wetzoeker

Besluit verplicht elektronisch procederen in civiele prejudiciële procedures Hoge Raad

Besluit van 11 april 2024, houdende regels met betrekking tot het verplicht elektronisch doen van verzoeken en mededelingen en de indiening en de verzending van processtukken in civiele prejudiciële procedures bij de Hoge Raad (Besluit verplicht elektronisch procederen in civiele prejudiciële procedures Hoge Raad)

Soort
AMvB
Geldend vanaf
01-05-2024
Rechtsgebied
Burgerlijk procesrecht, Procesrecht
Ministerie
Justitie en Veiligheid
BWB-id
BWBR0049597
Versie
2024-05-01_0
SHA-256 bron
d3e3b50987de3d75f220697c9694e27e2ad1ad2a42643ccffcc7ade53a4d1339

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (4)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4

Artikel 1

Het doen van verzoeken en mededelingen en de indiening en verzending van processtukken door advocaten bij de Hoge Raad en de uitwisseling van overige berichten en stukken tussen de Hoge Raad en advocaten bij de Hoge Raad in procedures als bedoeld in de Tiende titel A van het eerste Boek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, worden langs elektronische weg gedaan, tenzij de Hoge Raad anders bepaalt.

Artikel 2

Op een civiele prejudiciële procedure bij de Hoge Raad waarbij vóór de datum van inwerkingtreding van dit besluit door de rechter een beslissing is genomen als bedoeld in artikel 392, derde lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, blijft het recht van toepassing zoals dat gold vóór de inwerkingtreding van dit besluit.

Artikel 3

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 mei 2024.

Artikel 4

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit verplicht elektronisch procederen in civiele prejudiciële procedures Hoge Raad.