wetzoeker

Beleidsregel beoordeling van niet in de EER behaalde bewijsstukken in het voortgezet onderwijs

Beleidsregel van de Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs van 27 februari 2024 houdende voorwaarden en beperkingen bij de beoordeling of personen die in het bezit zijn van een buiten de Europese Economische Ruimte behaald bewijsstuk bevoegd kunnen zijn om onderwijs te geven op een school voor voortgezet onderwijs (Beleidsregel beoordeling van niet in de Europese Economische Ruimte behaalde bewijsstukken in het voortgezet onderwijs).

Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
27-02-2024
Rechtsgebied
Onderwijsrecht
Ministerie
Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
BWB-id
BWBR0049438
Versie
2024-02-27_0
SHA-256 bron
6cfea09293db25a7b8525c21d6b12d4b8b2da030ce055ab830edf9905bd4c6d2

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (9)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4
  5. Artikel 5
  6. Artikel 6
  7. Artikel 7
  8. Bijlage 1 — Lijst met algemeen gebruikelijke vakken in het internationaal georiënteerd voortgezet onderwijs
  9. Bijlage 2 — Processtappen verwerken erkenningsaanvraag onderwijsbevoegdheid

Artikel 1

In deze beleidsregel wordt verstaan onder:

algemeen gebruikelijke vakken: vakken of programmaonderdelen als bedoeld in artikel 7.11, tweede lid, van de WVO 2020, waaronder inbegrepen de vakken zoals vastgesteld in bijlage 1 bij deze beleidsregel;

bewijsstuk: de in artikel 7.11, eerste lid, genoemde getuigschriften, erkenningen en bewijzen van bekwaamheid;

Caribisch Nederland: Bonaire, Sint Eustatius en Saba;

DUO: Dienst Uitvoering Onderwijs;

EER: Europese Economische Ruimte en Zwitserland;

getuigschrift: getuigschrift als bedoeld in artikel 7.11, eerste lid, onder a van de WVO 2020;

minister: Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs;

school: school voor voortgezet onderwijs als bedoeld in artikel 1.1 van de WVO 2020 en instelling voor voortgezet onderwijs als bedoeld in artikel 2.86 van de WVO 2020;

voortgezet onderwijs: onderwijs als bedoeld in artikel 1.4 van de WVO 2020, niet zijnde onderwijs dat wordt gegeven aan een school als bedoeld in artikel 1 van de WEC;

WVO 2020: Wet voortgezet onderwijs 2020.

Artikel 2

Deze beleidsregel heeft betrekking op de wijze waarop de minister gebruikmaakt van de bevoegdheid om een leraar die een bewijs van bekwaamheid buiten de EER heeft behaald, een bevoegdheid te verlenen tot het geven van voortgezet onderwijs.

Artikel 3

De minister kan op verzoek een bevoegdheid verlenen tot het geven van onderwijs op een school aan degene die in bezit is van een of meer buiten de EER behaalde bewijstukken indien:

• Het een verzoek betreft voor de bevoegdheid van een algemeen gebruikelijk vak; en,

• Het buiten de EER behaalde bewijsstuk:

– van een lerarenopleiding voor het voortgezet onderwijs is;

– strekt tot het verkrijgen van een onderwijsbevoegdheid voor het voortgezet onderwijs in het land waar het bewijsstuk is verkregen;

– kan minstens gelijkwaardig worden geacht aan een getuigschrift afgegeven krachtens de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;

– voor een vak is behaald dat in voldoende mate inhoudelijk aansluit op het vak waarvoor de bevoegdheid in Nederland wordt aangevraagd en in voldoende mate bestudeerd is.

Artikel 4

De minister verleent de bevoegdheid voor onbepaalde tijd.

Artikel 5

1 Een persoon in het bezit van een buiten de EER afgegeven bewijsstuk, die in eerste instantie tijdelijk bevoegd was tot het geven van onderwijs op een school in Nederland, is na de inwerkingtreding van deze beleidsregel bevoegd voor onbepaalde tijd.

2 Een persoon in het bezit van een buiten de EER afgegeven bewijsstuk, die voor 10 oktober 2010 in dienst is genomen door een bevoegd gezag van een school in Caribisch Nederland en op het moment van inwerkingtreding van deze beleidsregel nog steeds in dienst is van een dergelijk bevoegd gezag, kan onderwijs blijven geven in dienst van dit bevoegd gezag. Wanneer de leraar bij een andere school in Europees Nederland wil worden aangesteld, geldt het bepaalde in artikel 3.

Artikel 6

Deze beleidsregel treedt in werking op 27 februari 2024.

Artikel 7

Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel beoordeling van niet in de EER behaalde bewijsstukken in het voortgezet onderwijs.

Bijlage 1 — Lijst met algemeen gebruikelijke vakken in het internationaal georiënteerd voortgezet onderwijs

Bijlage 1 — Lijst met algemeen gebruikelijke vakken in het internationaal georiënteerd voortgezet onderwijs

Curriculum IGVO – MYP

Language acquisition.

Language and literature.

Individuals and societies.

Sciences.

Mathematics.

Arts

Design

Physical and health education.

Curriculum IGVO – DP

Language acquisition.

Language and literature.

Individuals and societies.

Sciences.

Mathematics.

Arts

Bijlage 2 — Processtappen verwerken erkenningsaanvraag onderwijsbevoegdheid

Bijlage 2 — Processtappen verwerken erkenningsaanvraag onderwijsbevoegdheid

Checken op IMI-alert

Er wordt gekeken of de aanvrager binnen Europa een beroepsverbod of beroepsbeperking opgelegd heeft gekregen Als dat het geval is, volgt een afwijzingsbeschikking.

Checken op algemeen gebruikelijk vak

Deze beleidsregel is alleen van toepassing op algemeen gebruikelijke vakken. Om te beoordelen of er sprake is van een algemeen gebruikelijk vak wordt gekeken of het betreffende vak is opgenomen in wet- en regelgeving of in bijlage 1 van deze beleidsregel. Voor schooleigen vakken hoeft geen erkenning bij DUO aangevraagd te worden.

Controleren documenten

De aanvrager dient de volgende documenten in:

– Een chronologisch overzicht van gevolgde opleidingen en werkervaring;

– Kopie(ën) van behaalde hoger onderwijsdiploma(‘s);

– Kopie(ën) van cijferlijst(en) of diplomasupplement behorend bij de hoger onderwijsdiploma(‘s);

– Beëdigde vertalingen van documenten die niet in het Nederlands, Engels of Duits zijn gesteld;

– Bewijs van nationaliteit (kopie paspoort);

– Kopie van een ander identiteitsbewijs als men het hiervoor genoemde bewijs niet heeft;

– Optioneel: een kopie van een IDW diplomawaardering.

In de praktijk kan het voorkomen dat niet alle bovengenoemde documenten nodig zijn om een beslissing op de aanvraag te kunnen nemen. Een kopie van het hoger onderwijsdiploma en kopie ID-bewijs zijn wel altijd noodzakelijk.

Eventueel kan de aanvraag moeten worden aangevuld met de volgende documenten:

– een teaching license (als de aanvrager alleen formeel bevoegd is in het land van diplomering indien tevens in het bezit van dit document);

– een trouwakte (als de naam op het paspoort en het getuigschrift niet overeen komen).

Benodigde documenten die niet bij de aanvraag aanwezig zijn worden alsnog opgevraagd. Hiervoor geldt een termijn van 6 weken (Algemene wet bestuursrecht). Wordt hier niet aan voldaan, dan wordt de aanvraag niet in behandeling genomen op basis van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht.

Inwinnen informatie

Om te kunnen beoordelen of voldaan wordt aan de vereisten voor erkenning (zie stap 5) kan informatie worden ingewonnen over de opleidingsdocumenten bij Nuffic. Hiervoor worden de documenten geanonimiseerd. Voor deze levering geldt geen wettelijk termijn, maar tussen DUO en Nuffic is de afspraak dat informatie vanuit Nuffic binnen 4 weken aan DUO geleverd wordt.

Inhoudelijk beoordelen

Om voor erkenning aanmerking te komen moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden:

– Er is een lerarenopleiding voortgezet onderwijs gevolgd;

– Het behaalde niveau is minimaal hoger onderwijs;

– De opleiding was gericht op het aangevraagde vak;

– Diplomahouder is in het land van diplomering formeel onderwijsbevoegd voor het aangevraagd vak;

Hierbij wordt ook gekeken voor welke leeftijdscategorie men bevoegd is. Als dit een bevoegdheid betreft die niet in het Nederlandse eerste- of tweedegraads gebied past, kan maatwerk worden geleverd.

Wordt aan een of meerdere voorwaarden niet voldaan? Dan volgt een afwijzingsbeschikking.

Verifiëren opleidingsdocumenten

Als er onvoldoende zekerheid is over de echtheid van de opleidingsdocumenten moeten de documenten worden geverifieerd door middel van een verklaring van de betreffende onderwijsinstelling. De verklaring moet door de onderwijsinstelling rechtsreeks naar ons worden gestuurd (i.v.m. mogelijke fraude). Hiervoor geldt een termijn van 6 weken (Algemene wet bestuursrecht). Wordt hier niet aan voldaan, dan wordt de aanvraag niet in behandeling genomen op basis van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht.

Beslissen

Als de aanvrager aan alle voorwaarden voldoet en er is voldoende zekerheid over de echtheid van het document dan ontvangt de aanvrager een toekenningsbeschikking. Hiervoor kan indien nodig maatwerk geleverd worden (zie ook stap 5). Is dit niet het geval, dan ontvangt de aanvrager een afwijzingsbeschikking.

Indien een aanvrager na een (gedeeltelijke) afwijzingsbeschikking een nieuwe aanvraag wil doen, dient deze aanvrager nieuwe feiten of veranderde omstandigheden aantonen. Artikel 4:6 van de Algemene wet bestuursrecht is hierop van toepassing.