Kwalificatieprofiel Regeling politieonderwijs
De beroepsbeoefenaar als beginnend politiemedewerker:
Vakmatige competenties
1. heeft kennis van het op de juiste wijze toepassen van zijn specifieke kennis/vaardigheden in de context van de politie
2. kan vraagstukken logisch benaderen en ontleden, en vanuit passende onderzoeksmethoden dan wel vernieuwde inzichten komen tot een aanpak binnen de politiecontext
3. kent de stappen in de basispolitieprocessen (informatie, handhaving, opsporing) en kan in deze processen duiden waar zijn specifieke inzet een onderdeel kan zijn
4. kan effectief gebruik maken van de generiek inzetbare collega’s of andere specialisten binnen en buiten de politie in combinatie met zijn eigen specifieke inzetbaarheid, kennis en vaardigheden
5. kent de toepassing van wettelijke voorschriften, richtlijnen en beleidskaders ten aanzien van de specifieke inzet binnen de politiecontext, met name:
a. Heeft kennis van staatsinrichting en de opbouw van recht, wet- en regelgeving
b. Heeft kennis van de toepassing van de basisbevoegdheden
c. Heeft kennis van de wetgeving omtrent verzamelen, verwerken en delen van persoonsgegevens en kan deze juist toepassen
d. Heeft kennis ten aanzien van internationale politiële samenwerking
e. Kan samen met generiek inzetbare collega’s de afweging maken over de inzet en uitvoering van dwangmiddelen
6. kan een proces-verbaal juridisch juist en zonder taalfouten opmaken
7. kan effectief een bijdrage leveren aan het afnemen van verhoren
Contextuele competenties
8. kan vanuit zijn specifieke kennis/vaardigheden een standpunt innemen, onderbouwen, verdedigen en voor niet-specialisten begrijpelijk uitleggen.
9. handelt navolgbaar en legt verantwoording af ten aanzien van het eigen handelen
10. kent de grenzen van de eigen specifieke inzet en deskundigheid en kan doorverwijzen naar de generieke inzet van collega’s of naar andere specialisten.
11. heeft oog voor de verschillende belangen in de interne en externe samenwerking en kan zich daarbinnen positioneren
Sociale competenties
12. kan in de uitvoering van de politietaak interdisciplinair samenwerken en heeft goede communicatieve vaardigheden.
13. is proactief in het uitdragen van zijn specifieke kennis/vaardigheden en kan collega’s vanuit zijn specifieke kennis/vaardigheden stimuleren breder naar vraagstukken te kijken
14. kan de grenzen van zijn specifieke inzet bewaken, ook in stressvolle situaties of onder (hoge) druk.
Individuele competenties
15. kan zijn hoogwaardige kennis op een specialistisch vakgebied actief onderhouden.
16. kan kritisch reflecteren op zijn eigen handelen en neemt feedback van anderen ter harte.
17. kan vanuit zijn specifieke kennis/vaardigheden bijdragen aan de professionalisering van collega’s en de organisatie.
- Regeling
- Regeling politieonderwijs
- Soort
- Ministeriële regeling
- Geldend vanaf
- 30-05-2026
- BWB-id
- BWBR0049610
- Versie
- 2026-05-30_0