wetzoeker

Begripsbepalingen (deel 1) Protocol Voorzieningen UWV 2024

Afkortingenlijst:

Awb: Algemene wet bestuursrechw

AKW: Algemene Kinderbijslagwet

Arbo-wet: Arbeidsomstandighedenwet

P-wet: Participatiewet

WAO: Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering

Wajong: Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten

Wsf 2000: Wet studiefinanciering 2000

Wet Suwi: Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen

WGA: Regeling werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten

WHW: Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek

WIA: Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen

Wmo 2015: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015

WOOS: Wet overige OCW-subsidies

WTOS: Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten

Wsw: Wet sociale werkvoorziening

ZW: Ziektewet

ZVW: Zorgverzekeringswet

Belanghebbende: Degene zoals bedoeld in artikel 1:2 van de Awb.

Cliënt: Een natuurlijk persoon met structureel functionele beperkingen als bedoeld in artikel 34a WIA, artikel 35 WIA, artikel 2:22 Wajong, artikel 2.23 Wajong en artikel 7 P-wet. Tot het begrip cliëntbehoren ook de leerling voor voorzieningen in het onderwijsdomein en de cliënt/instelling voor uitsluitend de tolkvoorziening in het leefdomein.

Dienstbetrekking: Een dienstbetrekking in de zin van artikel 3 van de ZW/WAO/WW of een op grond van artikel 4 of 5 van de ZW/WAO/WW gelijkgestelde arbeidsverhouding.

(Tijdelijke) dienstbetrekkingen die elkaar binnen een periode van maximaal 4 weken opvolgen, beschouwt UWV als een en dezelfde dienstbetrekking.

Generieke werkgeversvoorziening: Een werkgeversvoorziening die door de werkgever is gerealiseerd om een of meerdere (opeenvolgende) cliënten, met dezelfde of vergelijkbare structureel functionele beperkingen, in dienst te nemen en te houden.

Instelling: Organisaties die zich specifiek inzetten voor mensen met een auditieve beperking en organisaties die bijeenkomsten in het leefdomein organiseren waarbij tolkgebruikers tot de doelgroep horen.

Intermediaire activiteit: Persoonlijke dienstverlening die gericht is op de vervanging of ondersteuning van een door ziekte of gebrek geheel of gedeeltelijk ontbrekende auditieve, visuele of motorische lichaamsfunctie, zoals bedoeld in artikel 35, tweede lid, onderdeel b, van de WIA en artikel 2:22, tweede lid, onderdeel b, van de Wajong. Het gaat bijvoorbeeld om de tolkvoorziening en de voorleeshulp.

Leerling: Een natuurlijk persoon zoals omschreven in artikel 19a lid 1 van de WOOS.

Leefvoorziening: Een voorziening die een cliënt ondersteunt bij het deelnemen aan het maatschappelijk verkeer.

Leefvervoer: Vervoer in de privésfeer van een cliënt.

Maatschappelijke ondersteuning: Maatschappelijke ondersteuning in de zin van artikel 1.1.1. van de Wmo 2015. Onder maatschappelijke ondersteuning wordt onder andere verstaan ‘het ondersteunen van de zelfredzaamheid en de participatie van personen met een beperking in de eigen leefomgeving’.

Meeneembare voorziening: Een voorziening die in overwegende mate op de individuele cliënt is afgestemd ten behoeve van de inrichting van de arbeidsplaats, de productie- en werkmethode én die de cliënt ondersteunt ter compensatie van zijn structureel functionele beperking(en). Een meeneembare voorziening is veelal een materieel hulpmiddel dat in natura in eigendom of bruikleen aan de cliënt wordt verstrekt (bijv. apparatuur voor visueel beperken en speciale werktafels). Ook kan een vergoeding voor een meeneembare voorziening worden verstrekt (bijv. orthopedische schoenen).

Ministerie OCW: Ministerie van Onderwijs Cultuur en Wetenschap.

Ministerie SZW: Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Ministerie VWS: Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

Normbedrag: Het bedrag dat UWV als norm hanteert bij de verstrekking van een onderwijs- of werkvoorziening. Deze zijn neergelegd in hetBesluit normbedragen voorzieningen UWV.

Onderwijsvoorziening: Een voorziening die een leerling ondersteunt bij het volgen van initieel onderwijs. Initieel onderwijs is het onderwijs dat leerlingen volgen vanaf het moment dat ze leerplichtig worden tot het moment dat ze de arbeidsmarkt op gaan.

Het gaat hier om de voorzieningen als bedoeld in:

– artikel 19a lid 2 van de WOOS;

– artikelen 5 lid 1 en 7 van het Uitvoeringsbesluit onderwijsvoorzieningen voor jongeren met een handicap en

– artikel 11 van de Regeling onderwijsvoorzieningen voor jongeren met een handicap.

Reisvergoeding: De vergoeding voor gereden kilometers die door de tolk en de overige verleners van intermediaire activiteiten, in de werk- en leefsituatie, als werktijd wordt beschouwd. Hierbij is ook de fiscaal toegestane norm onkostenvergoeding per kilometer begrepen.

Subsidie: De financiële tegemoetkoming die UWV aan de werkgever verstrekt voor het realiseren van werkvoorzieningen ten behoeve van het in dienst nemen of houden van een cliënt of cliënten overeenkomstig artikel 36 WIA.

Subsidie Generieke werkgeversvoorziening: De financiële tegemoetkoming die UWV aan de werkgever verstrekt voor het realiseren van een Generieke werkgeversvoorziening.

Structureel functionele beperkingen: Beperkingen ten gevolge van ziekte of gebrek met een structureel karakter. De beperkingen in functioneren moeten minstens een jaar voorafgaande aan de aanvraag bestaan of vermoedelijk tenminste een jaar gaan duren.

Belemmeringen bij het volgen van onderwijs. Beperkingen die er toe leiden dat een leerling belemmeringen ondervindt bij het volgen van initieel onderwijs. Het is noodzakelijk dat de beperkingen zich op het moment van de aanvraag voordoen en naar verwachting tenminste 3 maanden voortduren.

Verder in de tekst worden structureel functionele beperkingen en belemmeringen bij het volgen van onderwijs aangeduid als beperkingen.

Tolk: Een vertaler van (gesproken) tekst in (geschreven) woord of gebaar die in het Register Tolken Gebarentaal en Schrijftolken (RTGS www.stichtingrtgs.nl) staat ingeschreven. Een communicatie assistent kan niet als tolk optreden.

Tolk op afstand Een tolk die zijn tolkdiensten verricht vanuit een eigen werklocatie, niet zijnde de locatie waar de cliënt -die gebruik maakt van de tolk- zich bevindt.

Voorziening: Een middel of dienst die beoogt de beperkingen als gevolg van ziekte en/of gebrek voor het vinden en/of verrichten van inkomensvormende arbeid, het deelnemen aan onderwijs en het maatschappelijk verkeer (uitsluitend voor de tolkvoorziening en het leefvervoer) zoveel als mogelijk weg te nemen. UWV onderscheidt drie type hoofdvoorzieningen, te weten werkvoorzieningen, onderwijsvoorzieningen en een leefvoorziening.

Werkgeversvoorziening: Een voorziening die naar aard der zaak duurzaam is verenigd met het bedrijf van de werkgever. Het kenmerk van deze voorziening is dat:

• de voorziening onlosmakelijk met het productiemateriaal/bedrijfsmiddelen (bijv. machines, computers en software) dan wel de werkplek zijn verbonden óf

• deze niet zonder schade toe te brengen aan de bedrijfsmiddelen kan worden meegenomen en/of

• een zodanige specifieke aanpassing betreft, dat deze – na losmaken hiervan – weliswaar meegenomen kan worden, maar dat deze van geen (toegevoegde) waarde is voor een andere werkgever.

Een werkgeversvoorziening heeft alleen een specifieke waarde voor de betreffende werkgever bij wie de voorziening is gerealiseerd.

UWV: Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen.

Werkplek: Een werkplek is iedere overeengekomen plaats die in verband met het verrichten van arbeid wordt of pleegt te worden gebruikt door de werknemer.

Werkvoorziening: Een voorziening die een cliënt ondersteunt bij het aan het werk gaan of bij de uitoefening van zijn werkzaamheden. Het gaat hier om voorzieningen als bedoeld in:

– artikelen 34a, 35 en 36 van de WIA;

– artikelen 2:22 en 2:23 van de Wajong;

– artikelen 7 en 10 g van de P-wet en de

– artikelen 6, 13, 14, 15 en 15a van het Re-integratiebesluit.

Werkgever: Een persoon of organisatie die één of meer werknemers in dienst heeft. De werknemer verricht arbeid voor de werkgever (in Nederland geregistreerd) en de werkgever verstrekt de werknemer daarvoor loon.

Regeling
Protocol Voorzieningen UWV 2024
Soort
ZBO-regeling
Geldend vanaf
19-04-2024
BWB-id
BWBR0049587
Versie
2024-04-19_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl