wetzoeker

Eerbiedigende werking Richtlijn bestuurlijke strafbeschikkingsbevoegdheid fysieke leefomgevingsfeiten (art. 257ba, tweede lid, Sv)

Het betreft overgangsrecht met eerbiedigende werking voor op de datum van inwerkintreding van de Omgevingswet (1 januari 2024) lopende procedures. Dit betekent dat een voorbereidingsprocedure voor besluitvorming die in gang is gezet vóór 1 januari 2024 en waarvoor de besluitvorming – inclusief de eventuele bezwaar- en beroepsprocedure tegen dat besluit – op die datum nog niet is afgerond, wordt afgewikkeld volgens het oude (tot en met 31 december 2023 geldende) recht. Met het ‘oude recht’ worden zowel de inhoudelijke als de procedurebepalingen bedoeld die op die besluiten van toepassing zijn.

Overgangsbepalingen bestuurlijke sanctiebesluiten

Evenzo geldt voor lopende verzetszaken dat het tot en met 31 december 2023 geldende (omgevings)recht van toepassing blijft na 1 januari 2024. In art. 4.22 Invoeringswet Omgevingswet zijn de wetten opgesomd waarvoor in het overgangsrecht wordt geregeld voor bestuurlijke sanctiebesluiten. Genoemd zijn onder meer de Wabo (Wet algemene bepalingen omgevingsrecht), de Waterwet en de Wet milieubeheer. Dit artikel is nadrukkelijk zo geformuleerd dat het overgangsrecht zowel van toepassing kan zijn op een op het moment van inwerkingtreding van de Omgevingswet al beëindigde overtreding, als een continue (dus nog voortdurende) overtreding, dan wel een dreigende overtreding. In laatstbedoelde situatie kan een preventieve last (onder bestuursdwang of onder dwangsom) worden opgelegd.

29 Tegelijkertijd is niet het moment van de overtreding bepalend voor de vraag of het oude dan wel de nieuwe spelregels, maar het kantelmoment in de gestarte handhavingsprocedure. Met deze formulering wordt beoogd te vermijden dat onduidelijkheid kan rijzen over de vraag welk recht van toepassing is op een overtreding die is aangevangen vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet en daarna voortduurt, of die dreigde vóór inwerkingtreding van de Omgevingswet en daarna is geëffectueerd (MvT IwOw, p. 492–493).

Als voor de inwerkingtreding van afdeling 18.1 Ow een overtreding heeft plaatsgevonden, een overtreding is aangevangen of het gevaar voor en overtreding klaarblijkelijk dreigde, en voor de inwerkingtreding van die afdeling een bestuurlijke sanctie is opgelegd voor die overtreding of dreigende overtreding, blijft het oude recht op die bestuurlijke sanctie van toepassing tot het tijdstip waarop:

a. De beschikking onherroepelijk is geworden, volledig is uitgevoerd of ten uitvoer is gelegd,

b. De beschikking is ingetrokken of is komen te vervallen, of

c. Als de beschikking gaat om de oplegging van een last onder dwangsom:

1. De last volledig is uitgevoerd,

2. De dwangsom volledig is verbeurd en betaald, of

3. De last is opgeheven. Afdeling 4.1 Inwerkingtredingswet Omgevingswet is in die gevallen niet van toepassing (art. 4.23 IwOw).

Regeling
Richtlijn bestuurlijke strafbeschikkingsbevoegdheid fysieke leefomgevingsfeiten (art. 257ba, tweede lid, Sv)
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
01-01-2025
BWB-id
BWBR0049103
Versie
2025-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl