Bijlage 2 — Reactie Ctgb op de individuele opmerkingen voortkomend uit de publieke consultatie over de ‘Beleidsregel werkwijze vergelijkende evaluatie gewasbeschermingsmiddelen’ (deel 1) Beleidsregel werkwijze vergelijkende evaluatie gewasbeschermingsmiddelen
Reactie Ctgb op de individuele opmerkingen voortkomend uit de publieke consultatie over de ‘Beleidsregel werkwijze vergelijkende evaluatie gewasbeschermingsmiddelen’
Respondent | Nr. | Onderdeel | Commentaar / aandachtspunten | Voorstel van de respondent voor aanpassing van de tekst | Reactie Ctgb
Preambule
Pesticide Action Network Netherlands (PAN NL) Maatschappelijke organisatie | 1. | 2 -13 | Urgentie duidelijk maken Wij juichen een herziening van de Ctgb-politiek ten aanzien van de ‘vergelijkende analyse’ ten zeerste toe. Het feit dat het Ctgb tot nu toe geen enkele stof van deze zwarte lijst vervangen heeft, staat in schril contrast met het onderzoek van de Universiteit van Wageningen (Analyse landbouw-milieu implicaties amendement Vestering – WUR) waaruit blijkt dat er in Nederland talloze alternatieven beschikbaar zijn voor pesticiden die kandidaten voor substitutie bevatten. In het onderzoek zijn de 10 kandidaten met het hoogste gebruik in Nederland geëvalueerd op alternatieven. Volgens de conclusies voor de 53 pesticide/gewascombinaties zouden tegen 2025 20 combinaties gemakkelijk vervangen kunnen worden. Voor nog eens 21 pesticide/gewascombinaties zouden zich problemen kunnen voordoen omdat er een kleiner pesticiden pakket beschikbaar is, maar er zijn nog steeds alternatieven aanwezig. Slechts voor twaalf pesticide/gewascombinaties kon een impact worden beoordeeld, wat betekent dat er geen vervanging mogelijk zou zijn. Concluderend blijkt dat slechts 22,5% van de bestrijdingsmiddel/gewascombinaties in een vergelijkende beoordeling in Nederland momenteel geen adequaat alternatief heeft. Dit is zelfs het geval terwijl de uitkomst van het Wageningse onderzoek gebaseerd is op de gebrekkige EPPO-richtlijn. Deze richtlijn is aan herziening toe, omdat het resistentiebeleid deze niet feitelijk minimaliseert, zoals vereist door de Verordening, maar in plaats daarvan de resistentie bevordert. Zonder dit resistentiebeleid zou het aantal alternatieven nog groter zijn. | Aangeven dat de EU toelating slechts voor 7 jaar is gegeven en dus vervanging urgent. Ook de schadelijke eigenschappen noemen. Tevens het Wageningse onderzoek noemen. | Op basis van uw opmerking is in de preambule van de beleidsregel een verwijzing opgenomen naar Bijlage II, punt 4 van Verordening (EG) nr. 1107/2009 waarin de gevaarscriteria beschreven worden. Daarnaast is op basis van uw reactie opgenomen in de tekst dat stoffen die in aanmerking komen om te worden vervangen een goedkeuring krijgen voor hoogstens 7 jaar. Het onderzoek dat in de reactie wordt genoemd betreft een onderzoek naar de landbouwkundige impact van het halveren en bijna beëindigen van het gebruik van middelen op basis van de tien meest verkochte werkzame stoffen die in aanmerking komen om te worden vervangen. In de landbouwkundige vergelijking die deel uitmaakt van de vergelijkende evaluatie wordt per geval beoordeeld of een alternatief in de praktijk toepasbaar is zonder onacceptabele praktische of economische gevolgen, gevolgen voor het risico op resistentieontwikkeling of gevolgen voor kleine toepassingen. Zie de algemene reactie van het Ctgb voor meer informatie over de landbouwkundige vergelijking.
CropLife NL Organisatie voor belangenbehartiging van de gewasbeschermingsmiddelenindustrie | 2. | 19 | Ter verduidelijking moet hier worden vermeld dat niet-chemische methoden of middelen niet meetellen voor de chemische diversiteit. | Ter verduidelijking moet hier worden vermeld dat niet-chemische methoden of middelen niet meetellen voor de chemische diversiteit. | De landbouwkundige vergelijking wordt uitgevoerd op basis van het Europees vastgestelde richtsnoer SANCO/11507/2013. Dit richtsnoer verwijst naar EPPO standard PP 1/271, waar in het kader van resistentiemanagement gesproken wordt over chemische en niet-chemische alternatieven. In de landbouwkundige vergelijking wordt dus rekening gehouden met de diversiteit van alle maatregelen en methoden, inclusief de chemische diversiteit van de middelen. Ter verduidelijking is dit aangepast in de preambule en artikel 3 van de beleidsregel. Zie voor meer informatie ook de algemene reactie van het Ctgb over het onderwerp resistentie in de context van de vergelijkende evaluatie.
CropLife NL Organisatie voor belangenbehartiging van de gewasbeschermingsmiddelenindustrie | 3. | 26 | Dit moet worden gekwantificeerd ten aanzien van de afgeronde aanvragen in Nederland en Europa. | Sinds [jaartal] zijn voor Nederland [x-aantal] vergelijkende beoordelingen uitgevoerd, waarvan er [x-aantal] is afgewezen. Op EU-niveau geldt dit voor [x-aantal] van het totaal aantal van [x-aantal] afgeronde vergelijkende beoordelingen. | Sinds 2015 zijn er ruim veertig aanvragen gedaan waarop de Nederlandse werkwijze voor de vergelijkende evaluatie van toepassing was. Er is nog geen enkele keer een aanvraag afgewezen op basis van deze evaluatie. Daarmee komt het beeld van de vergelijkende evaluatie in Nederland overeen met het beeld dat in het REFIT rapport geschetst wordt. Dit rapport stelt dat er 278 maal een vergelijkende evaluatie is uitgevoerd door de lidstaten en er nog geen enkele vervanging heeft plaatsgevonden. Op basis van uw reactie is in de preambule van de beleidsregel een verwijzing opgenomen naar een Kamerbrief met de meest recente openbare gegevens.
CropLife NL Organisatie voor belangenbehartiging van de gewasbeschermingsmiddelenindustrie | 4. | 28 | De conclusie dat de vergelijkende evaluatie niet effectief is, volgt niet uit de REFIT-evaluatie. Het evaluatierapport beperkt zich tot de conclusie dat de procedure niet efficiënt is en leidt tot een toegenomen werklast bij de beoordelende instanties. Het verwijzen naar effectiviteit zou veronderstellen dat de vergelijkende evaluatie per definitie moet leiden tot afwijzingen van middelaanvragen. Dit is niet juist. Bovendien kan het bestaan van de procedure er ook toe leiden dat geen toelating wordt aangevraagd, indien voldoende effectieve alternatieven beschikbaar zijn. | In de REFIT-evaluatie van Verordening (EG) nr. 1107/2009 is geconcludeerd dat de vergelijkende evaluatie zoals nu vormgegeven niet effectief en efficiënt is. | Effectief betekent in deze context bijdragend aan het doel van de vergelijkende evaluatie: het – waar mogelijk – vervangen van middelen op basis van een kandidaat voor vervanging door aanzienlijk veiligere alternatieven. Op basis van uw reactie is in de preambule van de beleidsregel een verwijzing opgenomen naar de volgende tekst uit de REFIT-evaluatie: ‘The rules for active substances that are candidates for substitution are both ineffective and inefficient.’
- Regeling
- Beleidsregel werkwijze vergelijkende evaluatie gewasbeschermingsmiddelen
- Soort
- ZBO-regeling
- Geldend vanaf
- 27-06-2024
- BWB-id
- BWBR0049107
- Versie
- 2024-06-27_0