wetzoeker

Bijlage 4 — Kwalificatievereisten RTGP Regeling politieonderwijs

Kwalificatievereisten RTGP

De politiemedewerker kent de juridische kaders van het optreden als ambtenaar aangesteld voor de uitoefening van de politietaak, en beheerst voor dit optreden met betrekking tot de geweldsmiddelen de vaardigheden (aanhouding en zelfverdediging en schieten).

De politiemedewerker onderhoudt en controleert de uitrusting, beheerst het gebruik van communicatietechnieken, hanteert de aanhoudings- en zelfverdedigingshoudingen en past het gebruik van geweldsmiddelen juist toe. De politiemedewerker kan waarnemen, anticiperen en per situatie proportioneel handelen. De politiemedewerker kan reflecteren op zijn en andermans handelen om hiervan te leren. Kenmerken van het werk zijn onder andere het optreden van surveillance tot incident tot crisis met de kans op fysiek gevaar voor anderen en zelf.

Kwalificatievereisten

De politiemedewerker:

Overall

– Is in staat een passende doel-aanpakanalyse te maken en deze situatieafhankelijk aan te passen

– Maakt gebruik van passende communicatietechnieken in de omgang met verdachte(n)/collega(‘s) en/of personen

– Oefent de politietaak uit vanuit de beginselen van een behoorlijk politieoptreden (redelijk en gematigd)

– Blijft ook onder druk doel- en resultaatgericht, incasseert en relativeert en neemt eigenstandig beslissingen

– Is op het handelen aanspreekbaar en in staat om op zijn eigen handelen te reflecteren

Geweldsbeheersing

– Kent en begrijpt relevante wet- en regelgeving (Grondwet, Ambtsinstructie, Politiewet 2012, Bewapeningsregeling politie, Uitrustingsregeling Politie, Wetboek van Strafvordering, Wetboek van Strafrecht)

– Past politieoptredens/geweld/geweldsmiddelen toe binnen de daarvoor geldende juridische kaders met inachtneming van de begrippen subsidiariteit en proportionaliteit

AZV

– Is in staat zichzelf te verdedigen met en zonder geweldsmiddelen tegen een aanval van een of meerdere personen, zowel wanneer hij alleen, in duo of in groepsverband opereert. Toont doorzettingskracht en differentieert situationeel

– Is in staat een coöperatieve en non-coöperatieve verdachte aan te houden en kan daarbij situationeel differentiëren.

– Voert op juiste wijze een veiligheidsfouillering uit

– Boeit en ontboeit op juiste wijze

– Gebruikt op juiste wijze de geweldsmiddelen

– Maakt op passende wijze gebruik van de opschaling of afschaling van geweld en/of geweldsmiddelen.

Schieten

– Beheerst de techniek voor een doelmatig en veilig vuurwapengebruik en kan onder tijdsdruk werken

– Is in staat zowel statisch als dynamisch aanhoudingsvuur af te geven en weet daarbinnen situationeel te differentiëren

– Is in staat zowel statisch als dynamisch noodweervuur af te geven en weet daarbinnen situationeel te differentiëren

– Werkt veilig voor zichzelf en anderen door op juiste wijze met het vuurwapen om te gaan (laden en ontladen, trekken, bergen, openzetten voor inspectie, storing oplossen)

– Gebruikt het vuurwapen op passende wijze in de opschaling of afschaling van geweldsmiddelen

Bronnen

– Regeling toetsing geweldsbeheersing politie

– Examen behorende bij RTGP AZV en Schietvaardigheid

– Opleidingsprogramma RTGP

– Rapportage Werkgroep Verkenning Competenties Geweldsbeheersing, 2007

– Brief Ministerie Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, kenmerk 2005-00072374, april 2005

Regeling
Regeling politieonderwijs
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
30-05-2026
BWB-id
BWBR0049610
Versie
2026-05-30_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl