wetzoeker

Categorie 2 Gassen Inrichtingen- en activiteitenbesluit BES

Onderdeel 2.1 een inrichting voor het bewerken, verwerken, op- en overslaan van gassen of gasmengsels, al of niet in samengeperste tot vloeistof verdichte of onder druk in vloeistof opgeloste toestand.

Onderdeel 2.2 Een inrichting type II is een inrichting voor:

a. het vullen van gasflessen met propaan of butaan met een inhoud kleiner dan 12 liter vanuit een gasfles van maximaal 150 liter;

b. het vullen van gasflessen met verstikkende gassen;

c. het vullen van gasflessen met een inhoud van maximaal 2 liter met zuurstof vanuit een concentrator;

d. het vullen van gasflessen met een inhoud van maximaal 3 liter en met een druk van maximaal 1,6 bar, met diep gekoelde vloeibare zuurstof vanuit een gasfles met een inhoud van maximaal 60 liter met een druk van maximaal 1,6 bar;

e. het vullen van gasflessen met ademlucht voor duikers met inhoud van maximaal 15 liter;

f. de opslag van propaan, propeen, zuurstof, vergistingsgas, kooldioxide, lucht, argon, helium of stikstof in één of meer opslagtanks.

Onderdeel 2.3 Een inrichting type III is een inrichting voor:

a. voor het vervaardigen van gassen;

b. voor de opslag van meer dan 1.500 liter ammoniak in gasflessen;

c. voor de opslag van meer dan 1.500 liter ethyleenoxide in gasflessen;

d. voor de opslag van meer dan 250 liter van gevaarlijke stoffen of CMR-stoffen in gasflessen;

e. voor de opslag van propaan of propeen in meer dan twee opslagtanks;

f. voor de opslag van propaan of propeen waarbij het gas, behoudens voor het leegmaken voor verplaatsing van de opslagtank, niet uitsluitend in de gasfase aan een opslagtank wordt onttrokken;

g. voor de opslag van andere gassen dan propaan, propeen, zuurstof, vergistingsgas, kooldioxide, lucht, argon, helium of stikstof in één of meer opslagtanks;

h. voor de opslag van andere gassen dan propaan in ondergrondse opslagtanks;

i. voor de opslag van gassen in een gaszak;

j. voor de opslag van gassen, anders dan in gasflessen, gaspatronen, spuitbussen, gaszakken of opslagtanks van metaal of kunststof;

k. voor het afleveren van LPG;

l. voor het vullen van gasflessen van ADR klasse 2, met uitzondering van onderdeel 2.2 onder a tot en met f;

m. voor het vullen van spuitbussen, uitgezonderd het niet geautomatiseerd afvullen met stoffen anders dan drijfgassen;

n. waar warmtepompen, koelinstallaties of vriesinstallaties aanwezig zijn, met een inhoud per installatie van meer dan 1.500 kilogram ammoniak of 100 kilogram propaan, butaan of een mengsel van propaan en butaan;

o. voor het begassen of ontgassen van containers.

Onderdeel 2.4 Een inrichting type IV is een inrichting voor het opslaan van gassen met een opslagcapaciteit van meer dan 10 ton.

Regeling
Inrichtingen- en activiteitenbesluit BES
Soort
AMvB-BES
Geldend vanaf
01-04-2024
BWB-id
BWBR0049276
Versie
2024-04-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl