wetzoeker

Beleidsregel vergoeding kosten aardbevingsbestendige industrie Groningen 2023

Regeling van de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat van 17 december 2023, nr. WJZ/ 41128257, tot vergoeding van kosten van maatregelen voor aardbevingsbestendige industrie in Groningen 2023 (Beleidsregel vergoeding kosten aardbevingsbestendige industrie Groningen 2023)

Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
23-01-2025
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Staats- en bestuursrecht, Wonen, onroerend goed, bouwrecht
Ministerie
Economische Zaken en Klimaat
BWB-id
BWBR0049095
Versie
2025-01-23_0
SHA-256 bron
ccefd1096aac10875ecaa3a84ae4f5c61900c869f85050129861b0c3520f82bb

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (36)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4
  5. Artikel 5
  6. Artikel 6
  7. Artikel 7
  8. Artikel 8
  9. Artikel 8a
  10. Artikel 8b
  11. Artikel 9
  12. Artikel 10
  13. Artikel 11
  14. Artikel 12
  15. Artikel 13
  16. Artikel 14
  17. Artikel 15
  18. Artikel 15a
  19. Artikel 15b
  20. Artikel 16
  21. Artikel 17
  22. Artikel 18
  23. Artikel 19
  24. Artikel 20
  25. Artikel 21
  26. Artikel 22
  27. Artikel 23
  28. Artikel 24
  29. Artikel 25
  30. Artikel 26
  31. Artikel 27
  32. Artikel 28
  33. Artikel 29
  34. Artikel 30
  35. Bijlage I — Behorende bij artikel 2, eerste lid, onderdeel b (lijst van bedrijven)
  36. Bijlage II — Behorende bij artikel 25 (informatie openbare samenvatting)

Hoofdstuk 1 — Algemene bepalingen

Artikel 1

In deze beleidsregel wordt verstaan onder:

Basis of Design: nota waarin de uitgangssituatie van de te beoordelen industriële installatie of bijbehorend functioneel verbonden gebouw wordt vastgesteld door bepaling van de te hanteren uitgangspunten en aannames om tot een beoordeling van het object te komen;

Checklist aardbevingsbestendigheid risicokaartbedrijven: Checklist aardbevingsbestendigheid bedrijven op de risicokaart, januari 2021, NCG;

Deltares/TNO-handreiking fase 1: Handreiking Fase 1 voor het uitvoeren van studies naar het effect van aardbevingen voor bedrijven in de industriegebieden in Groningen, 8 juni 2018, TNO en Deltares;

Deltares/TNO-methode fase 2: Rekenmethodiek voor het uitvoeren van studies naar het effect van aardbevingen voor bedrijven in de industriegebieden in Groningen, 8 juni 2018, TNO en Deltares;

gebouw: bouwwerk dat een voor mensen toegankelijke overdekte geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;

gevaarlijke stoffen: gevaarlijke stoffen als bedoeld in artikel 12.11, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 1°, van de Wet milieubeheer;

inrichting: inrichting als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;

LoC-methode: Handreiking Aardbevingsbestendigheid Industrie Deel 2: toepassing van de LoC-methode, 7 juni 2022, Witteveen en Bos;

minister: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

piekgrondversnelling: hoogste waarde op maaiveldniveau van de grondversnelling tijdens een aardbeving;

Procesbeschrijving: Handreiking Aardbevingsbestendigheid Industrie, Procesbeschrijving uitgebreide beoordeling Fase 1, Fase 2 en Fase 3, 2 december 2024, Witteveen en Bos;

Selectiemethodiek stap I: Selectiemethodiek aardbevingsgevoelige industriële installatie [23 januari 2020, Arcadis];

Selectiemethodiek stap II: Selection method Step II – based on fragility functions, 5 januari 2022, Witteveen en Bos;

Standaardmethode fundaties: Seismic verification of foundations of industrial assets in Groningen, 17 februari 2021, Witteveen en Bos;

Standaardmethode leidingen op leidingbruggen: Generic approach for pipe systems and pipe racks, 23 september 2019, Royal HaskoningDHV;

Standaardmethode opslagtanks: Generic approach liquid storage tanks, 23 april 2018, Witteveen en Bos;

supplement toetsing 2024: aanvulling op het uitgebreide toetsingskader om bedrijven met industriële installaties of gebouwen die zich per 1 oktober 2023 op een locatie bevinden waar de piekgrondversnelling 0,05g of hoger is een beoordeling op maat te bieden die past bij de piekgrondversnelling op de locatie waar het bedrijf in kwestie zich bevindt.

Hoofdstuk 1 — Algemene bepalingen

Artikel 2

1 Deze beleidsregel is van toepassing op:

a. bedrijven die:

1°. de activiteiten verrichten, genoemd in artikel 5.4 en de bijbehorende bijlage VII, met uitzondering van onderdeel A, subonderdelen 4, 5 en 11, onderdeel B, subonderdelen 3 en 4, onderdeel C, onderdeel D, subonderdeel 1 en onderdeel E, subonderdelen 1 en 13, van het Besluit kwaliteit leefomgeving;

2°. inrichtingen met een installatie als bedoeld in bijlage I bij de Richtlijn 2010/75/EU van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 inzake industriële emissies (geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging) oprichten of in werking hebben;

3°. inrichtingen waarop afdeling 2 van hoofdstuk 2 van het Arbeidsomstandighedenbesluit van toepassing is oprichten of in werking hebben;

4°. inrichtingen die gevaarlijke stoffen opslaan in een hoeveelheid die een drempelwaarde als genoemd in bijlage 1 bij de Regeling provinciale risicokaart overschrijdt, oprichten of in werking hebben;

b. de bedrijven, genoemd in bijlage I bij deze regeling.

2 Deze beleidsregel is uitsluitend van toepassing op de installaties van het bedrijf en op de gebouwen die functioneel verbonden zijn met die installaties.

3 Deze beleidsregel is niet van toepassing op nieuw te bouwen gebouwen waarop de Beleidsregel vergoeding kosten aardbevingsbestendige nieuwbouw Groningen van toepassing is.

Hoofdstuk 1 — Algemene bepalingen

Artikel 3

Deze beleidsregel is uitsluitend van toepassing op een bedrijf als bedoeld in artikel 2 dat is gelegen op een locatie waar de piekgrondversnelling tijdens het uitvoeren van de beoordeling, bedoeld in de artikelen 5, 7, 8a, 12, 14, 15a, 19, en 22 of tijdens het nemen van de maatregelen, bedoeld in de artikelen 9 en 16 ten minste 0,05 g is, berekend en vastgesteld bij een herhalingstijd van 475 jaar.

Hoofdstuk 2 — Vergoeding bij uitgebreide beoordeling › Afdeling 2.1 — Bestaande bouw › Paragraaf 2.1.1 — Reikwijdte afdeling 2.1

Artikel 4

Deze afdeling is van toepassing op het verstrekken van een vergoeding aan een bedrijf indien:

a. het een bedrijf is als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, aanhef en onder 3°, of b; en

b. het installaties en gebouwen betreft die reeds zijn gerealiseerd op het moment van indienen van een aanvraag voor de vergoeding.

Hoofdstuk 2 — Vergoeding bij uitgebreide beoordeling › Afdeling 2.1 — Bestaande bouw › Paragraaf 2.1.2 — Kwalitatieve risicoanalyse

Artikel 5

1 De minister verstrekt op aanvraag aan een bedrijf een vergoeding voor:

a. het opstellen van een plan van aanpak voor het uitvoeren van een kwalitatieve risicoanalyse van de installaties en gebouwen;

b. het uitvoeren van de kwalitatieve risicoanalyse;

c. het selecteren van de installaties en gebouwen die in aanmerking kunnen komen voor een kwantitatieve risicoanalyse of het treffen van maatregelen die redelijkerwijs nodig zijn om te voorkomen dat als gevolg van de gaswinning uit het Groningenveld de veiligheid wordt geschaad.

2 Het opstellen van een plan van aanpak en het uitvoeren van een kwalitatieve risicoanalyse vindt plaats met toepassing van de Procesbeschrijving en de Deltares/TNO-handreiking fase 1.

3 Het selecteren van de installaties en gebouwen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, vindt plaats met toepassing van de Procesbeschrijving, de Selectiemethodiek stap I en de Selectiemethodiek stap II.

Hoofdstuk 2 — Vergoeding bij uitgebreide beoordeling › Afdeling 2.1 — Bestaande bouw › Paragraaf 2.1.2 — Kwalitatieve risicoanalyse

Artikel 6

Een aanvraag voor een vergoeding als bedoeld in artikel 5, eerste lid, wordt na afloop van de daar bedoelde activiteiten ingediend en bevat:

a. een overzicht van de daadwerkelijk gemaakte kosten voor het uitvoeren van de activiteiten;

b. een openbare samenvatting van de resultaten van de kwalitatieve risicoanalyse en voor zover van toepassing de resultaten van de uitgevoerde Selectiemethodieken;

c. een verklaring van de Technische Universiteit Delft dat de kwalitatieve risicoanalyse is uitgevoerd volgens de Procesbeschrijving en de Deltares/TNO-handreiking fase 1; en

d. een verklaring van de aanvrager dat hij ermee instemt dat de informatie die hij bij de aanvraag heeft verstrekt en de informatie die in het besluit tot toekenning is opgenomen, door de minister wordt verstrekt aan de Nederlandse Aardolie Maatschappij B.V. in verband met haar betaalverplichting.

Hoofdstuk 2 — Vergoeding bij uitgebreide beoordeling › Afdeling 2.1 — Bestaande bouw › Paragraaf 2.1.3 — Kwantitatieve risicoanalyse

Artikel 7

1 De minister verstrekt op aanvraag aan een bedrijf een vergoeding voor:

a. het opstellen van een Basis of Design voor het uitvoeren van een kwantitatieve risicoanalyse van de geselecteerde installaties en gebouwen;

b. het uitvoeren van een kwantitatieve risicoanalyse van de geselecteerde installaties en gebouwen.

2 Het opstellen van de Basis of Design, het uitvoeren van de kwantitatieve risicoanalyse en de evaluatie en beoordeling daarvan vinden plaats met gebruikmaking van:

a. de LoC-methode en de Procesbeschrijving; of

b. de Deltares/TNO-methode fase 2 en de Procesbeschrijving.

3 De methodes, genoemd in het tweede lid, worden toegepast in combinatie met:

a. de Standaardmethode fundaties indien fundaties moeten worden beoordeeld;

b. de Standaardmethode opslagtanks indien de te analyseren installatie een opslagtank is; of

c. de Standaardmethode leidingen op leidingbruggen indien de te analyseren installatie een leiding op een leidingbrug is.

Hoofdstuk 2 — Vergoeding bij uitgebreide beoordeling › Afdeling 2.1 — Bestaande bouw › Paragraaf 2.1.3 — Kwantitatieve risicoanalyse

Artikel 8

Een aanvraag voor een vergoeding als bedoeld in artikel 7, eerste lid, wordt na afloop van de daar bedoelde activiteiten ingediend en bevat:

a. een overzicht van de daadwerkelijk gemaakte kosten voor het uitvoeren van de activiteiten;

b. een openbare samenvatting van de resultaten van de kwantitatieve risicoanalyse;

c. een verklaring van de Technische Universiteit Delft dat de kwantitatieve risicoanalyse is uitgevoerd volgens een in artikel 7, tweede lid, voorgeschreven methode; en

d. een verklaring van de aanvrager dat hij ermee instemt dat de informatie die hij bij de aanvraag heeft verstrekt en de informatie die in het besluit tot toekenning is opgenomen, door de minister wordt verstrekt aan de Nederlandse Aardolie Maatschappij B.V. in verband met haar betaalverplichting.

Hoofdstuk 2 — Vergoeding bij uitgebreide beoordeling › Afdeling 2.1 — Bestaande bouw › Paragraaf 2.1.3a — Supplement toetsing 2024

Artikel 8a

De minister verstrekt op aanvraag aan een bedrijf een vergoeding voor het beoordelen van installaties met gebruikmaking van de supplement toetsing 2024 volgens de Procesbeschrijving, als het bedrijf gelegen is op een locatie waar de piekgrondversnelling vanaf 1 oktober 2021 ten minste 0,05g is, berekend en vastgesteld bij een herhalingstijd van 475 jaar.

Hoofdstuk 2 — Vergoeding bij uitgebreide beoordeling › Afdeling 2.1 — Bestaande bouw › Paragraaf 2.1.3a — Supplement toetsing 2024

Artikel 8b

Een aanvraag voor een vergoeding als bedoeld in artikel 8a wordt na afloop van de beoordeling ingediend en bevat:

a. een overzicht van de daadwerkelijk gemaakte kosten voor het uitvoeren van de activiteiten;

b. een openbare samenvatting van de resultaten van de supplement toetsing 2024;

c. een verklaring van de Technische Universiteit Delft dat de supplement toetsing 2024 is uitgevoerd overeenkomstig de Procesbeschrijving; en

d. een verklaring van de aanvrager dat hij ermee instemt dat de informatie die hij bij de aanvraag heeft verstrekt en de informatie die in het besluit tot toekenning is opgenomen, door de minister wordt verstrekt aan de Nederlandse Aardolie Maatschappij B.V. in verband met haar betaalverplichting.

Hoofdstuk 2 — Vergoeding bij uitgebreide beoordeling › Afdeling 2.1 — Bestaande bouw › Paragraaf 2.1.4 — Maatregelen

Artikel 9

1 De minister verstrekt op aanvraag aan een bedrijf een vergoeding voor het bepalen, ontwerpen en uitvoeren van organisatorische of technische maatregelen die redelijkerwijs nodig zijn om te voorkomen dat als gevolg van de gaswinning uit het Groningenveld de veiligheid wordt geschaad.

2 Het opstellen van een plan van aanpak betreffende de maatregelen die genomen moeten worden en de uitvoering van het plan van aanpak vinden plaats met gebruikmaking van de Procesbeschrijving.

Hoofdstuk 2 — Vergoeding bij uitgebreide beoordeling › Afdeling 2.1 — Bestaande bouw › Paragraaf 2.1.4 — Maatregelen

Artikel 10

Een aanvraag voor een vergoeding als bedoeld in artikel 9 wordt na afloop van de daar bedoelde activiteiten ingediend en bevat:

a. een overzicht van de daadwerkelijk gemaakte kosten voor het uitvoeren van de activiteiten;

b. een openbare samenvatting van de maatregelen die zijn getroffen;

c. de gegevens, bedoeld in artikel 6, en, indien van toepassing, de gegevens, bedoeld in artikel 8; en

d. een verklaring van de aanvrager dat hij ermee instemt dat de informatie die hij bij de aanvraag heeft verstrekt en de informatie die in het besluit tot toekenning is opgenomen, door de minister wordt verstrekt aan de Nederlandse Aardolie Maatschappij B.V. in verband met haar betaalverplichting.

Hoofdstuk 2 — Vergoeding bij uitgebreide beoordeling › Afdeling 2.2 — Nieuwbouw › Paragraaf 2.2.1 — Reikwijdte afdeling 2.2

Artikel 11

Deze afdeling is van toepassing op het verstrekken van een vergoeding aan een bedrijf als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, aanhef en onder 1°, 2° of 3°, indien het installaties of gebouwen betreft die nog niet zijn gerealiseerd op het moment van indienen van een aanvraag voor de vergoeding.

Hoofdstuk 2 — Vergoeding bij uitgebreide beoordeling › Afdeling 2.2 — Nieuwbouw › Paragraaf 2.2.2 — Kwalitatieve risicoanalyse

Artikel 12

De minister verstrekt op aanvraag aan een bedrijf een vergoeding voor:

a. het opstellen van een plan van aanpak voor het uitvoeren van een kwalitatieve risicoanalyse van de te bouwen installaties en gebouwen;

b. het uitvoeren van de kwalitatieve risicoanalyse;

c. het selecteren van de onderdelen van de te bouwen installaties en gebouwen die in aanmerking kunnen komen voor een kwantitatieve risicoanalyse of het treffen van maatregelen die nodig zijn om te voorkomen dat als gevolg van de gaswinning uit het Groningenveld de veiligheid wordt geschaad.

Hoofdstuk 2 — Vergoeding bij uitgebreide beoordeling › Afdeling 2.2 — Nieuwbouw › Paragraaf 2.2.2 — Kwalitatieve risicoanalyse

Artikel 13

De artikelen 5, tweede en derde lid, en 6 zijn van overeenkomstige toepassing.

Hoofdstuk 2 — Vergoeding bij uitgebreide beoordeling › Afdeling 2.2 — Nieuwbouw › Paragraaf 2.2.3 — Kwantitatieve risicoanalyse

Artikel 14

De minister verstrekt op aanvraag aan een bedrijf een vergoeding voor:

a. het opstellen van een Basis of Design voor het uitvoeren van een kwantitatieve risicoanalyse van de geselecteerde te bouwen installaties en gebouwen;

b. het uitvoeren van een kwantitatieve risicoanalyse op de geselecteerde te bouwen installaties en gebouwen.

Hoofdstuk 2 — Vergoeding bij uitgebreide beoordeling › Afdeling 2.2 — Nieuwbouw › Paragraaf 2.2.3 — Kwantitatieve risicoanalyse

Artikel 15

De artikelen 7, tweede lid, en 8 zijn van overeenkomstige toepassing.

Hoofdstuk 2 — Vergoeding bij uitgebreide beoordeling › Afdeling 2.2 — Nieuwbouw › Paragraaf 2.2.3a — Supplement toetsing 2024

Artikel 15a

De minister verstrekt op aanvraag aan een bedrijf een vergoeding voor het beoordelen van installaties met gebruikmaking van de supplement toetsing 2024 volgens de Procesbeschrijving, als het bedrijf gelegen is op een locatie waar de piekgrondversnelling vanaf 1 oktober 2021 ten minste 0,05g is, berekend en vastgesteld bij een herhalingstijd van 475 jaar.

Hoofdstuk 2 — Vergoeding bij uitgebreide beoordeling › Afdeling 2.2 — Nieuwbouw › Paragraaf 2.2.3a — Supplement toetsing 2024

Artikel 15b

Een aanvraag voor een vergoeding, als bedoeld in artikel 15a wordt na afloop van de beoordeling ingediend en bevat:

a. een overzicht van de daadwerkelijk gemaakte kosten voor het uitvoeren van de activiteiten;

b. een openbare samenvatting van de resultaten van de supplement toetsing 2024;

c. een verklaring van de Technische Universiteit Delft dat de supplement toetsing 2024 is uitgevoerd overeenkomstig de Procesbeschrijving; en

d. een verklaring van de aanvrager dat hij ermee instemt dat de informatie die hij bij de aanvraag heeft verstrekt en de informatie die in het besluit tot toekenning is opgenomen, door de minister wordt verstrekt aan de Nederlandse Aardolie Maatschappij B.V. in verband met haar betaalverplichting.

Hoofdstuk 2 — Vergoeding bij uitgebreide beoordeling › Afdeling 2.2 — Nieuwbouw › Paragraaf 2.2.4 — Maatregelen

Artikel 16

1 De minister verstrekt op aanvraag aan een bedrijf een vergoeding voor het bepalen, ontwerpen en uitvoeren van organisatorische of technische maatregelen die redelijkerwijs nodig zijn om te voorkomen dat als gevolg van de gaswinning uit het Groningenveld de veiligheid wordt geschaad.

2 Een vergoeding wordt verstrekt voor de incrementele kosten van de realisatie van het ontwerp, waarbij maatregelen zijn opgenomen die redelijkerwijs nodig zijn om te voorkomen dat als gevolg van de gaswinning uit het Groningenveld de veiligheid wordt geschaad ten opzichte van een ontwerp zonder deze maatregelen.

3 Het opstellen van een plan van aanpak betreffende de maatregelen die genomen moeten worden en de uitvoering van het plan van aanpak vinden plaats met gebruikmaking van de Procesbeschrijving.

Hoofdstuk 2 — Vergoeding bij uitgebreide beoordeling › Afdeling 2.2 — Nieuwbouw › Paragraaf 2.2.4 — Maatregelen

Artikel 17

Een aanvraag voor een vergoeding als bedoeld in artikel 16, eerste lid, wordt na het ontwerpen van de daar bedoelde maatregelen ingediend en bevat:

a. een overzicht van de te treffen maatregelen;

b. een overzicht van de daadwerkelijk gemaakte kosten voor het bepalen en ontwerpen van de te treffen maatregelen;

c. een onderbouwing van de verwachte incrementele kosten voor het uitvoeren van de maatregelen; en

d. een verklaring van de aanvrager dat hij ermee instemt dat de informatie die hij bij de aanvraag heeft verstrekt en de informatie die in het besluit tot toekenning is opgenomen, door de minister wordt verstrekt aan de Nederlandse Aardolie Maatschappij B.V. in verband met haar betaalverplichting.

Hoofdstuk 3 — Vergoeding bij beoordeling met checklist › Afdeling 3.1 — Bestaande bouw

Artikel 18

Deze afdeling is van toepassing op het verstrekken van een vergoeding aan een bedrijf als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, aanhef en onder 4°, indien het installaties en gebouwen betreft die reeds zijn gerealiseerd op het moment van indienen van een aanvraag voor de vergoeding.

Hoofdstuk 3 — Vergoeding bij beoordeling met checklist › Afdeling 3.1 — Bestaande bouw

Artikel 19

De minister verstrekt op aanvraag aan een bedrijf een vergoeding voor:

a. het uitvoeren van een beoordeling van installaties en gebouwen volgens de Checklist aardbevingsbestendigheid risicokaartbedrijven;

b. het bepalen, ontwerpen en uitvoeren van organisatorische of technische maatregelen die redelijkerwijs nodig zijn om te voorkomen dat als gevolg van de gaswinning uit het Groningenveld de veiligheid wordt geschaad.

Hoofdstuk 3 — Vergoeding bij beoordeling met checklist › Afdeling 3.1 — Bestaande bouw

Artikel 20

Een aanvraag voor een vergoeding als bedoeld in artikel 19 wordt na afloop van de daar bedoelde activiteiten gedaan en bevat:

a. de Checklist aardbevingsbestendigheid risicokaartbedrijven, ingevuld;

b. een overzicht van de daadwerkelijk gemaakte kosten voor het uitvoeren van de activiteiten; en

c. een verklaring van de aanvrager dat hij ermee instemt dat de informatie die hij bij de aanvraag heeft verstrekt en de informatie die in het besluit tot toekenning is opgenomen, door de minister wordt verstrekt aan de Nederlandse Aardolie Maatschappij B.V. in verband met haar betaalverplichting.

Hoofdstuk 3 — Vergoeding bij beoordeling met checklist › Afdeling 3.2 — Nieuwbouw

Artikel 21

Deze afdeling is van toepassing op het verlenen van een vergoeding aan een bedrijf als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, aanhef en onder 4°, indien het installaties en gebouwen betreft die nog niet zijn gerealiseerd op het moment van indienen van een aanvraag voor de vergoeding.

Hoofdstuk 3 — Vergoeding bij beoordeling met checklist › Afdeling 3.2 — Nieuwbouw

Artikel 22

1 De minister verstrekt op aanvraag aan een bedrijf een vergoeding voor:

a. het uitvoeren van een beoordeling van de te bouwen installaties en gebouwen volgens de Checklist aardbevingsbestendigheid risicokaartbedrijven;

b. het bepalen, ontwerpen en uitvoeren van technische maatregelen die redelijkerwijs nodig zijn om te voorkomen dat als gevolg van de gaswinning uit het Groningenveld de veiligheid wordt geschaad.

2 Een vergoeding wordt verstrekt voor de incrementele kosten van de realisatie van het ontwerp, waarbij maatregelen zijn opgenomen die redelijkerwijs nodig zijn om te voorkomen dat als gevolg van de gaswinning uit het Groningenveld de veiligheid wordt geschaad ten opzichte van een ontwerp zonder deze maatregelen.

Hoofdstuk 3 — Vergoeding bij beoordeling met checklist › Afdeling 3.2 — Nieuwbouw

Artikel 23

Een aanvraag voor een vergoeding als bedoeld in artikel 22, eerste lid, wordt na het ontwerpen van de daar bedoelde maatregelen gedaan en bevat:

a. de Checklist aardbevingsbestendigheid risicokaartbedrijven, ingevuld;

b. een overzicht van de daadwerkelijk gemaakte kosten voor het bepalen en ontwerpen van de te treffen maatregelen;

c. een onderbouwing van de verwachte incrementele kosten voor het uitvoeren van de maatregelen; en

d. een verklaring van de aanvrager dat hij ermee instemt dat de informatie die hij bij de aanvraag heeft verstrekt en de informatie die in het besluit tot toekenning is opgenomen, door de minister wordt verstrekt aan de Nederlandse Aardolie Maatschappij B.V. in verband met haar betaalverplichting.

Hoofdstuk 4 — Overige bepalingen

Artikel 24

Een vergoeding wordt slechts verstrekt voor de kosten die direct verbonden zijn aan de activiteiten, bedoeld in de artikelen 5, 7, 8a, 9, 12, 15a, 16, 19, en 22.

Hoofdstuk 4 — Overige bepalingen

Artikel 25

De openbare samenvatting, bedoeld in de artikelen 6, onderdeel b, 8, onderdeel b, 8b, onderdeel b, 10, onderdeel b, en 15b, onderdeel b bevat de informatie die is opgenomen in bijlage II.

Hoofdstuk 4 — Overige bepalingen

Artikel 26

De minister wijst een aanvraag af indien:

a. een aanvraag niet voldoet aan de bij of krachtens deze beleidsregel gestelde bepalingen;

b. aan de aanvrager eerder op grond van deze beleidsregel een vergoeding is verstrekt voor een activiteit als bedoeld in artikel 5, 7, 8a, 9, 12, 15a, 16, 19, en 22;

c. de aanvrager eerder een privaatrechtelijke vergoeding van de Nederlandse Aardolie Maatschappij B.V. heeft gekregen voor het uitvoeren van een activiteit als bedoeld in artikel 5, 7, 8a, 9, 12, 15a, 16, 19, en 22, of daarvoor een aanvraag heeft gedaan waarop nog niet onherroepelijk is beslist.

Hoofdstuk 4 — Overige bepalingen

Artikel 27

De Beleidsregel vergoeding kosten aardbevingsbestendige industrie Groningen zoals die luidde voor de inwerkingtreding van deze regeling blijft van toepassing op aanvragen die voor dat tijdstip zijn ingediend en op vergoedingen die voor dat tijdstip zijn verstrekt.

Hoofdstuk 4 — Overige bepalingen

Artikel 28

De Beleidsregel vergoeding kosten aardbevingsbestendige industrie Groningen wordt ingetrokken.

Hoofdstuk 4 — Overige bepalingen

Artikel 29

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Hoofdstuk 4 — Overige bepalingen

Artikel 30

Deze regeling wordt aangehaald als: Beleidsregel vergoeding kosten aardbevingsbestendige industrie Groningen 2023.

Bijlage I — Behorende bij artikel 2, eerste lid, onderdeel b (lijst van bedrijven)

Bijlage I — Behorende bij artikel 2, eerste lid, onderdeel b (lijst van bedrijven)

Rechtsopvolgers van bedrijven, genoemd in deze tabel, vallen ook onder het bereik van artikel 2, eerste lid, onderdeel b.

Indien bedrijven, genoemd in deze tabel, naamsveranderingen hebben ondergaan is artikel 2, eerste lid, aanhef en onderdeel b, onverkort van toepassing op deze bedrijven.

Naam bedrijf | Locatie

Nouryon (Akzo Nobel) | Chemiepark Delfzijl

Covestro | Foxhol

NAM Condensaatopslag | Farmsum

AVEBE locatie Foxhol | Foxhol

ChemCom B.V. | Farmsum

Delamine B.V. | Chemiepark Delfzijl

JPB Logistics B.V. (Oosterhorn) | Chemiepark Delfzijl

JPB Logistics B.V. (Warvenweg) | Farmsum

Teijin Aramid B.V. | Chemiepark Delfzijl

Husa Logistics | Veendam

Noordgastransport (NGT) | Uithuizen

Bio MCN | Chemiepark Delfzijl

GOC Real Estate | Farmsum

Klesch Aluminiun B.V. | Farmsum

Reining Warehousing / Topbrands | Kolham

Wildeman Storage and Logistics | Chemiepark Delfzijl

Finco Terminal Groningen B.V. | Groningen

C.G. Holthausen | Hoogezand

DFE Pharma | Foxhol

Gasunie Transport B.V. Scheemda | Scheemda

Gasunie Transport B.V. Spijk | Eemshaven

Finco Terminal Delfzijl B.V. | Farmsum

Contitank | Farmsum

DOW Benelux | Farmsum

Gasunie mengstation Zuidbroek | Muntendam

Gasunie MS Noordbroek | Noordbroek

Gasunie Tussenklappen 1 RS | Muntendam

NAM Bedum Productielocatie | Bedum

Nieveen Graanbedrijf B.V. | Farmsum

Lubrizol Advanced Material Resin | Chemiepark Delfzijl

Evonik | Delfzijl

NAM RBI | Farmsum

Wildeman Storage and Logistics | Hoogezand

Gasunie Tripscompagnie | Tripscompagnie

Nouryon Salt | Farmsum

ESD-SIC | Farmsum

PPG Industries Chemicals B.V. | Farmsum

Zeolyst C.V. | Farmsum

Gasunie Compressorstation Scheemda | Scheemda

NAM Schaapbulten | Meedhuizen

Bijlage II — Behorende bij artikel 25 (informatie openbare samenvatting)

Bijlage II — Behorende bij artikel 25 (informatie openbare samenvatting)

De openbare samenvatting, bedoeld in artikel 25, bevat ten minste de volgende gegevens:

Gegevens over het bedrijf:

a. naam en adresgegevens van het bedrijf;

b. een aanduiding onder welk onderdeel of welke onderdelen van artikel 2, eerste lid, het bedrijf valt;

c. indien van toepassing: of het bedrijf op bijlage I staat; en

d. naam en korte beschrijving van de producten en de stoffen die in het bedrijf worden gebruikt.

Gegevens over het onderzoek:

a. omschrijving van de onderzochte installaties en gebouwen;

b. doelstelling van het onderzoek;

c. tijdperiode van het onderzoek;

d. type onderzoek;

e. uitvoerder van het onderzoek; en

f. resultaat van het onderzoek met een korte beschrijving van de eindconclusie.