wetzoeker

2.3.1 — Uitzonderingen bij meten laadruimte Besluit inrichtingseisen bpm en mrb

Uitzonderingen bij meten laadruimte

De hoogte en de lengte van de laadruimte moeten worden gemeten door middel van de zogenoemde blokmethode (artikel 2, eerste lid, uitvoeringsregeling bpm c.q. artikel 3, eerste lid, uitvoeringsregeling mrb). Dat wil zeggen dat de laadruimte in gesloten toestand een denkbeeldig (fiscaal) blok moet kunnen bevatten met afmetingen die voor de betreffende categorie bestelauto gelden.

Er kan een aantal voorzieningen in een laadruimte zijn aangebracht waardoor het fiscale blok niet meer past.

Goedkeuring

Ik keur met toepassing van artikel 63 van de AWR (de hardheidsclausule) goed dat de volgende voorzieningen bij het bepalen van de afmetingen van de laadruimte geheel buiten beschouwing worden gelaten:

– binnenbekleding;

– isolatiemateriaal;

– brandstoftank;

– accupakket;

– rollbar;

– kabelboom;

– hang- en sluitwerk;

– verlichting.

Regeling
Besluit inrichtingseisen bpm en mrb
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
04-02-2026
BWB-id
BWBR0049452
Versie
2026-02-04_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl