wetzoeker

Artikel 5 voordeeltoerekening Beleidsregel nadeelcompensatie verleggen kabels en leidingen vanwege rijkswaterstaatswerken, rijkswegen en hoofdspoorwegen 2024

Leidingen met een technische levensduur van 100 jaar en ouder worden niet geacht aan veroudering onderhevig te zijn. Dit leidt ertoe dat een korting ‘nieuw voor oud’ niet toegepast kan worden bij het bepalen van de kosten voor het verleggen van een dergelijke leiding. De hoogte van de kosten van een verlegging kan echter wel gecorrigeerd worden indien zich door de verlegging een kwantificeerbare voordeeltoerekening voordoet. Dit is o.a. het geval als:

– de capaciteit van de leiding toeneemt;

– de leiding meer druk kan verdragen (verhoging van de drukklasse);

– opheffen van een evident verkeerde ligging;

– opheffen van constructiefouten of een foutieve keuze van leidingmaterialen voorzover deze de technische levensduur significant zouden kunnen beïnvloeden;

– achterstallig onderhoud eveneens gepaard gaande met een significante verkorting van de technische levensduur, en

– een noodzakelijke reconstructie van oudere opstallen.

Bij een reconstructie van oudere opstallen kan afhankelijk van de situatie een correctie nieuw voor oud worden toegepast conform de regels van het onteigeningsrecht waarbij dan een eventuele vergroting van de functionaliteit eveneens in mindering gebracht kan worden op de vergoeding.

Een aftrek nieuw voor oud bij leidingen is gecompliceerd, omdat in bijna alle aanpassings- en verleggingssituaties een zelfstandige eenheid (een onderdeel van de technische werken in het leidingencomplex, dat bij vervanging van een (deel van) dit leidingencomplex, zowel uit technisch als uit bedrijfseconomisch oogpunt naar redelijke verwachting in stand zal blijven) ontbreekt. Bij een verlegging van een deel van een zelfstandige eenheid is het pas zinvol om een correctie nieuw voor oud toe te passen, indien die partiële verlegging dicht tegen het moment aan zit, waarop de technische levensduur van de gehele leiding verstreken is. Van dat laatste is sprake indien de periode tussen partiële verlegging en een verstrijken van de technische levensduur 5 jaar of korter is.

Een voorbeeld:

– leiding aangelegd in 1979

– technische levensduur: 45 jaar

– totale leiding met een lengte van 800 m zou naar objectieve maatstaven aldus in 2024 moeten worden vernieuwd infrastructureel project maakt verlegging van 100 m leiding noodzakelijk in 2021 kosten ‘partiële verlegging’: € 300.000 – geschatte kosten gehele verlegging in 2024: € 1.500.000

– evenredig deel van het in 2021 te verleggen deel ten opzichte van de in 2024 geplande totale verlegging is:(100) / (800) x € 1.500.000= € 187.500

– bij een rekenrente van 4% (dit is tweederde van het gemiddelde percentage dat de grootste banken van Nederland als rente hanteren voor standaard-hypotheken zonder gemeentegarantie op basis van een tienjarige annuïteit) is dit bedrag naar het jaar 2021 contant te maken met de rekensom € 187.500: (1,04)3= € 166.687

– de schadeloosstelling is nu gelijk aan € 300.000 (kosten partiële verlegging in 2021) minus € 166.687 (de contant gemaakte evenredige besparing in 2024) = € 133.313

Regeling
Beleidsregel nadeelcompensatie verleggen kabels en leidingen vanwege rijkswaterstaatswerken, rijkswegen en hoofdspoorwegen 2024
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
01-01-2024
BWB-id
BWBR0049123
Versie
2024-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl