wetzoeker

2.6 — Territoriale reikwijdte bevoegdheid Richtlijn bestuurlijke strafbeschikkingsbevoegdheid fysieke leefomgevingsfeiten (art. 257ba, tweede lid, Sv)

Territoriale reikwijdte bevoegdheid

De bevoegdheid van een bevoegd gezag strekt zich uit tot alle fysieke leefomgevingsfeiten uit de feitenlijst, indien binnen zijn ambtsgebied:

− het feit is begaan,

− de verdachte zich bevindt,

− de verdachte als natuurlijke persoon zijn woon- of verblijfplaats heeft, of

− de verdachte rechtspersoon zijn statutaire vestigingsplaats heeft.

Het ligt voor de hand dat elk bevoegd gezag het gebruik van de strafbeschikkingsbevoegdheid primair richt op de fysieke leefomgevingsfeiten die passen binnen de taakomschrijving en expertise van de buitengewone opsporingsambtenaren die door hen hiervoor worden ingezet. Het is de verantwoordelijkheid van elk bevoegd gezag om, al dan niet in overleg met andere aangewezen lichamen of personen, te zorgen voor een zo goed mogelijke benutting van de beschikbare capaciteit aan buitengewoon opsporingsambtenaren. Dit laatste is temeer relevant omdat de invoering van de bestuurlijke strafbeschikking fysieke leefomgevingsfeiten meebrengt dat door de milieuagenten van de Basisteams en de milieurecherche, behorend tot de Dienst Regionale Recherche van de Nationale Politie, aan het merendeel van de hieronder vallende fysieke leefomgevingsfeiten in beginsel geen aandacht meer zal worden besteed. Ook is het wenselijk dat er onderling afspraken worden gemaakt over afstemming ter voorkoming van strafrechtelijk optreden door meer dan één bevoegd gezag ter zake van dezelfde overtreding.

11 Ter voorkoming van schending van het ne bis in idem-beginsel, zoals neergelegd in artikel 68 Sr.

Regeling
Richtlijn bestuurlijke strafbeschikkingsbevoegdheid fysieke leefomgevingsfeiten (art. 257ba, tweede lid, Sv)
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
01-01-2025
BWB-id
BWBR0049103
Versie
2025-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl