wetzoeker

4.1.2 — Lening aan een Investeringsfonds met het oog op het verwerven van participaties door dit Investeringsfonds in een Onderneming (Fund- in-Fund financiering) Besluit vaststelling beleidsregels verstrekken subsidie onderdeel 1 Dutch Trade and Investment Fund (Dtif herpublicatie)

Lening aan een Investeringsfonds met het oog op het verwerven van participaties door dit Investeringsfonds in een Onderneming (Fund- in-Fund financiering)

• Voor iedere lening die de Minister aan het Investeringsfonds verstrekt, wordt voorzien in een heldere en realistische exitstrategie;

• Het Investeringsfonds is verplicht om met de nodige professionele zorgvuldigheid en te goeder trouw te handelen;

• Het Investeringsfonds ontvangt ofwel een prestatieafhankelijke vergoeding, ofwel draagt een deel van de investeringsrisico’s door eigen middelen mee te investeren tegen dezelfde risicovoorwaarden als de lening die de Minister verstrekt. De vergoeding is in alle gevallen marktconform.

• Het dient voldoende aannemelijk te zijn dat het Investeringsfonds gedurende de investeringsperiode daadwerkelijk zal beschikken over de middelen die het Investeringsfonds aan het investeringsbudget bijdraagt;

• Het Investeringsfonds draagt ervoor zorg dat een actief en winstgericht beleid wordt gevoerd voor het verstrekken en beheren van financieringen, waarbij rekening wordt gehouden met het belang van de Staat als verstrekker van een lening;

• Er dient voldoende vertrouwen te bestaan dat de fondsmanagers de capaciteiten hebben voor het verkrijgen van participaties en voor het beheer van het Investeringsfonds op een wijze zoals bij participatiemaatschappijen gebruikelijk is. Daarnaast staat het Investeringsfonds er voor in dat degenen die zijn belast met het verstrekken en beheren van financieringen en met de bepaling van en het toezicht op het beleid ter zake betrouwbaar zijn;

• Bij of in verband met het verkrijgen van een participatie verstrekt het Investeringsfonds geen andere goederen dan geld;

• Het fondsplan gebaseerd is op de uitgangspunten dat:

○ Het verenigbaar is met de beleidsdoelstellingen van DTIF, zoals uiteengezet in deze beleidsregels;

○ Een investeringsfonds participaties verkrijgt gedurende een investeringsperiode van ten hoogste zes jaar en deze uiterlijk zes jaar na afloop van de investeringsperiode vervreemdt. In de vervreemdingsperiode is het wel mogelijk om vervolginvesteringen te doen;

○ De totale verkrijgingsprijs van de participaties die gedurende de investeringsperiode in een Onderneming worden verkregen, ten minste € 100.000 en ten hoogste € 3.500.000 bedraagt;

○ De gemiddelde totale verkrijgingprijs van de participaties die een Investeringsfonds gedurende de investeringsperiode per Onderneming verkrijgt, over alle Ondernemingen genomen ten hoogste € 1.200.000 bedraagt;

○ De beheerskosten jaarlijks ten hoogste 5 procent bedragen van het investeringsbudget;

○ De fondsbeheerder voor zijn werkzaamheden een beloning verkrijgt die afhankelijk is van zijn individuele prestatie;

○ Voor achtergestelde vorderingen een rente wordt bedongen die ten minste gelijk is aan de referentierente;

○ Bij de beslissing van het Investeringsfonds inzake de verkrijging van een participatie rekening wordt gehouden met het ondernemingsplan van de desbetreffende Onderneming;

• Het fondsplan dient voldoende te zijn onderbouwd;

• Er dient voldoende vertrouwen te bestaan dat het fondsplan naar behoren wordt uitgevoerd.

Regeling
Besluit vaststelling beleidsregels verstrekken subsidie onderdeel 1 Dutch Trade and Investment Fund (Dtif herpublicatie)
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
29-11-2025
BWB-id
BWBR0049398
Versie
2025-11-29_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl