wetzoeker

Hoofdstuk 1 — Begripsbepalingen Besluit vaststelling beleidsregels verstrekken subsidie onderdeel 1 Dutch Trade and Investment Fund (Dtif herpublicatie)

Begripsbepalingen

In deze beleidsregels wordt verstaan onder:

1. Algemene groepsvrijstellingsverordening: Verordening (EU) Nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PB L178 van 26 juni 2014, p. 1).

2. De-minimisverordening: de Verordening (EU) 2023/2831 van de Europese Commissie van 13 december 2023 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun (PbEU 15 december 2023, nummer 02831).

3. DTIF-landen: alle landen met uitzondering van Nederland en de landen op de landenlijst van het Dutch Good Growth Fund (DGGF). De DGGF- landen zijn vermeld op de landenlijst van de DGGF website (https://www.dggf.nl/landenlijst).

4. Eerste wezenlijke toeleverancier: directe leverancier van producten, halfproducten of grondstoffen die voor het productieproces waarop de beoogde financiering betrekking heeft van substantiële betekenis zijn.

5. Financier: een financiële instelling in Nederland of een DTIF-land, die in de Europese Unie of in het desbetreffende DTIF-land opereert onder een volledige vergunning van haar centrale bank en is aangesloten bij het depositogarantiefonds.

6. Investeringsfonds: een vennootschap in de vorm van een kapitaalvennootschap of een vennootschap met afgescheiden vermogen, ingericht overeenkomstig het recht van één van de lidstaten van de Europese Unie, waarin tenminste drie aandeelhouders of hoofdelijk aansprakelijke vennoten deelnemen respectievelijk samenwerken zonder dat twee of drie van hen tot dezelfde groep behoren en zonder dat één van hen een meerderheidsbelang heeft in de vennootschap en die zich richt op het verwerven van participaties in Ondernemingen.

7. Kinder- of dwangarbeid: elke vorm van arbeid die de Internationale Arbeidsorganisatie beoogt te verhinderen met het Verdrag betreffende de gedwongen of verplichte arbeid, 1930 (C29, Stb. 1933, 236), het Verdrag betreffende de afschaffing van gedwongen arbeid, 1957 (C105, Trb. 1957, 210), het Verdrag betreffende de minimumleeftijd, 1973 (C138, Trb. 1974, 71) of het Verdrag betreffende de ergste vormen van kinderarbeid, 1999 (C182, Trb. 2000, 152).

8. Minister: Minister van Buitenlandse Zaken.

9. Onderneming: een in Nederland gevestigde entiteit die, ongeacht haar rechtsvorm, een economische activiteit uitoefent die ten goede komt aan de Nederlandse economie en die staat ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel. Onder het uitoefenen van een economische activiteit wordt verstaan: het aanbieden van goederen of diensten op een markt.

10. Aanspraak op garantstelling: aanspraak van een Onderneming op garantstelling door de Minister jegens een Financier ten behoeve van de Onderneming.

11. Lening: een lening verstrekt door de Minister aan een Onderneming of aan een Investeringsfonds.

Regeling
Besluit vaststelling beleidsregels verstrekken subsidie onderdeel 1 Dutch Trade and Investment Fund (Dtif herpublicatie)
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
29-11-2025
BWB-id
BWBR0049398
Versie
2025-11-29_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl