wetzoeker

5.1 — Voertuigcategorie Besluit inrichtingseisen bpm en mrb

Voertuigcategorie

Een multifunctioneel ingerichte vrachtauto is een motorrijtuig dat naast de mogelijkheid tot het vervoeren van lading tevens voorzieningen bevat voor het verblijf, de verzorging en de overnachting van personen. Deze motorrijtuigen hebben geen standaard inrichting, maar worden in het algemeen ingericht volgens de specifieke wensen van de gebruiker.

Als een dergelijk motorrijtuig door zijn inrichting geschikt is om personen te vervoeren, moet het worden aangemerkt als een motorrijtuig ingericht voor personenvervoer. Het is hierbij niet van belang, dat het motorrijtuig tevens is ingericht voor andere doeleinden.

In de praktijk zijn er multifunctioneel ingerichte motorrijtuigen die met name ingericht zijn voor het vervoer van dieren of goederen. De inrichting voor andere doeleinden is ondergeschikt aan en mede gericht op het gebruik in verband met de te vervoeren dieren of goederen. Het betreft bijvoorbeeld motorrijtuigen bedoeld en ingericht om paarden naar evenementen te vervoeren, terwijl in dit motorrijtuig tevens kan worden overnacht.

Goedkeuring

In dit verband keur ik met toepassing van artikel 63 van de AWR (de hardheidsclausule) goed dat multifunctioneel ingerichte motorrijtuigen niet als personenauto worden aangemerkt. Ik stel hierbij de volgende cumulatieve voorwaarden:

– het gedeelte van de laadruimte dat is ingericht voor het vervoer van personen bedraagt niet meer dan 50% van de lengte die de laadruimte zou hebben zonder voorzieningen voor het verblijf en/of de overnachting van personen. Ruimtes ingericht met douche en/of toilet worden in dit verband gerekend bij het gedeelte dat is ingericht voor het verblijf van personen. Als er tussen de bestuurderscabine en het gedeelte van de laadruimte dat is ingericht voor het vervoer van personen geen vaste wand bestaat, geldt het volgende. Voor het bepalen van de lengte van de laadruimte wordt ervan uitgegaan dat de laadruimte van de cabine is afgescheiden door middel van een fictieve vaste wand die 115 cm achter het achterste punt van het stuurwiel is geplaatst;

– het gedeelte van de laadruimte dat is ingericht voor het vervoer van dieren of goederen mag uitsluitend voorzieningen bevatten die zijn gerelateerd aan dat vervoer. Als het desbetreffende gedeelte van de laadruimte eveneens wordt gebruikt voor het onderhoud van de te vervoeren lading, mogen de daarvoor benodigde voorzieningen zijn aangebracht. Deze twee gedeelten van de laadruimte hoeven niet te zijn afgescheiden door een vaste wand;

– er mogen geen personen worden vervoerd in het gedeelte bestemd voor het vervoer van dieren of goederen.

– Het motorrijtuig heeft een toegestane maximum massa van meer dan 3.500 kg.

Regeling
Besluit inrichtingseisen bpm en mrb
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
04-02-2026
BWB-id
BWBR0049452
Versie
2026-02-04_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl