wetzoeker

2.5 — Het delen van persoonlijke gegevens Aanwijzing slachtoffers in het strafproces

Het delen van persoonlijke gegevens

Uitgangspunt is dat het openbaar ministerie geen informatie over het slachtoffer vrijgeeft indien deze informatie herleidbaar is tot individuele personen. Persoonlijke gegevens van het slachtoffer, zoals adresgegevens, worden niet vermeldt in processen-verbaal of documenten van het openbaar ministerie, tenzij deze gegevens redelijkerwijs van belang zijn voor de door de rechter te nemen beslissingen. Het openbaar ministerie deelt alleen de persoonlijke gegevens van het slachtoffer met de verdachte en derden als dit strafvorderlijk strikt noodzakelijk is. Met dit uitgangspunt wordt rekening gehouden bij het opstellen en vrijgeven van de tenlastelegging. Bij de voorlichting over strafzaken aan de pers wordt zeer terughoudend omgegaan met het verstrekken van persoonlijke gegevens van het slachtoffer.

5 Aanwijzing voorlichting opsporing en vervolging, onder 2.3.2.

In het kader van de opsporing van strafbare feiten worden persoonlijke gegevens van het slachtoffer alleen gedeeld als dit dringend noodzakelijk is en het slachtoffer hier uitdrukkelijk toestemming voor heeft verleend.

6 Aanwijzing opsporingsberichtgeving, onder 3. In bijzondere gevallen kan bij een dringende reden en een zwaarwegend belang hierop na toestemming van het College van procureurs-generaal een uitzondering worden gemaakt.

De brieven die het openbaar ministerie aan het slachtoffer stuurt hebben een apart adresblad dat niet wordt opgenomen in het procesdossier.

Regeling
Aanwijzing slachtoffers in het strafproces
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
01-03-2024
BWB-id
BWBR0049366
Versie
2024-03-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl