wetzoeker

12 — Kwalificatiedossier Basis Rijvaardigheid Auto Regeling politieonderwijs

Kwalificatiedossier Basis Rijvaardigheid Auto

KSP modaliteit 2

Kwalificatievereisten

Kwalificatievereisten geven aan wat de student moet laten zien om te voldoen aan de eisen van de kwalificatie op het niveau van startbekwaamheid.

De kwalificatievereisten zijn onderverdeeld in kerntaken, werkprocessen, competenties en bijbehorende gedragsindicatoren.

Kerntaak

Kerntaken geven de belangrijkste werkzaamheden van een beroepsoefenaar weer. In het geval van de Basis Rijvaardigheid Auto is er één kerntaak: Het vlot, veilig en verantwoord besturen van een politievoertuig conform de (basis-)rijtaak.

Werkproces

Een werkproces bestaat uit een aantal samenhangende activiteiten die horen bij een kerntaak. Die activiteiten hebben een begin, een eind en leiden tot een duidelijk resultaat. De kerntaak van de Basis Rijvaardigheid Auto kent vijf werkprocessen.

Kerntaken | Werkprocessen

Het vlot, veilig en verantwoord besturen van een politievoertuig conform de (basis-) rijtaak. | 1. Voorbereiden besturen politievoertuig 2. Zoekopdracht vinden 3. Toepassen voertuigbeheersing en rijtechniek 4. Risicoperceptie, anticiperen en wettelijke bevoegdheden toepassen 5. Professionele beroepshouding tonen

Voor ieder werkproces zijn gedragsindicatoren benoemd. Deze gedragsindicatoren zijn hetgeen waartoe de politiemedewerker binnen de basis rijtaak wordt opgeleid. Daarmee zijn het die eisen die getoetst worden om te kunnen meten wanneer een student aan de eisen voldoet. Alle gedragsindicatoren moeten worden gezien binnen de aard en de context van het werk dat de politiemedewerker uitvoert. Gedragsindicatoren die voor deze doelgroep gelden, worden per werkproces puntsgewijs opgesomd onder het kopje ‘Gedrag’. Om de gedragsindicatoren beter te begrijpen, worden zij ingeleid door een algemene omschrijving. Deze algemene omschrijvingen zijn ook het niveau waarop kwalificatievereisten worden gebruikt in de context van de verantwoording aan de minister via de POR.

Werkproces 1: Voorbereiden besturen van een politievoertuig

Omschrijving | Competenties

De politiemedewerker kan zelfstandig het voertuig inzet gereed maken voor de rijtaak. | • Initiatief • Zelfreflectie • Flexibel gedrag • Samenwerken

Gedrag

De politiemedewerker: Voorbereidingshandelingen • stelt het voertuig op de juiste wijze in en controleert deze op veiligheidsaspecten. • kent de werking van de voertuigspecifieke apparatuur en gebruikt deze, binnen de rijtaak, op de juiste wijze.

Werkproces 2: Zoekopdracht vinden

Omschrijving | Competenties

De politiemedewerker kan, binnen zijn rijtaak, de juiste richting volgen en de gegeven zoekopdrachten op vlotte, veilige en verantwoorde wijze vinden. | • Initiatief • Stressbestendigheid • Zelfreflectie • Flexibel gedrag • Samenwerken

Gedrag

Richting volgen en zoekopdrachten vinden • kan binnen de rijtaak de opgegeven richting volgen. • kan conform zoekopdracht het gevraagde doel bereiken. • maakt binnen deze rijtaak gebruik van de taal van de weg. Presteren onder psychische- en tijdsdruk • is in staat om de rijtaak onder druk goed en veilig uit te voeren.

Werkproces 3: Toepassen voertuigbeheersing en rijtechniek

Omschrijving | Competenties

De politiemedewerker houdt gedurende zijn rijtaak het voertuig onder controle en past daarbij de juiste rijtechnieken toe. | • Initiatief • Stressbestendigheid • Zelfreflectie • Flexibel gedrag

Gedrag

De politiemedewerker: Uitvoeren rijtechnieken • voert de onderstaande rijtechnieken op een veilige, functionele en technisch juiste wijze uit: ○ bochtentechniek ○ inhaaltechniek ○ stuurtechniek ○ berijden van auto (snel-)wegen ○ keertechniek ○ parkeertechniek ○ rood licht negatie. Tonen voertuigbeheersing • houdt het voertuig onder alle omstandigheden goed onder controle. • is binnen de rijtaak in staat de voertuig specifieke eigenschappen te (her-)kennen en te beheersen. • Is zich bewust van de passagiers in het voertuig en past zijn rijgedrag daar op aan (geldt specifiek voor de ROI Arrestantentaken).

Werkproces 4: Risicoperceptie, anticiperen en wettelijke bevoegdheden toepassen

Omschrijving | Competenties

De politiemedewerker anticipeert tijdig op (on)voorspelbare gedragingen van het overige verkeer. Hierbij toont hij risicoperceptie en past hij, daar waar noodzakelijk, de wettelijke bevoegdheden op juiste wijze toe. | • Initiatief • Gezag • Stressbestendigheid • Zelfreflectie • Flexibel gedrag • Samenwerken

Gedrag

De politiemedewerker: Anticiperen en verkeersinzicht • vermijdt voorspelbare gevaren tijdig en behoudt voldoende werkruimte en vlotheid. • voorspelt het gedrag van andere weggebruikers en past het eigen rijgedrag daarop aan. • maakt binnen de rijtaak gebruik van de taal van de weg. Tonen beslissingsvaardigheid • neemt vlotte en daadkrachtige beslissingen. • rijdt binnen de specifieke rijtaak zo vlot als mogelijk. Risicoperceptie /-acceptatie • is alert op verdachte situaties en handelt daar, rij-technisch gezien, adequaat naar. • zorgt dat zijn (rij-)gedrag in overeenstemming is met het te bereiken doel (proportioneel). Wettelijke bepalingen toepassen • waarborgt zowel de eigen veiligheid als de veiligheid van het overige verkeer. • past de Vrijstelling en de Brancherichtlijn Verkeer Politie binnen de specifieke rijtaak toe. • is binnen de specifieke rijtaak in staat om vlot en verantwoord met Optische- en Geluidssignalen te rijden.

Werkproces 5: Professionele beroepshouding tonen

Omschrijving | Competenties

De politiemedewerker laat tijdens zijn verkeersdeelneming en tijdens zijn reflectie zien dat hij professioneel en integer handelt. Hierbij is hij zich bewust zijn voorbeeldfunctie. | • Initiatief • Gezag • Stressbestendigheid • Zelfreflectie • Flexibel gedrag • Samenwerken

Gedrag

De politiemedewerker: Professionele beroepshouding tonen • laat binnen de specifieke rijtaak zien zich bewust te zijn van de voorbeeldfunctie, gerelateerd aan de uit te voeren taak. • toont aan professioneel en integer te handelen, overeenkomstig de waarden en missie van de Nationale Politie. • beïnvloedt, daar waar mogelijk, de verkeersdeelneming van anderen en door de eigen verkeersdeelneming het beeld van de politie, op een positieve manier. • reflecteert op zijn eigen handelen.

Regeling
Regeling politieonderwijs
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
30-05-2026
BWB-id
BWBR0049610
Versie
2026-05-30_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl