wetzoeker

5.5 — Ingebruiknameverplichting Besluit bekendmaking veiling vergunningen 3,5 GHz-band

Ingebruiknameverplichting

Een aantal respondenten heeft verzocht om de ingebruiknameverplichting te verzwaren bijvoorbeeld met een factor 3, dan wel met een factor 5. Een andere respondent heeft verzocht om de ingebruiknameverplichting van de vergunningen juist te verlagen. Daarnaast stelt een respondent als alternatief voor om een dekkingseis te stellen vergelijkbaar aan de dekkingseis die is gesteld in de 700 MHz-vergunningen.

In de Nota Mobiele Communicatie 2019 is de ingebruiknameverplichting voor de vergunningen voor mobiele communicatie waaronder ook die in de 3,5 GHz-band vastgesteld en toegelicht. Een strenge ingebruiknameverplichting (en daarmee ook dekkingseis) kan een toetredingsdrempel vormen. Een lage ingebruiknameverplichting kan daarentegen de mogelijkheid bieden voor ongewenste speculatie. Hierin is een balans gevonden door de eis in twee fasen – na 2 en na 5 jaar – op te laten lopen waarbij de oppervlakte van de 5-jaarstermijn een vertienvoudiging is van de oppervlakte van de 2-jaarstermijn. Voor een nadere toelichting wordt in de Nota Mobiele Communicatie 2019 verwezen naar de consultatie van het beleidsvoornemen met het uitgiftebeleid 3,5 GHz. Dezelfde fasering is toegepast in de vergunningen die zijn uitgegeven in de 700, 800, 900, 1400, 1800, 2100 en 2600 MHz-banden. De ingebruiknameverplichting is derhalve niet aangepast. Voor wat betreft het verzoek om een dekkingseis te stellen vergelijkbaar aan de dekkingseis die is gesteld in de 700 MHz-vergunningen wordt opgemerkt dat de 3,5 GHz-band is bedoeld als capaciteitsband en niet als frequentieband om een bepaalde dekking mee te realiseren. Tevens kan worden opgemerkt dat in de 700 MHz vergunningen naast een dekkingsverplichting ook een snelheidsverplichting is opgenomen. Vergunninghouders kunnen hieraan voldoen door gebruik te maken van alle frequentiebanden waarvoor ze een vergunning hebben gekregen en dat kan in de toekomst ook de 3,5 GHz-band zijn.

Een aantal respondenten stelt voor de ingebruiknameverplichting te koppelen aan de mogelijkheden tot eventuele doorverkoop van de in de veiling verworven frequenties. Concreet wordt daarbij voorgesteld dat een vergunning pas mag worden doorverkocht of -verhuurd, nadat de betreffende vergunninghouder aan zijn ingebruiknameverplichting heeft voldaan. Deze respondenten vinden het onwenselijk dat partijen om louter speculatieve redenen frequenties verwerven om ze (voor de afloop van de termijnen voor de ingebruiknameverplichting) te kunnen verhandelen.

De Minister gaat niet mee met dit voorstel. Gelet op de limitatieve opsomming van vergunningsvoorschriften in artikel 17 van het Frequentiebesluit 2013 is het niet mogelijk om een dergelijke bepaling op te nemen in de vergunningen. De Minister is voorts inhoudelijk van mening dat zij niet kan oordelen of een partij speculatieve bedoelingen heeft en dat met het voorgestelde doorverkoop- of verhuurverbod belemmeringen kunnen worden opgeworpen voor serieuze nieuwe partijen. Dat is onwenselijk gelet op de veilingdoelstelling van realistische kansen voor alle mogelijke deelnemers. Tenslotte wijst de Minister erop dat alle bieders in de veiling zelf aan zet blijven. Een bieder zal rationeel bieden en kan niet verrast worden. Als een bieder zijn vraag omlaag brengt bij stijgende rondeprijzen dan is zijn marginale waardering voor vergunningen die hij laat lopen kennelijk lager dan concurrerende bieders bereid zijn te betalen. Het ligt dan niet in de rede dat een winnaar van zo’n duurdere vergunning na de veiling de vergunning zou weten door te verkopen tegen een nog hogere prijs. En dat is nog onwaarschijnlijker als zo’n partij nog niet heeft voldaan aan zijn ingebruiknameverplichting.

Een respondent onderschrijft de doelen van de ingebruiknameverplichting, maar geeft aan dat deze de duurzaamheid in de weg kunnen staan. Zo is het mogelijk dat radioapparatuur tijdelijk niet aan staat als de hoeveelheid verkeer via andere frequentiebanden afgewikkeld kan worden. De respondent geeft aan dat het concept meetprotocol van de RDI dit punt al meeneemt en verzoekt de Minister om de ingebruiknameverplichting dusdanig te definiëren dat duurzame inzet mogelijk is. De Minister is van mening dat met de huidige definitie van de ingebruiknameverplichting duurzaam gebruik van de frequentieruimte reeds mogelijk is. In de ingebruiknameverplichting is namelijk niet vastgelegd op welke wijze de vergunninghouder gebruik moet maken van de frequentieruimte. De invulling is geheel aan de vergunninghouder en dat kan ook op een duurzame manier zijn. Bij het toezicht op de ingebruiknameverplichting zal rekening worden gehouden met het duurzaam gebruik van frequentieruimte zoals nu het geval is in het concept meetprotocol.

Een respondent zoekt bevestiging dat aan de ingebruiknameverplichting voldaan kan worden middels dekking op vaste installaties op het Nederlandse deel van het continentaal plat.

De tekst in de toelichting op de vergunningen is op dit punt gewijzigd en het antwoord op dit verzoek is hiermee bevestigend.

Regeling
Besluit bekendmaking veiling vergunningen 3,5 GHz-band
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
15-02-2024
BWB-id
BWBR0049386
Versie
2024-02-15_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl