Specifieke kerntaken (deel 1) Regeling politieonderwijs
Kerntaak | Versterken van de (informatie) positie in het veiligheidsnetwerk Initieert samenwerking tussen diverse partijen in de keten van voorkomen, opsporen en vervolgen.
Context van deze kerntaak | De uitvoering van deze kerntaak vindt plaats in een wisselende werkomgeving in de context van het werken binnen de politie en de (internationale) fysieke en digitale samenleving. De rechercheur initieert en onderhoudt doelgericht contacten binnen bestaande en nieuwe netwerken, met gedeelde of tegengestelde belangen. Hij werkt integraal en multidisciplinair samen met uiteenlopende, relevante interne en externe (internationale) partners ten behoeve van de aanpak van veiligheidsproblemen in de keten van voorkomen, opsporen en vervolgen. Zijn informatiepositie en die van zijn collega’s zijn hierbij van essentieel belang. Deze wordt bepaald door eigen, interne, externe en openbare (internationale) bronnen en hulpmiddelen. Hij is zich daarbij bewust van de invloed die maatschappelijke en technologische ontwikkelingen kunnen hebben, zoals de snelheid van berichtgeving op sociale media en de betrouwbaarheid hiervan. Hij draagt zorg voor kennisdeling met interne en externe partners volgens bestaande richtlijnen en binnen juridische kaders.
Complexiteit van deze kerntaak | De rechercheur werkt aan een sterke informatiepositie binnen de keten van voorkomen, opsporen en vervolgen. Hij verzamelt, verwerkt, analyseert, interpreteert, reconstrueert en benut voor de opsporing relevante informatie en beoordeelt deze op waarde of weet hiervoor (specialistische) collega’s in te zetten. Hij gaat op kritische wijze om met informatie en onderbouwt zijn keuzes. Hij houdt daarbij rekening met actuele richtlijnen en wet- en regelgeving en de toepassing daarvan in de context van de huidige situatie, maar kan hier binnen de juridische kaders ook creatief mee omgaan. De rechercheur initieert en onderhoudt contacten binnen bestaande en nieuwe netwerken, met gedeelde of tegengestelde belangen. Hij is zich bewust van de begrenzing van zowel zijn eigen bevoegdheden en mandaat als die van de partners waarmee hij samenwerkt en maakt afstemmingsafspraken met hen. De rechercheur brengt, voor de opsporing relevante, maatschappelijke ontwikkelingen en daaraan gerelateerde patronen breed in kaart en maakt daarbij gebruik van de mogelijkheid om beschikbare middelen en/of specialisme binnen of buiten de politieorganisatie in te zetten. Hij betrekt, initieert of voert praktijkgericht onderzoek uit ten behoeve van de aanpak van veiligheidsproblemen. De rechercheur deelt zijn bevindingen en nieuwe kennis/inzichten binnen zijn netwerken en stemt zijn boodschap af op het niveau van zijn doelgroep.
Zelfstandigheid en verantwoordelijkheid van deze kerntaak | De rechercheur werkt samen in wisselende (internationale) werkomgevingen in een team, met collega’s, relevante partners en burgers. Het gaat hierbij met name om partners in de keten van voorkomen, opsporen en vervolgen. Hij initieert en onderhoudt contacten binnen (bestaande en nieuwe) netwerken met gedeelde of tegenstrijdige belangen en verstaat de begrenzing van hun bevoegdheden. De rechercheur draagt bij aan een effectieve communicatie binnen deze samenwerking. Daarvoor is hij communicatief vaardig en weet hij communicatiemiddelen zodanig in te zetten dat de geïnitieerde, integrale samenwerking effectief verloopt en veiligheidsproblemen in de samenleving kunnen worden aangepakt.
Bouwsteen | Analyseert ontwikkelingen binnen en buiten de organisatie Brengt ontwikkelingen en patronen rondom opsporing breed in kaart in de context van wijk, web en wereld en de vervlechting hiervan. Doorziet onderlinge verbanden, mogelijke oorzaken risico’s en gevolgen. Betrekt, initieert of voert praktijkgericht onderzoek uit om te komen tot (nieuwe) inzichten, verbindt deze naar de opsporingspraktijk en deelt dit met anderen. Stimuleert en adviseert anderen hierin.
Leeruitkomst | De rechercheur brengt de actuele en voor de opsporing relevante, interne en externe ontwikkelingen, o.a. (financieel)technologische ontwikkelingen die spelen in de wijk, op het web en in de wereld (internationaal) breed in kaart. Hij is informatiesensitief, hij kan inschatten waar informatie te halen is, welke informatie relevant is en kan de informatie beoordelen op betrouwbaarheid. Hij verzamelt, bewerkt, analyseert en interpreteert informatie die van toepassing is op de opsporing in het algemeen en voor de uitvoering van de opsporingstaak specifiek. Hiervoor gebruikt hij diverse interne, externe en (openbare) informatiebronnen. Daarnaast benadert en raadpleegt hij zijn eigen (inter)nationale netwerk en partners en gaat opzoek naar nieuwe informatiepartners. Hij is zich bewust van maatschappelijke en technologische ontwikkelingen en waar nodig zet hij informatie- en/of analyseverzoeken uit. De rechercheur doorziet binnen de in kaart gebrachte ontwikkelingen verschillende contexten, achtergronden, opvattingen en patronen die van invloed kunnen zijn op de actuele veiligheidsproblematiek. Hij betrekt, initieert en voert praktijkgericht onderzoek uit. Hij kan nieuwe inzichten verkrijgen uit gegevens en informatie en deze vertalen, verbinden en toepassen in de vorm van concrete (innovatieve) interventies met betrekking tot de voorbereiding en uitvoering van activiteiten binnen een opsporingsonderzoek en/of een integrale aanpak. Daarvoor kent hij de mogelijkheden van de inzet van gegevens, informatie en/of algoritmen en kent hij (op hooflijnen de werking van) de belangrijkste systemen/tools die daarvoor in gebruik zijn binnen de politieorganisatie. Hij is in staat om de vertaalslag te maken van de behoefte van een onderzoeksteam naar de mogelijkheden die beschikbare informatiesystemen en – tools bieden. Hij communiceert daarover (op niveau) met specialistische collega’s en andere belanghebbenden. De rechercheur is zich bewust van de opsporingsbelangen in een zaak, van de belangen van de politieorganisatie op het gebied van de opsporing en zijn eigen positie binnen deze organisatie. Hij stimuleert zijn collega’s en partners om te handelen naar de opsporingsbelangen.
Vakkennis (BOK) | Bezit kennis op niveau 6 ten aanzien van de volgende kernthema’s: • Communicatie • Leervermogen: o.a. kennis van reflectiemodellen, leerstrategieën, argumentatieleer • Reflectievermogen en coaching • Strafrecht en strafvordering • Organisatie van de politie en organisatiekundige ontwikkelingen • Organisatie van de opsporing • Ontwikkeling in wijk, web en wereld • Partners in het veiligheidsnetwerk • Samenwerken in de veiligheidsketen • Integrale aanpak • Informatie gestuurde politie (technologie, informatie, intelligence en analyse) • Onderzoekend vermogen: kennis van o.a. verschillende vormen van onderzoek, onderzoek-cycli, wetenschappelijke eisen aan onderzoek • Innovatie • Methodisch werken en kwaliteit(borging)
Bouwsteen | Bouwt en onderhoudt netwerken Initieert en onderhoudt actief en doelgericht contacten ten behoeve van beïnvloeding, en versterking van de organisatorische (multidisciplinaire) verbanden waarbinnen politie- en opsporingswerk plaatsvindt. Verkrijgt informatie en komt tot integrale samenwerking (zowel intern, extern als internationaal). Beschikt over een relevant netwerk van o.a. specialisten en benut deze.
- Regeling
- Regeling politieonderwijs
- Soort
- Ministeriële regeling
- Geldend vanaf
- 30-05-2026
- BWB-id
- BWBR0049610
- Versie
- 2026-05-30_0