wetzoeker

A.1 — Typering specifieke inzet Regeling politieonderwijs

Typering specifieke inzet

De beroepskolom Politieman/ -vrouw heeft betrekking op meerdere vakgebieden, werkterreinen en rollen in het LFNP. Het beroep van Politieman/-vrouw wordt uitgeoefend in dikwijls sterk verschillende en wisselende omstandigheden en in uiteenlopende functies. In Schakelen (2011) heeft de Politieonderwijsraad een balans opgemaakt van veranderingen in het werk van de politie en de (benodigde) doorwerking daarvan in de beroepsprofielen van de politie. Het centrale thema bleek het toenemend belang van intelligence. De samenleving wordt complexer en minder kenbaar door globalisering, digitalisering en toenemende sociaal- culturele diversiteit. De aard en afbakening van het beroep van Politieman/-vrouw wordt beïnvloed door een verschuiving van politietaken naar andere publieke uitvoeringsdiensten (gemeentelijke bijvoorbeeld) en soms ook naar particuliere beveiligingsdiensten. Enerzijds leidde dit tot een inperking van de politietaak, anderzijds vergrootte het de noodzaak tot samenwerken en het belang van een functionele, nodale oriëntatie.

In Schakelen (2011) wordt uitgegaan van brede uitoefening van het beroep. Executieve politiemannen en -vrouwen zijn algemeen opsporingsbevoegd en hebben politiebevoegdheden. Daartoe zijn ze bekwaam gemaakt en inzetbaar op meerdere vakgebieden en werkterreinen binnen de politie en in meerdere rollen. Zij zien toe op het navolgen van wetten en regels, sporen wetsovertreders op, zijn opmerkzaam zodat wetsovertreding kan worden voorkomen en geven daarover advies. In hun werk komt vanuit specifieke kennis en kunde inzet op de politietaken van de politie aan bod: handhaving rechtsorde, handhaving openbare orde, hulpverlening en, in mindere mate, taken ten dienste van justitie. Dit vraagt om een deskundigheid van en inzicht in de toepassing van de eigen kennis, vaardigheden binnen de politiële context en binnen de politiële bevoegdheden.

De politiemedewerker met executieve aanstelling specifieke inzetbaarheid werkt in functies in aangewezen vakgebieden aan veiligheidsvraagstukken in de brede politiecontext. De specifieke inzet houdt in dat de medewerker vanuit de specifieke kennis en kunde wordt ingezet op uitvoering van de politietaak maar niet in de uitvoering van de basispolitiezorg wordt ingezet. Voor de huidige aangewezen vakgebieden betekent een aanstelling executief specifieke inzetbaarheid dat deze medewerkers niet bewapend worden

15 Zie Regeling vaststelling LFNP. In diezelfde regeling is in de functiebeschrijvingen Operationeel Specialismen tevens opgenomen dat de medewerker met executief specifieke inzetbaarheid niet wordt ingezet in situaties waarin sprake is van optreden in het publiek domein met herkenbaarheid en aanspreekbaarheid voor de burger op alle politietaken.

.

Veiligheid staat hoog in het vaandel en vanuit gedrevenheid en specifieke deskundigheid levert de politiemedewerker zijn bijdrage aan de uitvoering van de politietaak. Hij kent de rol van de politie in de samenleving, weet wat het betekent om in de politieorganisatie te werken, participeert in de veiligheidsketen en hij kent de grenzen van de specifieke inzet. De medewerker past relevante wet- en regelgeving, beleidskaders en protocollen toe en rapporteert adequaat en accuraat. Samen met een generiek inzetbare collega kan hij een verhoor of doorzoeking uitvoeren, of een bijdrage leveren aan een rechtshulpverzoek. De politiemedewerker draagt vanuit zijn specifieke deskundigheid bij aan de uitvoering van een doorzoeking en kan zelfstandig een inbeslagname uitvoeren. Binnen de opsporing is hij in staat om vanuit zijn specifieke kennis en kunde (onderzoeks-)bevindingen correct vast te leggen en te verbaliseren.

De politiemedewerker met executieve aanstelling specifieke inzetbaarheid is onderzoekend ingesteld, is kritisch op het eigen werk en dat van anderen. Hij ziet het tot zijn taak om kennis te delen en aan anderen over te dragen en heeft de ruimte om het vak uit te oefenen en met nieuwe inzichten en voorstellen voor verbetering te komen. Hij is een professional die specifieke deskundigheid bezit en actief het specialisme onderhoudt waarvoor hij is opgeleid buiten de politie.

De politiemedewerker werkt in een multidisciplinair team; met collega’s in de dagelijkse politiepraktijk, met specialisten en met vakgenoten van binnen en buiten de politieorganisatie, ook in internationaal perspectief. In deze omgevingen bouwt en onderhoudt hij actief zijn netwerken. Hij kan een vraag of probleem goed in de context plaatsen en zoekt de samenwerking met anderen op om vanuit meerdere perspectieven naar oplossingen en aanpakken te zoeken. Hier zit immers de meerwaarde voor de politie: de ingebrachte specifieke kennis en kunde toevoegen aan het politiewerk.

Ter illustratie:

Een medewerker met financieel-economische kennis en kunde levert binnen de politiecontext vanuit zijn specifieke deskundigheid een bijdrage aan drie hoofdthema’s: financiële waarheidsvinding, het vaststellen en ontnemen van wederrechtelijk verkregen voordeel en eigendomsrecherche. Strafrechtelijk afpakken, het opmaken van ontnemingsrapportages en het rechercheren in administraties behoren tot de kernactiviteiten van de financieel specialist. De financieel specialist stelt zaaks- en ontnemingsdossiers op. Ook het vorderen van informatie behoort tot zijn taken.

Een medewerker met digitale expertise levert binnen de politiecontext vanuit zijn specifieke deskundigheid een bijdrage aan digitale waarheidsvinding: zijn werk is erop gericht menselijk handelen in kaart te brengen. Het kan daarbij gaan om zowel klassieke delicten als bijvoorbeeld cybercrime.

Regeling
Regeling politieonderwijs
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
30-05-2026
BWB-id
BWBR0049610
Versie
2026-05-30_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl