1 — Bevoegde autoriteit in de zin van de verordening Besluit EU-verordeningen Wft
Bevoegde autoriteit in de zin van de verordening
De Nederlandsche Bank, ten aanzien van:
– de artikelen 6 tot en met 9, 30, tweede lid, onderdeel a, en derde lid, indien het een SSPE betreft als bedoeld in artikel 29, vierde lid, die is verbonden aan een initiator, oorspronkelijke kredietverstrekker of sponsor met een door de Nederlandsche Bank verleende vergunning;
– de artikelen 5 tot en met 9, 29, zesde lid, 30, tweede lid, onderdeel a, en derde lid, 43, vijfde tot en met achtste lid, voor zover het betreft een bank, beleggingsonderneming onder de verordening kapitaalvereisten, verzekeringsonderneming of herverzekeringsonderneming als bedoeld in artikel 13, eerste onderdeel, onderscheidenlijk vierde onderdeel, van Richtlijn 2009/138/EG (Solvabiliteit II), een pensioenfonds of premiepensioeninstelling;
– de artikelen 18, 27, 30, tweede lid, onderdelen b en c, 43, tweede lid, en 43 bis, eerste en tweede lid.
De Autoriteit Financiële Markten, ten aanzien van:
– de artikelen 3, 4, aanhef en onderdelen a en b, en 28;
– de artikelen 6 tot en met 9, 30, tweede lid, onderdeel a, en derde lid, indien het een SSPE betreft als bedoeld in artikel 29, vierde lid, die is verbonden aan een initiator, oorspronkelijke kredietverstrekker of sponsor zonder door een toezichthouder verleende vergunning of met een door de Autoriteit Financiële Markten verleende vergunning of indien het een initiator of oorspronkelijke kredietverstrekker als bedoeld in artikel 29, vierde lid, van de verordening betreft;
– de artikelen 5 tot en met 9, 29, zesde lid, 30, tweede lid, onderdeel a, en derde lid, en artikel 43, vijfde tot en met achtste lid, voor zover het een beleggingsinstelling of icbe betreft.
- Regeling
- Besluit EU-verordeningen Wft
- Soort
- AMvB
- Geldend vanaf
- 15-08-2026
- BWB-id
- BWBR0049497
- Versie
- 2026-08-15_0