wetzoeker

2.4 — Typerende beroepshouding Regeling politieonderwijs

Typerende beroepshouding

De politieagent beweegt zich in uniform in de publieke ruimte en dat brengt verplichtingen met zich mee en vereist een professionele beroepshouding. Dit geldt óók voor de startbekwame politieagent op niveau 6. Hij handelt met durf en daadkracht (en volgens de geldende kernwaarden) en op basis van inschatting van eigen mogelijkheden. Hij stapt naar voren waar anderen terugdeinzen. Ook onder "druk" moet hij kunnen functioneren en zich ervan bewust zijn dat zijn handelen onder een vergrootglas ligt.

De typerende beroepshouding van de politieagent (niveau 6) sluit aan bij zijn rol en positie als verbinder in het operationele politiewerk. Hij doorkruist vanuit zijn operationele functie in het basisteam het dominante onderscheid dat veelal wordt gemaakt tussen werkvloer, leidinggevenden en interne processen en domeinen en staat op het grensvlak van de eigen en andere organisaties. Dit vraagt van de politieagent dat hij de institutionele standaarden en identiteit van de politie kent, begrijpt en zich eigen maakt en dat hij leert zijn omgeving te beïnvloeden. Hij is betrouwbaar en vervult daarin een verbindende, soms een regisserende en de andere maal een meer faciliterende rol, zowel intern als extern en voegt een analytische houding toe aan de dagelijkse operationele werkpraktijk. Hij begrijpt de organisatie waarin hij werkt, analyseert de taken en werkprocessen, signaleert beperkingen en weet beweging op gang te brengen om zo bij te dragen aan de kwaliteitsversterking binnen het basisteam. De politieagent is zich bewust van zijn voorbeeldfunctie binnen het basisteam. Als aanjager van verandering weet hij om te gaan met en kan inspelen op de onduidelijkheid, weerstanden en conflicterende perspectieven die deze rol met zich mee kan brengen. Hij toont moed en kan omgaan met de uitdagingen die kunnen optreden als gevolg van zijn positie.

Ten aanzien van het werk is de politieagent fysiek, mentaal en moreel weerbaar en wendbaar. In snel veranderende situaties houdt hij overzicht en weet hij efficiënt en passend te reageren op basis van zijn kennis, vaardigheden en ervaring. Vanuit zijn operationele werkzaamheden en in wederkerige samenwerking met zijn collega’s op verschillende niveaus, waarbij het steeds gaat om het vraagstuk wie het beste kan bijdragen aan de oplossing. Binnen multidisciplinaire samenwerkingsverbanden vertrekt hij vanuit de kernwaarden van de politie en verbindt hij deze aan gemeenschappelijke belangen en doelstellingen. Verder is de politieagent continue in staat om te reflecteren op het eigen handelen en het handelen van anderen. Hiertoe volstaat hij niet met een kritische houding ten opzichte van werkpraktijken, maar werkt hij aan verbeteringen van het werkproces op basis van eigen initiatief en praktische bewijslast. Daarbij staat het te bereiken effect centraal en dienen procedures en standaarden faciliterend te zijn. De politieagent heeft de durf om hiervan soms beargumenteerd af te wijken indien de situatie daarom vraagt.

Het afwisselen van handelingsrepertoire is kenmerkend voor zijn rol; van een ferme, zelfverzekerde houding tot een terughoudende, observerende opstelling. Op deze manier weet hij betekenisvolle interventies en creatieve oplossingen in de actiegerichte beroepspraktijk in te bedden en maatschappelijk effect te bereiken.

Regeling
Regeling politieonderwijs
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
30-05-2026
BWB-id
BWBR0049610
Versie
2026-05-30_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl