wetzoeker

2.1.2 — Stoel(en) en/of bank in de laadruimte ten behoeve van werkzaamheden op locatie Besluit inrichtingseisen bpm en mrb

Stoel(en) en/of bank in de laadruimte ten behoeve van werkzaamheden op locatie

Als in de laadruimte van een bestelauto één of meerdere stoelen of zitbanken vast zijn aangebracht wordt de ruimte die wordt gebruikt voor de stoelen of zitbanken niet langer aangemerkt als laadruimte. Door de plaatsing wordt slechts de ruimte achter de stoelen of banken, gerekend van de achterzijde van de stoelen of banken aangemerkt als laadruimte (zie het arrest van de Hoge Raad van 19 maart 2010, nr. 08/04836, ECLI:NL:HR:2010:BL7965). Voldoet deze overgebleven laadruimte niet aan de eisen die in de wet aan de laadruimte van een bestelauto worden gesteld dan is niet langer sprake van een bestelauto.

Het komt voor dat de laadruimte van een bestelauto door ondernemingen en openbare lichamen uitsluitend wordt gebruikt om op locatie werkzaamheden te verrichten. Het gaat hierbij om werkzaamheden die passen binnen de onderneming of voortvloeien uit de taak van het openbaar lichaam, bijvoorbeeld het verwerken van gegevens, verrichten van metingen en ter plaatse monteren van onderdelen. Voor het verrichten van deze werkzaamheden is het noodzakelijk dat de werknemer/ondernemer zijn werkzaamheden zittend in de stilstaande bestelauto kan verrichten.

Goedkeuring

Ik keur met toepassing van artikel 63 van de AWR (de hardheidsclausule) onder de navolgende cumulatieve voorwaarden goed, dat een motorrijtuig dat aan alle fiscale inrichtingseisen voor een bestelauto voldoet, nog steeds kwalificeert als bestelauto als in de laadruimte vaste zitplaatsen zijn aangebracht.

Voorwaarden

Voor deze goedkeuring gelden de volgende voorwaarden:

– de bestelauto is ingericht en wordt uitsluitend gebruikt voor het uitvoeren van werkzaamheden die passen binnen de onderneming of voortvloeien uit de taak van het openbaar lichaam op locatie. Voor het verrichten van deze werkzaamheden is het noodzakelijk dat de werknemer/ondernemer zijn werkzaamheden zittend in de stilstaande bestelauto kan verrichten;

– de zitplaatsen zijn alleen geschikt om ter plaatse te worden gebruikt, hetgeen betekent dat de zitplaatsen niet voldoen aan de in de Regeling Voertuigen opgenomen eisen.

Wanneer de zitplaatsen in rijdende toestand worden gebruikt is de houder strafbaar op grond van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990) en kan een verzuimboete op grond van artikel 13a, zesde lid, wet bpm, worden opgelegd.

Regeling
Besluit inrichtingseisen bpm en mrb
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
04-02-2026
BWB-id
BWBR0049452
Versie
2026-02-04_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl