102 — Kwalificatiedossier Pedagogisch Didactische Aantekening – Vaardigheidsdocenten (PDA-V) fase 1 (deel 1) Regeling politieonderwijs
Kwalificatiedossier Pedagogisch Didactische Aantekening – Vaardigheidsdocenten (PDA-V) fase 1
De kwalificatievereisten zijn onderverdeeld in kerntaken, werkprocessen, competenties en bijhorende gedragsindicatoren. Kerntaken geven de belangrijkste werkzaamheden van een beroepsoefenaar weer en zijn voor het werkveld een logische en herkenbare combinatie van leeruitkomsten, passend bij een functie, rol of expertise uit het werkveld.
Leeruitkomsten beschrijven wat een student geacht wordt te weten, te begrijpen en te kunnen toepassen na afronding van een leerperiode of de opleiding in zijn geheel (NVAO, 2015). Om dit inzichtelijk te maken, is dit weergegeven in werkprocessen en bijbehorende competenties en gedragsindicatoren.
Een werkproces bestaat uit een aantal samenhangende activiteiten die horen bij een kerntaak. Die activiteiten hebben een begin, een eind en leiden tot een duidelijk resultaat.
De kerntaken, werkprocessen en gedragsindicatoren voor de PDA-V fase 1 worden in de tabellen hieronder weergegeven.
Kerntaken | Werkprocessen
Het verzorgen en beoordelen van opleidingen ten behoeve van Rijvaardigheid & Rijveiligheid | • Eigen rijvaardigheid • Rijonderricht verzorgen • Coachen • Beoordelen
Werkproces 1: Eigen rijvaardigheid
Omschrijving | Competenties
In het rijtechnische deel van de opleiding leert de student (docent in opleiding) een veilige en goede bestuurder van een surveillancevoertuig te worden, bezien vanuit het perspectief van een politierijinstructeur. | • flexibel gedrag • samenwerken • kwaliteitsgerichtheid • sociale vaardigheid • probleemanalyse
Gedragsindicatoren
• Voert de voertuig- en apparatuur controle op juiste wijze uit • Kan de auto veilig en onder verschillende omstandigheden bedienen en beheersen • Past rijtechnieken zoals stuur-, bochten-, keer- en inhaaltechniek op de voorgeschreven wijze toe • Past tijdens bovenstaande rijtechnieken voortdurend de voorgeschreven kijktechnieken toe • Kan spoedmeldingen, zowel zonder als met optische- en geluidssignalen, vlot en veilig rijden • Kan zoekopdrachten uitvoeren • Kan voortdurend afwegingen maken tussen te bereiken doel(en) en te nemen risico’s • Past voortdurend zijn houding, gedrag en verantwoordelijkheid aan de situatie aan • Past zijn rijgedrag aan de omgeving aan (verkeersinzicht en voorbeeldfunctie) • Neemt onder druk verantwoorde beslissingen • Communiceert tijdens de rijtaak duidelijk met andere weggebruikers en collega’s • Past tijdens de rijtaak de bevoegdheden, de vrijstellingen en wettelijke bepalingen juist toe • Zorgt binnen verschillende verkeerssituaties voor voldoende vrije werkruimte en houdt zodoende de mogelijkheid voor diverse acties open (achtervolging, spoedmelding) • Waarborgt altijd zijn eigen veiligheid en die van de andere weggebruikers
Werkproces 2: Rijonderricht verzorgen
Omschrijving | Competenties
De docent in opleiding (student) is in staat om op adequate wijze de cursist op te leiden tot een volwaardige bestuurder die rijdt volgens de vastgestelde procedures. | • flexibel gedrag • samenwerken • kwaliteitsgerichtheid • sociale vaardigheid • probleemanalyse • mondelinge presentatie • interculturele sensitiviteit • leervermogen
Gedragsindicatoren
• Vult het lesvoorbereidingsformulier adequaat in • Formuleert doelstellingen die aansluiten bij de beginsituatie van de student • Geeft een duidelijke en gestructureerde introductie, waarin terug- en vooruit wordt geblikt op de lesonderdelen en de doelstellingen • Geeft duidelijk en gestructureerd instructie over de geldende wet- en regelgeving (Brancherichtlijn Politie, Richtinggevend Kader Bijzondere Verkeersbevoegdheden en Vrijstelling) • Geeft informatie over het belang van bediening, dagelijks onderhoud en technische controle van het voertuig uit het oogpunt van schadepreventie en verkeersveiligheid • Geeft duidelijk en gestructureerd instructie over de deelhandelingen van de rijtaak conform de Rijprocedure-Politie (Rijprocedure B en Richtinggevend Kader) • Geeft duidelijke en gepaste demonstraties van de aan te leren handelingen, conform de Rijprocedure-Politie • Kiest een geschikte locatie voor het oefenen van de rijtaak • Kiest de instructiefases die bij de student, de deelhandeling en de locatie passen • Kiest oefensituaties die de student aankan en de student stimuleren • Geeft de student ruimte om fouten te maken zolang de veiligheid niet in het gedrang komt • Herkent gevaarlijke situaties, schat de risico’s daarvan in en handelt adequaat • Grijpt in, mondeling of door een handeling, op het moment dat een onveilige situatie dient te worden voorkomen • Rondt de les adequaat af, door middel van een samenvatting van de les, vaststelling van het leerresultaat, evaluatie en vooruitblik op de volgende les.
Werkproces 3: Coachen
Omschrijving | Competenties
De docent in opleiding is in staat om op adequate wijze de cursist te coachen tot reflectie op eigen gedrag, kennis en vaardigheden en risico verhogende factoren en op deze aspecten van anderen. | • flexibel gedrag • samenwerken • kwaliteitsgerichtheid • sociale vaardigheid • probleemanalyse • mondelinge presentatie • interculturele sensitiviteit • leervermogen
Gedragsindicatoren
• Merkt fouten in de uitvoering van rijtaken/deelhandelingen op en speelt hierop in • Geeft feedback in de vorm van concrete verbeterpunten op passende momenten • Stimuleert de student (hardop) te verwoorden hoe hij een rijtaak aanpakt of heeft aangepakt • Neemt verbaal en non-verbaal gedrag van de student waar (op het gebied van rijgedrag en rijvaardigheid) en speelt hierop in • Geeft de student de steun die hij nodig heeft om een stap vooruit te maken in de beheersing van de rijtaak • Geeft de student de mate van zelfstandigheid die past bij de tot dan toe gemaakte vorderingen • Stimuleert een positieve beleving bij de rijtaakuitvoering (humor, relativering, vertrouwen) • Helpt de student met de reflectie op zijn gedrag in het verkeer en het zelf inschatten van zijn rijvaardigheid • Maakt met de student inzichtelijk welke factoren en omstandigheden (risico’s) een rol kunnen spelen bij zijn keuze en planning van verkeersdeelname. • Leeft zich zichtbaar in de leefwereld van de student in • Past taalgebruik en taalniveau aan de student aan • Gaat aan het einde van de les met de student na hoe het leerproces is verlopen • Stelt het leerresultaat vast en bespreekt dit met de student • Reflecteert op het eigen handelen, gedachten en gevoelens en formuleert verbeterpunten • Staat open voor feedback vanuit collega’s of vanuit de student • Verbetert op basis van zelfreflectie en/of feedback het eigen handelen
Werkproces 4: Beoordelen
Omschrijving | Competenties
De docent in opleiding is in staat om op adequate wijze de cursist gedurende de opleiding (doorlopend beoordelen), of binnen een examenopdracht te beoordelen. | • flexibel gedrag • leervermogen • samenwerken • geven en ontvangen van feedback • interculturele sensitiviteit • mondelinge presentatie • sociale vaardigheid
Gedragsindicatoren
- Regeling
- Regeling politieonderwijs
- Soort
- Ministeriële regeling
- Geldend vanaf
- 30-05-2026
- BWB-id
- BWBR0049610
- Versie
- 2026-05-30_0