wetzoeker

D — Verdedigingsbeginsel Beleidsregel Handhavingsstrategie Omgevingsrecht Inspectie Leefomgeving en Transport

Verdedigingsbeginsel

De persoon of onderneming die als overtreder of als klager te maken krijgt met handhavend overheidsoptreden moet in de gelegenheid worden gesteld haar of zijn zienswijzen kenbaar te maken, en daarvoor een redelijke termijn te krijgen. Bij bestuursrechtelijke handhaving heeft dit beginsel mede uitwerking gekregen in de hoorplicht van art. 4:7 en 4:8 Awb (spoedeisende gevallen uitgezonderd). In voorkomend geval betekent dit dat de verklaring van een deskundige of getuige moet kunnen worden ingebracht. Het draagvlak van de handhaving wordt versterkt door een overheid die recht doet aan de beginselen van behoorlijk bestuur, waaronder het verdedigingsbeginsel. Dat beginsel is ook neergelegd in tal van verdragsbepalingen (zoals artikel 6 EVRM) en in het Unierecht. In het strafrecht wordt de verdachte (onderneming) ook beschermd door zijn verdedigingsrechten.

Regeling
Beleidsregel Handhavingsstrategie Omgevingsrecht Inspectie Leefomgeving en Transport
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
01-01-2024
BWB-id
BWBR0049116
Versie
2024-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl