoordelen van de melding/opdracht 2. Analyse van de dreiging 3. Organiseren van verkenning en nemen van beheersmaatregelen 4. Verzorgen van een veiligheidsbriefing 5. Aansturen van de operationele inzet 6. Verzorgen van de afhandeling
Voor ieder werkproces zijn gedragsindicatoren uitgewerkt. Alle gedragsindicatoren moeten worden gezien binnen de aard en de context van het werk dat de TEV op het niveau van startbekwaamheid uit moet kunnen voeren en om het bijbehorende certificaat te kunnen ontvangen. Per werkproces zijn de relevante competenties verweven in de gedragsindicatoren. Om de kerntaak en werkprocessen adequaat uit te kunnen voeren, dient de TEV te beschikken over de volgende competenties: besluitvaardigheid, flexibel handelen, individugericht leidinggeven, maatschappelijke oriëntatie, mondelinge uitdrukkingsvaardigheid, oordeelsvorming, politiek-bestuurlijke sensitiviteit, probleemanalyse, samenwerken, stressbestendigheid en zelfreflectie.
De competenties zijn dus verweven in de beschreven gedragsindicatoren per werkproces en vormen daarmee een onlosmakelijk onderdeel van onderwijs en examinering.
Werkproces 1: Beoordelen van de melding/opdracht
Omschrijving | Competenties
De TEV achterhaalt informatie over de locaties die verkent/doorzocht dienen te worden en de beschikbare middelen en materialen door open vragen te stellen, door te vragen op informatie en samen te vatten. Hij heeft daarnaast aandacht voor intonatie en non-verbale signalen. | • Mondelinge uitdrukkingsvaardigheid • Probleemanalyse
Gedrag
De TEV • Luistert actief naar de melding of opdracht en kent de juiste betekenis toe aan intonatie en rand informatie • Verzamelt relevante informatie over de situatie en de beschikbare middelen door open en duidelijke vragen te stellen aan de inlichtingenverstrekker en vraagt door op eerder gegeven antwoorden • Is in staat om hoofd- en bijzaken te onderscheiden in de verkregen informatie
Werkproces 2: Analyse van de dreiging
Omschrijving | Competenties
De TEV analyseert de verkregen informatie van de inlichtingenverstrekker en maakt een reële inschatting van het dreigingsniveau. Hij beoordeelt of de melding als serieus, loos of vals geclassificeerd kan worden. Hij onderbouwt zijn analyse en beoordeling met weloverwogen argumenten en voorziet de incident coördinator van een niet vrijblijvend advies. | • Maatschappelijke oriëntatie • Oordeelsvorming • Mondelinge uitdrukkingsvaardigheid • Politiek-bestuurlijke sensitiviteit
Gedrag
De TEV • Analyseert de melding of opdracht op zorgvuldige en accurate wijze • Maakt een zorgvuldige en reële inschatting van de speelruimte, dreiging en veiligheidsrisico’s op basis van de verkregen informatie • Weegt mogelijkheden en veiligheidsrisico’s af, alvorens te beslissen of de melding serieus loos of vals is • Durft hierover een standpunt in te nemen en houdt daarbij rekening met de politiek-bestuurlijke gevoeligheid van onderwerpen • Beargumenteert en motiveert op overtuigende wijze zijn niet vrijblijvende advies aan de incident coördinator
Werkproces 3: Organiseren van verkenning en nemen van beheersmaatregelen
Omschrijving | Competenties
De TEV wint relevante informatie in via plattegronden van de locaties, stakeholders of het aanspreekpunt van de incidentlocatie. Op basis van deze informatie maakt hij een inschatting van de benodigde tijd, materialen, middelen en mogelijk gewenste ondersteuning. Daarnaast maakt hij integer en respectvol afspraken met de stakeholders over wat hij van hen verwacht, waarbij hij rekening houdt met de wet- en regelgeving op het gebied van Arbo en Veiligheid. Bij een preventief CBRNE veiligheidsonderzoek bedenkt hij creatieve en alternatieve oplossingen als de stakeholders onverhoopt afspraken niet na kunnen komen. Bij een repressief CBRN-E veiligheidsonderzoek neemt hij preventieve veiligheidsmaatregelen en adviseert een effectieve ontruiming. | • Flexibel handelen • Probleemanalyse • Oordeelsvorming • Maatschappelijke oriëntatie • Mondelinge uitdrukkingsvaardigheid • Samenwerken
Gedrag
De TEV (bij een preventief CBRN-E veiligheidsonderzoek) • Bestudeert zorgvuldig plattegronden van de locaties • Informeert grondig naar specifieke bijzonderheden bij stakeholders/relevante personen van de locaties die verkent dienen te worden • Kan een inschatting maken van benodigde tijd, materialen, middelen en gewenste ondersteuning • Kan zich verplaatsen in de belangen en context van stakeholders en van daaruit reageren • Maakt afspraken met stakeholders over het schoon/leeg opleveren van de locatie, benodigde tijd, materialen en middelen • Kan creatieve en alternatieve oplossingen bedenken als de stakeholders niet kunnen voldoen aan hetgeen hij in gedachten heeft • Heeft kennis van de wet- en regelgeving op het gebied van Arbo en Veiligheid en kan dit vertalen naar concrete actiepunten De TEV (bij een repressief CBRN-E veiligheidsonderzoek) • Gaat ter plaatse en zoekt contact met het aanspreekpunt van de incidentlocatie zodat hij informatie krijgt over de lokale situatie • Neemt preventieve beheersmaatregelen zoals het stand-by laten staan van brandweer en ambulance op locatie en op het gebied van CBRN blootstelling/besmetting. • Regelt via de incident coördinator een effectieve ontruiming en bepaalt de reële afstand in relatie tot het vermoedelijk verdachte voorwerp en/of locatie waar deze zich kan bevinden. • Schat eigen mogelijkheden van team in en werkt vanuit het eigen vakgebied integer en respectvol samen met andere specialismen en disciplines voor ondersteuning bij specifieke taken (zoals adviseur gevaarlijke stoffen en functionarissen uit het CoPi en ROT) • Bepaalt waar de prioriteit van de verkenning ligt door na te gaan wat de persoon die het verdachte voorwerp geplaatst heeft, wil bereiken en welke mogelijkheden er waren om het verdachte voorwerp te plaatsen d.m.v. het analysemodel.
Werkproces 4: Verzorgen van een veiligheidsbriefing
Omschrijving | Competenties
De TEV spreekt met het benodigde aantal EV’ers af op een verzamelpunt en communiceert mondeling aan de hand van het vijfparagrafenmodel het plan van aanpak, waarbij hij rekening houdt met de capaciteiten van elke EV. Hij vat tussendoor samen en stelt vragen om na te gaan of de EV’ers hebben begrepen wat voor werkzaamheden en taken zij uit dienen te voeren. Ook beantwoord hij vragen die aan hem gesteld worden | • Samenwerken • Mondelinge uitdrukkingsvaardigheid • Individugericht leiding geven
Gedrag
- Regeling
- Regeling politieonderwijs
- Soort
- Ministeriële regeling
- Geldend vanaf
- 30-05-2026
- BWB-id
- BWBR0049610
- Versie
- 2026-05-30_0