wetzoeker

Breed gemeenschappelijke kerntaken (deel 1) Regeling politieonderwijs

Kerntaak | Verkrijgen en verder ontwikkelen van een professionele (beroeps)identiteit Werkt actief aan zijn professionele ontwikkeling en (beroeps)identiteit en kwaliteit, betrekt en stimuleert en coacht anderen hierin.

Context van deze kerntaak | De uitvoering van deze kerntaak vindt plaats in een wisselende, onvoorspelbare werkomgeving in de context van het werken binnen de politie en de (internationale) samenleving. De professionele beroepsidentiteit is leidend in het denken en handelen van iedereen die onderdeel is van de politieorganisatie. De kracht van de politiefunctionaris is om contacten te leggen, vertrouwen te wekken en vanuit dat vermogen de juiste informatie te verzamelen. Hij relateert deze informatie aan wijk, web en wereld om contextgericht in elke situatie alert en slagvaardig op te kunnen treden. Gevoel voor de situatie en oog voor de persoon zijn daarbij van belang. Zijn vakkennis en inzicht in verschillende leefstijlen, culturen en inclusie (divers vakmanschap) helpen de politiefunctionaris daarbij. De politiefunctionaris draagt zorg voor een samenwerking vanuit betrokkenheid en wederkerigheid, zowel met zijn collega’s, relevante partners, als met burgers. De bedoeling in de samenleving en het creëren van maatschappelijk effect staan centraal in de samenwerking. Hij kan hiertoe zowel anderen als zichzelf in positie brengen en houden waarbij hij de balans vindt tussen regie geven en nemen. Specifiek voor de rechercheur op niveau 6 geldt aanvullend: De rechercheur werkt in teamverband samen in wisselende werkomgevingen, o.a. met collega’s, relevante partners en burgers. De omvang van het team waarin hij samenwerkt is afhankelijk van zijn positionering in de politieorganisatie.

Complexiteit van deze kerntaak | De politiefunctionaris voert politie en/of opsporingswerk uit. In de meeste situaties bieden protocollen, procedures en vaste werkwijzen houvast en bescherming in zijn handelen. Daar waar protocollen, procedures of werkwijzen niet of onvoldoende werken neemt hij de professionele ruimte om hier betekenisvol, beargumenteerd en binnen de kaders van de wet op innovatieve en/of creatieve wijze van af te wijken. Indien hij afwijkt van protocollen, procedures en vaste werkwijzen legt hij zijn gedrag, intenties en houding uit. Daarvoor organiseert en stimuleert de politiefunctionaris reflectie op het (eigen) handelen in de praktijk. Hij genereert, verwerkt, analyseert, interpreteert en benut informatie verkregen uit o.a. de samenwerking en reflectie met collega’s, relevante partners en burgers tot intelligence. De keuze voor een aanpak wordt – naast regelgeving – namelijk ook in hoge mate bepaald door beroepsethiek en reflecterend vermogen. De politiefunctionaris is fysiek, mentaal en moreel weerbaar en wendbaar. Hij is zich bewust van de manier waarop hij naar de wereld kijkt en dat die manier kan verschillen met de manier waarop anderen naar de wereld kijken. Hij benut dit bewustzijn in het omgaan met dilemma’s die hij tegenkomt in de wisselende werkomgeving waarbinnen hij zijn werk uitvoert (intern en extern) en in zijn privéleven.

Zelfstandigheid en verantwoordelijkheid van deze kerntaak | De politiefunctionaris is in zowel stabiele, wisselende en stressvolle situaties verantwoordelijk voor de resultaten van zowel zijn eigen handelen en draagt gedeelde verantwoordelijkheid voor de resultaten en het handelen van het team waarin hij werkzaam is. Daarnaast is hij ook verantwoordelijk voor zijn eigen functioneren binnen de organisatie, voor zijn eigen deskundigheid en professionele ontwikkeling en draagt gedeelde verantwoordelijkheid voor het functioneren, deskundigheid en professionele ontwikkeling van anderen. Hij kent en begrijpt de (on)mogelijkheden van zowel zijn eigen handelen en bevoegdheden en kan daarmee omgaan. Ook kent en begrijpt hij de (on)mogelijkheden van zijn collega’s in de eenheid en/of ketenpartners. Hij is hierin een voorbeeld voor anderen. Hij neemt verantwoordelijkheid voor de doorontwikkeling van de deskundigheid, vakmanschap en de kwaliteit van werkzaamheden van zichzelf en anderen, door uitwisseling met collega’s te initiëren, bijvoorbeeld over dilemma’s die hij of zijn collega’s tijdens het werk ervaren. Hij spreekt waar nodig anderen aan en is zelf aanspreekbaar. Aan wie de politiefunctionaris verantwoording over zijn werkzaamheden aflegt is afhankelijk van zijn positionering in de politieorganisatie. De politiefunctionaris pakt de ruimte om, in samenwerking met anderen, zijn professionele identiteit te ontwikkelen en te werken aan de doorontwikkeling van de kwaliteit van het politiewerk, de politieorganisatie, de dienstverlening en het team.

Bouwsteen | Werkt actief aan zijn professionele ontwikkeling en die van anderen Ontwikkelt proactief zijn kennis en vaardigheden. Zoekt actief naar, combineert en analyseert interne en externe ontwikkelingen (wijk, web, wereld). Kan deze risicobewust vertalen naar toepassingen voor de praktijk van de werkomgeving. Kent de kwaliteiten en kennis van collega’s, benut deze en initieert uitwisseling met anderen (binnen en buiten de organisatie) om kennis te ontwikkelen, bevorderen en benutten. Stimuleert en coacht anderen hierin.

Leeruitkomst | De politiefunctionaris onderkent de waarde van geldende wet- en regelgeving, weet hoe hij deze kan gebruiken in de beroepsuitoefening en kan deze bevorderen en verder ontwikkelen. Hij stelt zich op actieve wijze en vanuit eigen initiatief continu op de hoogte van maatschappelijke, technologische, strategische, beleidsmatige en vakinhoudelijke ontwikkelingen, ontwikkelingen op het gebied van informatisering, globalisering en internationalisering. Ook zorgt hij dat hij bijblijft op het gebied van nieuwe methodieken en technieken, zoals digitalisering van en in het werk. Hij is voldoende digitaal vaardig om zijn eigen functie uit te kunnen voeren in de gedigitaliseerde samenleving. Hij brengt naast ontwikkelingen ook nieuwe, veranderende veiligheidsproblematieken in kaart, borgt dit en deelt deze met anderen. Dit doet hij door o.a. gebruik te maken van intelligence, vakliteratuur, relevante (wetenschappelijke) onderzoeken en door (nieuws)bronnen te raadplegen. De politiefunctionaris zoekt in samenwerking met collega’s en relevante partners actief naar vernieuwingen in digitale mogelijkheden en onderkent de kracht die deze kunnen hebben en de manier waarop deze kunnen doorwerken op veiligheidsproblematieken in de samenleving. Hij kent de (on)mogelijkheden van sociale media. Hij analyseert de verkregen informatie en relateert deze aan wijk, web en wereld. Hij is zich daarbij bewust van het spanningsveld tussen de interne en externe organisatie en tussen de fysieke en digitale wereld. Daarnaast is hij in contact met collega’s, partners en burgers (wijk, web, wereld) die hij snel en gericht bij elkaar weet te brengen op een specifiek thema. De politiefunctionaris vertaalt nieuwe kennis en inzichten (collectief) naar concrete en betekenisvolle (wetenschappelijke en/of evidence-based) toepassingen en interventies voor de praktijk van de (eigen) werkomgeving of oplossingen voor veiligheidsproblemen die hier spelen. Hij initieert uitwisseling en stimuleert intervisie met collega’s en partners om (eigen) kennis- en vakmanschapsontwikkeling te bevorderen en te benutten. Hij is verantwoordelijk voor zijn eigen professionele ontwikkeling en betrekt daarbij zijn omgeving en stimuleert anderen in hun professionele ontwikkeling. Hij brengt hiervoor zijn eigen talenten, kwaliteiten en ‘ontwikkelpunten’ of die van anderen in kaart door vragen te stellen, te reflecteren en feedbacktechnieken toe te passen. Hij kan een voorbeeldrol vervullen. Hij benut communicatie, advies en coaching ter bevordering van het lerend-, onderzoekend-, en denkvermogen van zichzelf en van anderen, binnen en buiten de organisatie.

Regeling
Regeling politieonderwijs
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
30-05-2026
BWB-id
BWBR0049610
Versie
2026-05-30_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl