3.2 — Milieueffectrapportage (m.e.r.) Kavelbesluit kavel Alpha windenergiegebied IJmuiden Ver
Milieueffectrapportage (m.e.r.)
De procedure van de milieueffectrapportage (m.e.r.-procedure) is voorgeschreven op grond van nationale en Europese wetgeving indien sprake is van besluitvorming over activiteiten met potentieel aanzienlijke milieueffecten. Artikel 7.2 van de Wet milieubeheer (Wm) bepaalt dat activiteiten die belangrijke nadelige gevolgen kunnen hebben voor het milieu of ten aanzien waarvan het bevoegd gezag moet beoordelen of zij belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben, worden aangewezen. De aangewezen categorieën zijn te vinden in het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.). Afhankelijk van het type activiteit en daarmee de categorisatie in de bijlage van het Besluit m.e.r., moet bij de voorbereiding van de plannen en/of besluiten een milieueffectrapport (MER) worden gemaakt of moet het bevoegd gezag beoordelen of een milieueffectrapport moet worden gemaakt.
In onderdeel C, categorie C22.2, van de bijlage van het Besluit m.e.r. is de oprichting van een windpark bestaande uit twintig windturbines of meer, opgenomen. Dit betekent dat windparken op zee (bestaande uit twintig windturbines of meer) m.e.r.-plichtig zijn.
Voor het MER ten behoeve van het kavelbesluit Alpha in het windenergiegebied IJmuiden Ver wordt op grond van artikel 7.24, vierde lid, aanhef en onderdeel a, van de Wm de uitgebreide m.e.r.-procedure gevolgd. Omdat significant negatieve gevolgen voor de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden bij het realiseren van een windpark in windenergiegebied IJmuiden Ver niet op voorhand zijn uit te sluiten, is ook een Passende beoordeling opgesteld.
De reikwijdte en het detailniveau van het milieueffectonderzoek wordt vastgesteld op basis van de concept-notitie reikwijdte en detailniveau (concept-NRD) en de daarop ontvangen zienswijzen en adviezen. Tijdens de terinzagelegging van de concept-NRD voor de kavels Alpha en Beta (destijds nog: kavels I-IV) van IJmuiden Ver in de periode van 25 februari tot en met 7 april 2022, is eenieder in de gelegenheid gesteld om zienswijzen kenbaar te maken. De betrokken bestuursorganen en wettelijk adviseurs zijn geraadpleegd over de reikwijdte en het detailniveau. De definitieve NRD is in juli 2022 vastgesteld.
14 Stcrt. 2022, nr. 17245. Zie ook: https://www.rvo.nl/onderwerpen/bureau-energieprojecten/lopende-projecten/woz-ijmuiden-ver-kavels-alpha-en-beta.
Gedurende de terinzagelegging van het ontwerpkavelbesluit is de Commissie m.e.r. gevraagd te adviseren over de milieueffectrapportage zelf. De commissie heeft geadviseerd het MER op het aspect ‘verstoring van zeezoogdieren door heigeluid’ aan te vullen.
15 Commissie voor de m.e.r, Kavelbesluit IJmuiden Ver Alpha – toetsingsadvies over het milieueffectrapport, 24 november 2023, projectnr. 3663.
De commissie vindt dat in het MER onvoldoende is onderzocht in hoeverre maatregelen ervoor kunnen zorgen dat bij het heien geen geluidsnormen worden overschreden. Ook is volgens de commissie niet duidelijk of er (andere) mogelijkheden zijn om onderwatergeluid te beperken tijdens de bouw en het gebruik van de windturbines.
In anticipatie op het advies is aanvullend onderzoek gedaan naar de technische haalbaarheid van de in het MER veronderstelde onderwatergeluidsnormering bij heien van 160 tot 164 dB re 1 μPa2s SELsss (op 750 meter van de geluidsbron).
16 Pondera, i.s.m. met TNO en HWE, Aanleg van windparken in IJmuiden Ver en Nederwiek I, Beperken van onderwatergeluid en haalbaarheid van geluidsnomen, 2023.
In het onderzoek is gekeken naar veelbelovende ontwikkelingen op het gebied van mitigerende maatregelen en alternatieve installatietechnieken. Ten aanzien van mitigerende maatregelen is geconcludeerd dat onzeker is of de strikte normering kan worden behaald met een combinatie van mitigerende maatregelen. In relatie tot alternatieven voor de traditionele hydraulische ‘impact hammer’, zoals trilhamers (eventueel in combinatie met ‘jetting’) of ‘blue piling’, wordt geconcludeerd dat een aanzienlijke reductie van de hoeveelheid geproduceerd onderwatergeluid kan worden bereikt. Hierbij geldt echter dat geen van deze technieken volledig is getest en/of gecertificeerd voor gebruik bij de installatie van turbinefunderingen op zee.
Vanwege bovenstaande onzekerheden is de onderwatergeluidsnormering in het kavelbesluit niet gesteld op 160 dB re 1 μPa2s SELsss, zoals geambieerd in het Noordzeeakkoord, maar is gekozen voor een overgangsnormering van 164 dB re 1 μPa2s SELsss (op 750 meter van de geluidsbron). Daarnaast geldt een inspanningsverplichting om de verstoring van de bruinvis zo veel als redelijkerwijs mogelijk is (verder) te beperken. Zoals vermeld in paragraaf 7.3.3 is in het MER ecologisch onderzoek gedaan naar de effecten in cumulatie van deze onderwatergeluidsnormering. Hierbij zijn de ecologische gevolgen voor de bruinvis, als meest gevoelige soort, in beeld gebracht bij verschillende geluidsniveaus. Het aantal bruinvisverstoringsdagen neemt weliswaar met ongeveer 53 procent toe ten opzichte van de situatie dat wordt gerekend met een geluidnorm van 160 dB re 1 µPa2s SELsss (op 750 meter van de heilocatie), maar de ecologische normering uit het KEC 4.0 wordt in cumulatie niet overschreden als voor deze kavel (en eventueel enkele andere toekomstige kavels) deze overgangsnormering wordt gehanteerd. Zie in dit verband paragraaf 7.3.3. Op grond van voorschrift 4, tweede lid, kan effectief toezicht worden gehouden op de naleving van de onderwatergeluidsnormering.
Met de gekozen geluidsnorm is een balans gezocht tussen enerzijds het beperken van de toename van het aantal bruinvisverstoringsdagen en anderzijds het rekening houden met de uitvoerbaarheid van de aanlegwerkzaamheden. Hiermee blijft er onverminderd een prikkel bestaan om te investeren in onderzoek naar, en ontwikkeling van, geluidsarmere funderingstechnieken. In de vergelijkende toets bij vergunningverlening (Regeling vergunningverlening kavel Alpha in windenergiegebied IJmuiden Ver) wordt een verdere reductie van het aantal bruinvisverstoringsdagen ten opzichte van de normering in het kavelbesluit gewaardeerd in de scoringsmethodiek. Zo wordt de sector gestimuleerd om in de aanloop naar de aanleg van het windpark in te zetten op technische innovatie en certificering van veelbelovende maatregelen en technieken.
Ten aanzien van onderwatergeluid in de operationele fase is in het MER geconcludeerd dat geluidsniveaus van het gebruik van windturbines lager zijn dan de geluidsniveaus waarboven de bruinvis vermijding vertoont. Dit geluid komt enkel op zeer korte afstand van de windturbine boven het achtergrondgeluid uit en is dus geen relevante verstorende factor voor de bruinvis en andere zeezoogdieren. Desalniettemin kan onderwatergeluid in de operationele fase van een windpark een cumulatieve drukfactor zijn in relatie tot de bruinvis. Ook dit aspect is een criterium in de scoringsmethodiek in de vergelijkende toets bij vergunningverlening (Regeling vergunningverlening kavel Alpha in windenergiegebied IJmuiden Ver), waarbij wordt beoogd de impact van scheepvaart te verminderen.
- Regeling
- Kavelbesluit kavel Alpha windenergiegebied IJmuiden Ver
- Soort
- Ministeriële regeling
- Geldend vanaf
- 17-07-2026
- BWB-id
- BWBR0049193
- Versie
- 2026-07-17_0