wetzoeker

Algemene kerntaak (deel 1) Regeling politieonderwijs

Kerntaak | Werken binnen de politieorganisatie Kent en begrijpt de organisatie en werkprocessen van de politieorganisatie en de context (democratie, Rechtsstaat) waarbinnen de politie opereert.

Context van deze kerntaak | De politie heeft een bijzondere positie in de samenleving en daarmee samenhangende bevoegdheden die voorbehouden zijn aan de politie. Politiefunctionarissen hebben daarmee ook een bijzondere positie in de samenleving. Als iemand gaat werken bij de politie, dan zijn er meerdere vakgebieden, werkterreinen en rollen die iemand kan vervullen. De politiefunctionaris participeert in het veiligheidsdomein en kent daarbinnen (de grenzen van) zijn taken en bevoegdheden. In deze kerntaak ligt de nadruk op kennis, achtergronden en vorming voor het werken binnen de politieorganisatie.

Complexiteit van deze kerntaak | Voor elke politiefunctionaris is het van belang dat hij de dienende en waakzame rol van de politie in de samenleving kent, weet wat het betekent om in de politieorganisatie te werken. Ook is het van groot belang de taak, positie, missie en kernwaarden van de Nederlandse politie in de samenleving en het rechtsbestel te kennen en deze te verbinden met relevante wetgeving en beleidskaders van de politie. De politiefunctionaris moet weten waarom de politie er is en wat de politie mag. Voor de legitimiteit van de politie in de samenleving en het eigen handelen daarin is het o.a. van belang goed op de hoogte te zijn van de wettelijke kaders, de procedures en protocollen en mogelijkheden en grenzen die gelden voor zijn eigen bevoegdheden (wat kan en mag). Het toepassen van deze kennis vereist een grote mate van flexibiliteit. Omdat een situatie of taak veranderlijk van aard kan zijn moet de politiefunctionaris snel kunnen schakelen. Hij moet kennis en vaardigheden kunnen combineren en de werkwijze onderbouwd kunnen aanpassen aan de situatie. De politiefunctionaris moet ook bekend zijn met andere instanties met een toezichthoudende, handhavende en opsporende taak om te weten wat de taakopdracht van de politie is, welke taken/verantwoordelijkheden zijn belegd binnen de politieorganisatie en in het bredere veiligheidsdomein. Voor de politiefunctionaris op niveau 6 geldt aanvullend: De politiefunctionaris heeft te maken met aanvullende complexiteit op ‘institutioneel gebied’. Hierbij werkt hij enerzijds binnen de organisatie, maar tegelijkertijd werkt hij ook aan de organisatie, door te onderzoeken, kritisch inzicht toe te passen, te analyseren, samenhang te zien en veranderingen voor te stellen.

Zelfstandigheid en verantwoordelijkheid van deze kerntaak | De politiefunctionaris werkt in een team met collega’s. De politiefunctionaris speelt een actieve rol in de samenwerking met burgers en partners in het veiligheidsdomein. In deze omgevingen bouwt en onderhoudt hij actief zijn netwerken. Hij is daarin verantwoordelijk voor zijn eigen werkzaamheden. Voor de politiefunctionaris op niveau 6 geldt aanvullend: De politiefunctionaris werkt samen in wisselende werkomgevingen, o.a. met medewerkers in zijn team, collega’s, relevante partners en burgers. Hij draagt verantwoordelijkheid voor resultaten van zijn eigen handelen en voor het resultaat van het werk van zijn medewerkers. Hij bevordert het vakmanschap, van zichzelf en zijn collega’s, binnen de organisatie. Hij analyseert steeds de context waarbinnen de politie opereert. Op basis van deze analyse is hij verantwoordelijk voor het initiëren van de dialoog over de organisatie en de werkprocessen, en formuleert – gevraagd en ongevraagd – adviezen en verbetervoorstellen.

Bouwsteen | Weet waar de politie staat Begrijpt de taak en positie van de Nederlandse politie tegen de achtergrond van de Nederlandse democratie, de rechtsstaat en de uitvoerende overheidsorganen. Begrijpt de rol van de politie in de samenleving.

Leeruitkomst | De politiefunctionaris kan de taken en positie van de Nederlandse politie plaatsen tegen de achtergrond van de Nederlandse democratie en rechtsstaat, de ‘brede politiefunctie’, recht en veiligheid. Hij kent de hoofdlijnen van de voor de politie relevante wet- en regelgeving en kan dit in zijn werkzaamheden toepassen. Hij heeft inzicht in het onderscheid tussen rechtshandhaving en rechtspleging en begrijpt wat dit voor zijn werk betekent. De politiefunctionaris heeft inzicht in de Nederlandse samenleving, de waarden en normen en hoe deze zich ontwikkelen. Hij kent de relevante wettelijke kaders. De politiefunctionaris kan verschillen en overeenkomsten tussen burgers en politieambtenaren en hun positie in de samenleving benoemen en toelichten. Hij kan dit vertalen naar zijn werk als politiefunctionaris. De politiefunctionaris kan de ketenpartners benoemen waarmee hij samenwerkt en die ook werkzaam zijn in de handhaving, opsporing en hulpverlening. Voor de politiefunctionaris op niveau 6 geldt aanvullend: De politiefunctionaris heeft kritisch inzicht in de taak en positie van de politie, heeft begrip van het spanningsveld dat te maken heeft met die taken en kan daarmee omgaan. Hij kent de politiegeschiedenis, de actuele problemen en uitdagingen van de politie en de fenomenen in de samenleving. Hij onderzoekt en analyseert deze, kan hierop reflecteren en daarover adviseren.

Vereiste vakkennis (BOK) | Bezit kennis op niveau 6 ten aanzien van de volgende kernthema’s: • Basis wet- en regelgeving • Bestuursrecht • Organisatie van de politie • Samenwerken in de veiligheidsketen

Bouwsteen | Weet wat de politie is en doet Kent de brede politiefunctie, het wettelijk kader, de legitimiteit van de politie en het eigen handelen in de samenleving, de hoofdkenmerken en de werkprocessen, systemen en procedures van de politieorganisatie en toont dit in een professionele beroepshouding.

Regeling
Regeling politieonderwijs
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
30-05-2026
BWB-id
BWBR0049610
Versie
2026-05-30_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl