wetzoeker

4.1 — Beschrijving kerntaken en onderliggende bouwstenen/leeruitkomsten (deel 1) Regeling politieonderwijs

Beschrijving kerntaken en onderliggende bouwstenen/leeruitkomsten

Kerntaak | Werken binnen de politieorganisatie Kent en begrijpt de organisatie en werkprocessen van de politieorganisatie en de context (democratie, rechtsstaat) waarbinnen de politie opereert.

Context van deze kerntaak | De politie heeft een bijzondere positie in de samenleving en daarmee samenhangende bevoegdheden die voorbehouden zijn aan de politie. Politiefunctionarissen hebben daarmee ook een bijzondere positie in de samenleving. Als iemand gaat werken bij de politieorganisatie, dan zijn er meerdere vakgebieden, werkterreinen en rollen die iemand kan vervullen. De politiefunctionaris participeert in het veiligheidsdomein, soms ook internationaal, en kent daarbinnen (de grenzen van) zijn taken en bevoegdheden. In deze kerntaak ligt de nadruk op kennis, achtergronden en vorming voor het werken binnen de politieorganisatie.

Complexiteit van deze kerntaak | Voor elke politiefunctionaris is het van belang dat hij de dienende en waakzame rol van de politie in de samenleving kent, weet wat het betekent om in de politieorganisatie te werken. Ook is het van groot belang de taak, positie, missie en kernwaarden van de Nederlandse politie in de samenleving en het rechtsbestel te kennen en deze te verbinden met relevante wetgeving en beleidskaders van de politie. De politiefunctionaris moet weten waarom de politie er is en wat de politie mag. Voor de legitimiteit van de politie in de samenleving en het eigen handelen daarin is het o.a. van belang goed op de hoogte te zijn van de wettelijke kaders, de procedures en protocollen en mogelijkheden en grenzen die gelden voor zijn eigen bevoegdheden (wat kan en mag). Het toepassen van deze kennis vereist een grote mate van flexibiliteit. Omdat een situatie of taak veranderlijk van aard kan zijn moet de politiefunctionaris snel kunnen schakelen. Hij moet kennis en vaardigheden kunnen combineren en de werkwijze onderbouwd kunnen aanpassen aan de situatie. De politiefunctionaris moet ook bekend zijn met andere instanties met een toezichthoudende, handhavende en opsporende taak om te weten wat de taakopdracht van de politie is, welke taken/verantwoordelijkheden zijn belegd binnen de politieorganisatie en in het bredere veiligheidsdomein.

Zelfstandigheid en verantwoordelijkheid van deze kerntaak | De politiefunctionaris werkt in een team met collega’s. De politiefunctionaris speelt een actieve rol in de samenwerking met burgers en partners in het veiligheidsdomein. In deze omgevingen bouwt en onderhoudt hij actief zijn netwerken. Hij is daarin verantwoordelijk voor zijn eigen werkzaamheden.

Bouwsteen | Weet waar de politie staat Begrijpt de taak en positie van de Nederlandse politie tegen de achtergrond van de Nederlandse democratie, de rechtsstaat en de uitvoerende overheidsorganen. Begrijpt de rol van de politie in de samenleving.

Leeruitkomst | De politiefunctionaris kan de taken en positie van de Nederlandse politie plaatsen tegen de achtergrond van de Nederlandse democratie en rechtsstaat, de ‘brede politiefunctie’, recht en veiligheid. Hij kent de hoofdlijnen van de voor de politie relevante wet- en regelgeving en kan dit in zijn werkzaamheden toepassen. Hij heeft inzicht in het onderscheid tussen rechtshandhaving en rechtspleging en begrijpt wat dit voor zijn werk betekent. De politiefunctionaris heeft inzicht in de Nederlandse samenleving, de waarden en normen en hoe deze zich ontwikkelen. Hij kent de relevante wettelijke kaders. De politiefunctionaris kan verschillen en overeenkomsten tussen burgers en politieambtenaren en hun positie in de samenleving benoemen en toelichten. Hij kan dit vertalen naar zijn werk als politiefunctionaris. De politiefunctionaris kan de ketenpartners benoemen waarmee hij samenwerkt en die ook werkzaam zijn in de handhaving, opsporing en hulpverlening.

Vakkennis (BOK) | Bezit kennis op niveau 4 ten aanzien van de volgende kernthema’s: • Staatsinrichting en politiek-bestuurlijke verhoudingen in de democratische rechtstaat • Relevante wet- en regelgeving (nationaal en internationaal) • Bevoegdheden van interne en externe partners • Organisatie van de politie en samenwerking binnen de politieorganisatie

Bouwsteen | Weet wat de politie is en doet Kent de brede politiefunctie, het wettelijk kader, de legitimiteit van de politie en het eigen handelen in de samenleving, de hoofdkenmerken en de werkprocessen, systemen en procedures van de politieorganisatie. Is zich bewust van het eigen handelen en toont dit in een professionele beroepshouding.

Leeruitkomst | Organisatiedoelen en maatschappelijk effect De politiefunctionaris kent de missie, visie en de kernwaarden van de Nederlandse politie en kan deze verbinden aan het eigen handelen. Hij kent de relevante wetgeving en relevante ontwikkelingen binnen de leidende portefeuilles. Hij kent de formele positie en taakopdracht van de Nederlandse politie en de hoofdkenmerken van de organisatiestructuur en opschaling daarbinnen. Hij kent de politiek-bestuurlijke context van de politie(organisatie) en de relevante overlegstructuren lokaal, regionaal, landelijk en internationaal. Hij begrijpt de begrippen gezag, legitimiteit en vertrouwen in de context van de politieorganisatie, kan uitleggen hoe de missie en kernwaarden door (moeten) werken in de politiepraktijk en kan deze begrippen hanteren in zijn werkzaamheden. Hij heeft inzicht in de veranderingen in de samenleving, de impact daarvan op het politiewerk en het daarmee samenhangende belang van de informatiepositie en informatievaardigheid van de politie. Samenwerken binnen de politie De politiefunctionaris heeft kennis van algemene, veelvoorkomende politietaken en kan uitleggen hoe onderscheiden taken onderdeel uitmaken van werkprocessen binnen de politie. Hij kent de politieprocessen, zijn eigen positie daarin en hoe er wordt samengewerkt. Hij heeft kennis van de bevoegdheden van de politie en de eigen inzet. De politiefunctionaris kan de voor hem relevante politiesystemen en procedures benoemen en kan deze hanteren. De politiefunctionaris kan het belang van gestandaardiseerde werkmethoden uitleggen en ook waarom er soms van afgeweken wordt. De politiefunctionaris weet aan wie de politie verantwoording aflegt over het eigen handelen, resultaten en onvoorziene effecten, handelt zelf navolgbaar en legt verantwoording af ten aanzien van het eigen handelen. Samenwerken in het veiligheidsdomein De politiefunctionaris toont inzicht in de taken van de verschillende organen in het veiligheidsdomein, de begrenzing van hun taakopdracht en hoe ze elkaar aanvullen. Hij heeft inzicht in de mogelijkheden van een multidisciplinaire aanpak van vraagstukken met deze relevante partijen. Hij kent het belang van samenwerking met partners in het veiligheidsdomein. De politiefunctionaris heeft daarin oog voor de verschillende belangen in de interne en externe samenwerking en kan zich daarbinnen positioneren. Hij heeft zicht op wat politiewerk en politiële samenwerking omvat in termen van vraagstukken, in Nederland en in relatie tot het buitenland en het virtuele domein. Samenwerken met burgers De politiefunctionaris begrijpt de rechtvaardigheidsperceptie en verwachtingen van burgers over de positie en het handelen van de politie daarin. Hij begrijpt dat belangen van burgers verschillen, dat dit inlevingsvermogen en flexibiliteit vraagt van de politie, maar ook een gezaghebbende en weerbare positie

Vakkennis (BOK) | Bezit kennis op niveau 4 ten aanzien van de volgende kernthema’s: • Ethiek en integriteit • Positionering en profilering • Relevante wet- en regelgeving (nationaal en internationaal) • Organisatie van de politie en samenwerking binnen de politieorganisatie • Relevante ontwikkelingen in wijk, web en wereld • Samenwerken met relevante partners

Kerntaak | Verkrijgen en verder ontwikkelen van een professionele beroepsidentiteit Werkt aan deskundigheid, professionele ontwikkeling, weerbaarheid, kwaliteit en divers vakmanschap.

Regeling
Regeling politieonderwijs
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
30-05-2026
BWB-id
BWBR0049610
Versie
2026-05-30_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl