wetzoeker

Artikel 2.3.1 Regeling inrichtingen en activiteiten BES

Kwaliteitscriteria bodem

1 Ter voorkoming of beperking van bodemverontreiniging worden bodembedreigende stoffen:

a. niet op of in de bodem geloosd;

b. gebruikt of afgeleverd boven een bodembeschermende voorziening;

c. zodanig gebruikt dat zweten, lekkage of wegspatten van die stoffen wordt voorkomen of tot het minimum wordt beperkt;

d. adequaat verpakt.

2 Als zweten, lekkage of wegspatten van bodembedreigende stoffen niet is of niet kan worden voorkomen, worden deze stoffen onmiddellijk met behulp van absorptiemiddelen van de vloer verwijderd.

3 Een apparaat dat of een installatie die een vloeistofcircuit bevat wordt geplaatst boven een aaneengesloten bodembeschermende voorziening.

4 Wanneer de bodembeschermende voorziening, bedoeld in het derde lid, is uitgevoerd als een lekbak dan kan deze tenminste 110% van de inhoud van het apparaat of installatie opvangen.

5 Alle tankinstallaties, leidingsystemen en appendages zijn vloeistofdicht.

Regeling
Regeling inrichtingen en activiteiten BES
Soort
Ministeriële regeling BES
Geldend vanaf
01-04-2024
BWB-id
BWBR0049285
Versie
2024-04-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl