wetzoeker

Bijlage 2 — Beoordelingskader activiteitenplan (deel 1) Subsidieregeling sterk techniekonderwijs 2025–2028

Beoordelingskader activiteitenplan

Deze bijlage behoort bij artikel 1.8 van de Subsidieregeling sterk techniekonderwijs 2025–2028.

Criterium | Deelaspecten | Minimale vereisten

1) In regioverband gezamenlijk vormgegeven van een toekomstbestendig en dekkend technisch onderwijsaanbod dat past bij de regionale arbeidsmarktbehoefte. | A. Het activiteitenplan sluit aan bij de al ingediende regiovisie en de lessen getrokken uit de evaluatie van de Subsidieregeling sterk techniekonderwijs 2020–2024 of uit de uitvoering van de plannen in 2025 en 2026. | 1. Het uitgewerkte activiteitenplan sluit aan bij en is congruent met de al ingediende regiovisie. 2. De regio heeft de mogelijkheid om een herziende versie van de regiovisie in te dienen, zolang deze blijft voldoen aan de eisen beschreven aan een regiovisie in de beoordelingskader van bijlage 1. 3a. Voor het activiteitenplan 2025–2026: Uit het uitgewerkte activiteitenplan blijkt hoe de relevante lessen getrokken uit de eigen evaluatie van de Subsidieregeling sterk techniekonderwijs 2020–2024 zijn verwerkt in de activiteiten. 3b. Voor het activiteitenplan 2027–2028: Uit het uitgewerkte activiteitenplan blijkt hoe de relevante lessen getrokken uit de eerste periode van deze regeling (2025–2026) zijn verwerkt in de activiteiten. 4. Het activiteitenplan werkt uit hoe er aandacht zal worden besteed aan de binnen de regio belangrijke thema’s waaronder in ieder geval de volgende drie thema’s: (1) het aantrekken en ontwikkelen van technisch schoolpersoneel; (2) het tegengaan van genderstereotyperingen en bevorderen van inclusie in de techniek; en (3) het ontwikkelen en toepassen van technologie in het kader van duurzaamheid. Er wordt over deze thema’s omschreven waar de regio aan het begin van de subsidieperiode stond, waar ze nu staat, waar ze aan het einde van de subsidieperiode wil staan, en waarom er op de gekozen manier aandacht aan zal worden besteed. 5. Het activiteitenplan bevat een overzicht van de activiteiten waarvoor subsidie is gevraagd.

B. Het activiteitenplan bevat activiteiten voor de transitie van het huidige naar het beoogde onderwijsaanbod of het in stand houden van het huidige en beoogde onderwijsaanbod. | 1. Het activiteitenplan bevat concrete, realistische en toekomstbestendige acties om het beoogde onderwijsaanbod te bereiken. Het maakt duidelijk hoe de gestelde doelen wat betreft het beoogde onderwijsaanbod worden gerealiseerd. 2. Deze acties sluiten aan bij de gestelde doelen voor het beoogde onderwijsaanbod in de regio zoals opgesteld in de subsidieaanvraag. 3. Er wordt een beschrijving gegeven van de mijlpalen die gedurende twee jaar moeten worden bereikt om de doelstellingen te behalen alsmede een omschrijving van de activiteiten die worden verricht om de mijlpalen te verwezenlijken. Deze mijlpalen moeten passen bij de doelen die zijn gesteld in de regiovisie.

2) Doorontwikkeling van de kwaliteit van het techniekonderwijs in het beroepsgericht vmbo in de regio. | A. Het activiteitenplan sluit aan op de analyse van de verbetering of het in stand houden van de huidige kwaliteit van het technisch onderwijs in het vmbo en presenteert een plan om dat doel te bereiken. Deze moet passend zijn bij de regionale visie en een duidelijke koppeling hebben met de behaalde resultaten in het kader van de Subsidieregeling sterk techniekonderwijs 2020–2024. | 1. Het plan bevat concrete, realistische en toekomstbestendige acties om het doel ter verbetering van techniekonderwijs geformuleerd in de subsidieaanvraag te bereiken. 2. Het plan betreft niet alleen de verbetering van kwaliteit binnen de vijf technische profielen, maar ook indien van toepassing op die van technologisch vormgegeven andere profielen, technische keuzevakken, technische praktijkgerichte programma’s, of technisch onderwijs in de theoretische leerweg op korte maar ook op (midden) lange termijn. 3. Het plan omvat maatregelen om te komen tot innovatie van het technisch onderwijs en de wijze waarop het onderwijs zal vernieuwen om technische ontwikkelingen te volgen.

3) Stimuleren en faciliteren dat alle leerlingen in het vmbo in aanraking komen met de techniek. | A. Het activiteitenplan beschrijft hoe gestimuleerd en gefaciliteerd zal worden dat alle leerlingen in het vmbo in aanraking komen met de techniek. | 1. Uit dit activiteitenplan blijkt hoe gestimuleerd en gefaciliteerd zal worden dat alle leerlingen in alle leerwegen van het vmbo, zowel in de onderbouw als in de bovenbouw, in aanraking kunnen komen met de techniek. 2. De aanraking met techniek kan gebeuren in of in samenwerking met de vijf harde techniekprofielen, maar ook in of in samenwerking met technische keuzevakken, technische modules, technische praktijkgerichte programma’s of andere vormen van techniekonderwijs.

4) Uitvoerbaarheid en haalbaarheid. | A. Het activiteitenplan beschrijft de activiteiten van de partners die in de samenwerkingsovereenkomst samen verantwoordelijk zijn voor de inrichting van een deskundige en duurzame organisatie die zorg draagt voor sturing op een efficiënte inzet en verantwoording van middelen, samenwerking, planning, evaluatie en communicatie. | 1. Het activiteitenplan bevat een beschrijving van de manier waarop de samenwerking wordt georganiseerd en hoe de benodigde expertise op scholen zelf kan worden opgebouwd en kan blijven. 2. Het activiteitenplan maakt aannemelijk dat de regio gezamenlijk optrekt, van elkaar leert, gebruik maakt van elkaars expertise en – waar dat nodig is – gebruik maakt van elkaars voorzieningen. 3. De samenwerkingsovereenkomst bevat een beschrijving van de verantwoordelijkheden van iedere partij en de activiteiten die iedere partij gaat uitvoeren.

B. Het activiteitenplan bevat doelstellingen, beoogde resultaten en een activiteitenplanning die uitvoerbaar zijn en haalbaar in de tijd. | 1. Het activiteitenplan bevat een realistische en onderbouwde activiteitenplanning. 2. Het activiteitenplan bevat een duiding van mogelijke risico’s op de uitvoering, bijbehorende beheersmaatregelen en de evaluatie van de voortgang van het plan.

5) Voldoende onderbouwde en sluitende begroting over de betreffende twee jaar. | A. Het activiteitenplan bevat een realistisch uitgewerkte meerjarenbegroting van de kosten en baten. | 1. De begroting is inzichtelijk en evenwichtig. 2. Deze begroting is de uitgewerkte en herijkte versie van de twee betreffende jaren van de begroting op hoofdlijnen ingediend bij de subsidieaanvraag. 3. De begroting bevat per activiteit een overzicht van de geraamde kosten en opbrengsten van de aanvrager voor zover deze betrekking hebben op de betreffende periode. 4. De begrotingsposten zijn ieder afzonderlijk van een toelichting voorzien. 5. De begroting die bij de wordt ingediend, is sluitend. 6. De begroting maakt inzichtelijk hoe de middelen verdeeld worden over de betrokken partijen en wat de omvang van de kosten voor de overhead is.

B. Doelstellingen worden op zo efficiënt mogelijke manier bereikt. | 1. Uit het activiteitenplan blijkt dat de middelen (geld, tijd en mankracht) zo economisch mogelijk worden ingezet om maximale resultaten te bereiken. 2. De kosten van overhead worden zo laag mogelijk gehouden. 3. Voor de berekening van de personeelskosten wordt onderscheid gemaakt in intern en extern personeel. Intern personeel is personeel dat bij de school in dienst is. Voor deze personeelskosten wordt conform de gemiddelde personeelslast VO een maximaal intern uurloon gerekend. Extern personeel is personeel dat niet bij de school in dienst is. Voor extern personeel wordt een integraal tarief gehanteerd van maximaal € 135,– per uur, inclusief BTW.

Regeling
Subsidieregeling sterk techniekonderwijs 2025–2028
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-08-2026
BWB-id
BWBR0049520
Versie
2026-08-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl