wetzoeker

Regeling aanvullende bekostiging bij overgangsrecht vereenvoudiging bekostiging po

Regeling van de Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs van 15 december 2023, nr. PO/43180580, houdende regels voor het verstrekken van aanvullende bekostiging voor onbedoelde effecten van het overgangsrecht van de vereenvoudiging van de bekostiging voor het primair onderwijs (Regeling aanvullende bekostiging bij overgangsrecht vereenvoudiging bekostiging po)

Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
06-07-2024
Rechtsgebied
Onderwijsrecht
Ministerie
Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
BWB-id
BWBR0049192
Versie
2024-07-06_0
SHA-256 bron
32390d2131477452b3c28a60c6ed070abde48757ad659a6b72e31c27cfc908e1

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (7)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4
  5. Artikel 5
  6. Artikel 6
  7. Artikel 7

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

aanvullende bekostiging: aanvullende bekostiging, bedoeld in artikel 119, eerste lid, van de WPO en artikel 117, eerste lid, van de WEC;

bekostiging waarop de overgangsbekostiging is gebaseerd: bekostiging, berekend op grond van artikel 116, met uitzondering van het vierde lid, onderdelen b en d, en artikel 121 van de WPO, dan wel artikel 114 en 119 van de WEC;

bevoegd gezag: bevoegd gezag, bedoeld in artikel 1 van de WPO en artikel 1 van de WEC;

minister: de Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs;

overgangsbekostiging: het bedrag, waarmee de bekostiging waarop de overgangsbekostiging is gebaseerd, op grond van artikel 214 van de WPO en artikel 188 van de WEC wordt vermeerderd;

WEC: Wet op de expertisecentra;

WPO: Wet op het primair onderwijs.

Artikel 2

De Minister verstrekt aanvullende bekostiging aan een bevoegd gezag voor wie het negatieve verschil in overgangsbekostiging in het kalenderjaar 2024 ten opzichte van het kalenderjaar 2023:

a. groter is dan 1% van de bekostiging waarop de overgangsbekostiging voor 2024 is gebaseerd; en

b. meer dan € 25.000,00 bedraagt.

Artikel 3

1 Ten behoeve van vaststelling van het recht op de aanvullende bekostiging wordt het absolute verschil berekend tussen de bedragen die een bevoegd gezag ontvangt aan overgangsbekostiging in het kalenderjaar 2024 ten opzichte van het kalenderjaar 2023.

2 Het percentage, bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt berekend door het absolute verschil, bedoeld in het eerste lid, te delen door de bekostiging waarop de overgangsbekostiging is gebaseerd voor 2024, en de uitkomst te vermenigvuldigen met 100.

Artikel 4

1

De aanvullende bekostiging is gelijk aan het absolute verschil in overgangsbekostiging, bedoeld in artikel 3, eerste lid, minus 1% van de bekostiging waarop de overgangsbekostiging voor 2024 is gebaseerd.

2 Het bedrag, berekend met toepassing van het eerste lid, wordt vanwege een bijdrage voor loonontwikkeling verhoogd met 5,39% procent.

Artikel 5

1 De Minister stelt de aanvullende bekostiging uiterlijk 1 april van het jaar waarop de bekostiging betrekking heeft vast.

2 De betaling vindt plaats in 12 maandelijkse termijnen met ingang van januari.

3 De aanvullende bekostiging kan uiterlijk in de maand december van het jaar waarop de bekostiging betrekking heeft gewijzigd worden vastgesteld op basis van een bijdrage voor loonontwikkeling.

Artikel 6

1 Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2024.

2 Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2027.

Artikel 7

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling aanvullende bekostiging bij overgangsrecht vereenvoudiging bekostiging po.