Specifieke kerntaken (deel 1) Regeling politieonderwijs
Kerntaak | Leidinggeven vanuit een professionele oriëntatie Stuurt en verbindt team, organisatie en partners in het veiligheidsnetwerk ten behoeve van opgavegericht, integraal multidisciplinair samenwerken in gecompliceerde situaties voor de korte en middellange termijn.
Context van deze kerntaak | In deze kerntaak zijn vraagstukken of opgaven in de wisselende ‘buitenwereld’ (wijk, web en wereld) het vertrekpunt voor het leidinggeven aan een collectief van medewerkers met gevarieerde en niet-routinematige werkzaamheden. De praktijk van de politieleider bij de politie kenmerkt zich door het moeten omgaan met een verscheidenheid aan vraagstukken, die deels van voorspelbare aard zijn, deels onvoorspelbaar, verschillen naar complexiteit en urgentie, verschillen naar betrokkenen (intern en extern) en ernst of mogelijke schadelijkheid. De contexten waarbinnen gehandeld moet worden verschillen: van (delen van) het eigen team, de eigen organisatie tot externe partners en bondgenoten. Van belang bij het werken aan vraagstukken is het verkrijgen en verwerken van interne als externe informatie, initiëren van (samen)werken en netwerken én het daarmee versterken van de eigen (informatie)positie, die van de organisatie en het bijdragen aan het beoogde maatschappelijke effect. Positionering en legitimering zijn belangrijke punten voor de politieleider. Het waardengedreven mensen verbinden aan resultaten is de norm, waarbij professionele standaarden en protocollen helpend kunnen zijn maar er ook aandacht is voor professionele ruimte. Het aanpakken van vraagstukken of opgaven gaat hand in hand met het leren van individuen en groepen. In verbinding staan met mensen en mensen in hun kracht zetten, maar ook steeds kritisch evalueren van het werk, daarvan leren en verbeteren, maakt de PDCA-cirkel rond.
Complexiteit van deze kerntaak | De politieleider wordt geconfronteerd met een grote verscheidenheid aan situaties en vraagstukken, waarin gevraagd wordt beslissingen te nemen, cq te handelen. Die verscheidenheid zit hem zowel in de aard, complexiteit als reikwijdte en raakt aan verschillende contexten. De politieleider moet beslissingen kunnen en durven te nemen binnen contexten waarin niet altijd volledig zicht bestaat op wat er nou waarom aan de hand is. En waarin ‘oplossingen’ ook niet altijd gegeven zijn. Beslissingen zijn vaak van invloed op werk en leven van mensen binnen en/of buiten de organisatie. Goed leidinggeven in deze situaties vraagt, naast zicht op eigen mogelijkheden en beperkingen, om goed inzicht in kenmerken van en dynamiek binnen de contexten waarbinnen gehandeld moet worden. Het gaat dan onder andere om de uitwerking van inrichtings- en organisatieprincipes op de manieren van werken en samenwerken, omgaan met de druk van alledag en om positionering binnen en buiten en de samenhang daartussen. Het gaat om de vraag wat medewerkers motiveert en waarom, wat en hoe de politieleider daaraan kan bijdragen ten behoeve van een optimaal functioneren. Daarnaast begeeft de politieleider zich in een politiek-bestuurlijke context en in een gezags- en samenwerkingsrelatie met het OM en kan hij zich hiertoe verhouden. De politieleider weet hoe de interne en externe lijnen lopen en kan strategisch beleid tactisch vertalen naar de operatie voor zijn team, waarvoor hij tactisch en operationeel verantwoordelijk is.
Zelfstandigheid en verantwoordelijkheid van deze kerntaak | De politieleider werkt samen in wisselende werkomgevingen, met medewerkers/collega’s, gelijken, leidinggevenden of specialistische collega’s, relevante partners en burgers. Hij faciliteert de voorwaarden voor een goede samenwerking tussen de verschillende niveaus intern en extern. Hij draagt verantwoordelijkheid voor resultaten van zijn eigen handelen en voor het resultaat van het werk van zijn medewerkers. Hij stuurt gecompliceerde vraagstukken of opgaven aan – soms kort cyclisch, soms structureel -, draagt hiervoor gedeelde verantwoordelijkheid en neemt beslissingen in een meestal voorspelbaar, maar soms ook onvoorspelbaar speelveld. De politieleider draagt de verantwoordelijkheid om zijn eigen professionele ontwikkeling en die van zijn medewerkers te managen. De politieleider verzamelt en interpreteert relevante gegevens over het professioneel handelen van zichzelf en zijn team en reflecteert op hoe hij zijn team managet. Hij is kritisch op hoe zijn medewerkers motiveert, doelen stelt, verantwoordelijkheid delegeert, maar ook neemt en draagt en hoe effectief hij communiceert. Hierin combineert hij sociaal-maatschappelijk, beroepsmatige, wetenschappelijke en ethische aspecten en weegt deze af.
Bouwsteen | Verwerft een goede (informatie-)positie Verwerft en versterkt een goede (informatie)positie en staat in verbinding met zijn omgeving, zowel intern als extern. Kan vanuit praktijkonderzoek en/of praktijkkennis maatschappelijke, bestuurlijke ontwikkelingen vanuit meervoudig perspectief relateren aan toepassingen voor de politiepraktijk. Kan daarover adviseren in de organisatie (zowel naar de staf, lijn als naar medewerkers).
Leeruitkomst | De politieleider heeft een nieuwsgierige en onderzoekende houding. De politieleider onderzoekt gecompliceerde vraagstukken vanuit een meervoudig perspectief, interpreteert dit en handelt hiernaar. Hij onderkent relevante (inter-)nationale politiek-bestuurlijke ontwikkelingen en kan daarop anticiperen. Hij verwerft relevante gegevens en informatie (zelf of door anderen verkregen) over zijn ‘omgeving’, zowel binnen als buiten. Hij geeft betekenis aan ontwikkelingen m.b.t. de veiligheidsbeleving van burgers en gebiedsgebonden politiezorg, maatschappelijke en/of bestuurlijke ontwikkelingen, evaluaties van projecten, maar ook interne onderzoeksproducten. De politieleider initieert onderzoek naar aanleiding van actuele dan wel verwachte problematiek in/op het werkgebied, stuurt op het formuleren van passende vraagstellingen, de totstandkoming en uitvoering van onderzoek en draagt verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van de door hem geïnitieerde onderzoeken en de vertaling ervan naar de operatie. In andere gevallen draagt de politieleider de verantwoordelijkheid voor het bepalen van consequenties van uitgevoerd onderzoek voor zijn organisatieonderdeel. De politieleider beschikt zelf over de kennis en vaardigheden van praktijkgericht onderzoek en analyse vanuit een meervoudig perspectief. Hij combineert deze informatie, relateert dit aan toepassingen voor de politiepraktijk en duidt dit in het licht van het instrumentarium en de activiteiten die in zijn organisatieonderdeel worden ingezet. De politieleider geeft (praktische) betekenis aan de resultaten en gebruikt dit mede als basis voor gedegen en rechtvaardige besluitvorming. Hij deelt de ingewonnen informatie en geeft gevraagd en ongevraagd advies aan beleidsbepalers en leidinggevenden over (de effecten van) beleid op operationeel politiewerk.
Vereiste vakkennis (BOK) | Bezit kennis op niveau 6 ten aanzien van de volgende kernthema’s: • Communicatie • Positionering en persoonlijk leiderschap • Bevoegdheden van interne en externe partners Organisatie van de politie en organisatiekundige ontwikkelingen • Ontwikkeling in wijk, web en wereld • Informatie gestuurde politie (technologie, informatie, intelligence en analyse) • Samenwerken in het veiligheidsdomein • Persoonlijke effectiviteit • Onderzoekend vermogen: kennis van o.a. verschillende vormen van onderzoek, onderzoek-cycli, wetenschappelijke eisen aan onderzoek • Innovatie • Kwaliteits(borging)
Bouwsteen | Geeft integraal leiding Geeft leiding aan een collectief van medewerkers met gevarieerde en niet-routinematige werkzaamheden. Draagt verantwoordelijkheid voor het aansturen van gecompliceerde processen en verbindt medewerkers. Stelt passende teams samen op basis van behoeften en context. Bevordert het kwaliteitsbewust werken en geeft ruimte voor verantwoorde improvisatie en stuurt op legitimiteit.
- Regeling
- Regeling politieonderwijs
- Soort
- Ministeriële regeling
- Geldend vanaf
- 30-05-2026
- BWB-id
- BWBR0049610
- Versie
- 2026-05-30_0