Voorschrift 4 Mitigerende maatregelen (deel 1) Kavelbesluit kavel Beta windenergiegebied IJmuiden Ver
1. Maatregelen ter voorkoming van permanente fysieke effecten bij bruinvissen en zeehonden en mortaliteit van vissen.
a) Heiwerkzaamheden vangen aan met een lage hei-energie en verlengde intervallen tussen slagen. De duur en het vermogen van de lage hei-energie dient zodanig te zijn dat bruinvissen de gelegenheid hebben om naar een veilige locatie te zwemmen. De vergunninghouder onderbouwt in het funderingsplan genoemd in het tweede lid, onderdeel d, duur en vermogen van de lage hei-energie.
b) Indien sprake is van een andere installatietechniek dan heien, maakt de vergunninghouder gebruik van een of meer op de relevante frequenties afgesteld(e) akoestisch(e) afschrikmiddel(en) gedurende een half uur voor het begin van de werkzaamheden, alsmede gedurende de eerste vijf minuten van de werkzaamheden. Deze procedure wordt herhaald indien de werkzaamheden gedurende een uur of langer onderbroken zijn. De vergunninghouder motiveert in het funderingsplan bedoeld in het tweede lid, onderdeel d, welk(e) type(n) afschrikmiddel(en) gebruikt zal of zullen worden, waarbij hij ingaat op de effectiviteit van het of de gekozen type(n).
c) De vergunninghouder kan van het bepaalde in onderdeel b van dit lid afwijken in het geval de in dat onderdeel bedoelde middelen meer geluid produceren dan de te hanteren installatietechniek en/of een ter zake deskundige in het funderingsplan motiveert dat de maatregel als zodanig niet bijdraagt aan het voorkomen van permanente effecten op het gehoor van bruinvissen.
2. Maatregelen ter voorkoming van verstoring van bruinvissen, zeehonden en vissen bij de aanleg van het windpark (onderwatergeluidsnormering)
a) Het geluidsniveau onder water als gevolg van impulsgeluid bij de aanleg van het windpark bedraagt maximaal 164 dB re 1 μPa2s SELss (op 750 meter van de geluidsbron), behoudens het bepaalde in onderdelen b en f van dit lid.
b) De vergunninghouder mag bij de eerste tien funderingen de in onderdeel a van dit lid vermelde geluidsnorm overschrijden met maximaal 2 dB re 1 μPa2s SELss (op 750 meter van de geluidsbron).
c) Bij toepassing van een techniek die geen impulsgeluid veroorzaakt bedraagt het aantal bruinvisverstoringsdagen ten hoogste 117.000.
d) De vergunninghouder stelt een funderingsplan op en dient dat uiterlijk acht weken voorafgaand aan de start van de bouw in bij de Minister voor Klimaat en Energie.
e) In het geval (mede) gebruik wordt gemaakt van een techniek die geen impulsgeluid veroorzaakt bevat het funderingsplan een berekening van het aantal bruinvisverstoringsdagen door een ter zake deskundige, waaruit volgt dat wordt gehandeld in overeenstemming met onderdeel c van dit lid.
f) In het funderingsplan kan de vergunninghouder voor test- en onderzoeksdoeleinden passend binnen de wet- en regelgeving en met een openbaar belang afwijken van de geluidsnorm als bedoeld in onderdeel a van dit lid. De afwijking is beperkt tot het voor de proef strikt noodzakelijke en geldt voor ten hoogste drie funderingen, en maximaal 25 minuten per fundering. De vergunninghouder motiveert de afwijking in het funderingsplan. De motivering bevat ten minste:
– nut en noodzaak van de afwijking;
– een beschrijving van de te hanteren techniek en middelen;
– het voorziene geluidsniveau, de voorziene duur van de normoverschrijding in de onderscheidende fasen van het heiproces en het voorziene aantal bruinvisverstoringsdagen;
– een beschrijving van de maatregelen om het geluidsniveau zoveel mogelijk te beperken;
– de wijze van monitoring en verwerking van onderzoeksresultaten;
– de termijn waarbinnen de onderzoeksresultaten worden gedeeld met de Minister voor Klimaat en Energie.
g) De vergunninghouder voert de werkzaamheden uit conform het funderingsplan.
h) De vergunninghouder spant zich in om de verstoring van bruinvissen zo veel als redelijkerwijs mogelijk is te beperken en in een zo kort mogelijke aaneengesloten periode onderwatergeluid te produceren.
i) Het geluidsniveau dient tijdens het funderen door de vergunninghouder continu gemeten te worden. De geluidsmetingen worden per fundering, uiterlijk 48 uur na de afronding van het plaatsen van de fundering, doorgestuurd naar de Minister voor Klimaat en Energie. Daarnaast deelt de vergunninghouder de meetgegevens na afronding van alle funderingswerkzaamheden met de Minister van Infrastructuur en Waterstaat ten behoeve van internationale rapportageverplichtingen.
j) Wanneer in het geval van heien na achtereenvolgende geluidsmetingen blijkt dat het geluidsniveau onder water tijdens het funderen de in onderdeel a van dit lid vermelde geluidsnorm niet overschrijdt, kan de vergunninghouder de Minister voor Klimaat en Energie verzoeken toe te staan dat de frequentie van de geluidsmetingen wordt verlaagd.
3. Maatregelen ter beperking van aanvaringsslachtoffers onder vogels op rotorhoogte gedurende migratieperiodes.
a) Tijdens migratieperiodes brengt de vergunninghouder het aantal rotaties per minuut per windturbine terug tot minder dan twee tijdens het tijdvak in de nacht waarin sprake is van voorspelde massale vogeltrek.
b) Het in onderdeel a van dit lid bedoelde tijdvak waarin sprake is van voorspelde massale vogeltrek wordt bij besluit van de Minister van Klimaat en Groene Groei vastgesteld. De Minister van Klimaat en Groene Groei baseert het besluit op het signaal van het voorspellingsmodel. De Minister van Klimaat en Groene Groei betrekt bij het besluit een advies van de landelijk netbeheerder en kan een advies van vogeldeskundigen betrekken. Het besluit wordt op een zodanig moment bekend gemaakt dat de vergunninghouder redelijkerwijs kan voldoen aan onderdeel a van dit lid.
c) De vergunninghouder is verplicht zonder financiële tegenprestatie mee te werken aan de plaatsing en installatie van apparatuur op, in of aan de door de Minister van Klimaat en Groene Groei aan te wijzen turbines ter uitvoering van de maatregel zoals bedoeld in onderdeel a van dit lid. Dit betreft mede het ter beschikking stellen van bevestigingsconstructies aan de aangewezen turbines. Voor de plaatsing en installatie van de apparatuur zal een overeenkomst worden gesloten met de vergunninghouder, waarbij zoveel mogelijk rekening wordt gehouden met de operationele werkzaamheden in het windpark.
d) De vergunninghouder is verplicht zonder financiële tegenprestatie mee te werken aan toegang ten behoeve van het beheer en onderhoud van de apparatuur zoals bedoeld in onderdeel c van dit lid. Voor het beheer en onderhoud van de apparatuur zal een overeenkomst worden gesloten met de vergunninghouder, waarbij zoveel mogelijk rekening wordt gehouden met de operationele werkzaamheden in het windpark.
e) De in onderdeel a van dit lid bedoelde tijdvakken zullen in totaal niet meer dan 60 uur per jaar betreffen, gerekend van najaar tot najaar.
f) De Minister van Klimaat en Groene Groei evalueert periodiek de in dit lid bedoelde stilstandsvoorziening.
4. Maatregelen voor het voorkomen van aanvaringsslachtoffers van vleermuizen op rotorhoogte.
a) In de periode tussen zonsondergang en zonsopkomst van de dagen met dagnummers als aangegeven in de onderstaande tabel, is de cut-in-windspeed op ashoogte van de windturbines aangepast, en bedraagt deze zoals weergegeven in de tabel.
Dagnummer | Cut-in speed [m/s] | Dagnummer | Cut-in speed [m/s]
226-228 | 4,7 | 265-267 | 5,5
229-231 | 4,8 | 268-270 | 5,5
232-234 | 5,0 | 271-273 | 5,4
235-237 | 5,2 | 274-276 | 5,3
238-240 | 5,3 | 277-279 | 5,1
241-243 | 5,4 | 280-282 | 5,0
244-246 | 5,5 | 283-285 | 4,9
247-249 | 5,5 | 286-288 | 4,7
250-252 | 5,6 | 289-291 | 4,4
253-255 | 5,6 | 292-294 | 4,2
256-258 | 5,6 | 295-297 | 4,0
259-261 | 5,6 | 298-300 | 3,8
262-264 | 5,6 | 301-303 | 3,6
b) Bij een windsnelheid lager dan de aangepaste cut-in-windspeed, bedoeld in onderdeel a van dit lid, brengt de vergunninghouder in de periode tussen zonsondergang en zonsopkomst, bedoeld in onderdeel a van dit lid, het aantal rotaties per minuut per windturbine omlaag tot minder dan één.
- Regeling
- Kavelbesluit kavel Beta windenergiegebied IJmuiden Ver
- Soort
- Ministeriële regeling
- Geldend vanaf
- 17-07-2026
- BWB-id
- BWBR0049198
- Versie
- 2026-07-17_0